ECLI:NL:GHARL:2026:3018

ECLI:NL:GHARL:2026:3018

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 200.360.170/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer). De betrokkene werkte als taxichauffeur en beschikte over een lijnbusbaanontheffing, waarmee hij was gerechtigd het betreffende bord te negeren. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is My Legal Consultancy B.V., kantoorhoudende te Almere.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 november 2023 om 23:17 uur op de Sarphatistraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene taxichauffeur is en beschikt over een lijnbusbaanontheffing, waarmee hij gerechtigd was het betreffende C2-bord te negeren en gebruik te maken van de busbaan op de Sarphatistraat. Gedurende de procedure heeft de gemachtigde een kopie van deze ontheffing overgelegd. De officier van justitie heeft tijdens de zitting van de kantonrechter expliciet erkend dat de locatie van de gedraging behoort tot de wegen waarop het gebruik door een taxi met geldige ontheffing is toegestaan. De betrokkene was op dat moment actief als taxichauffeur en was daadwerkelijk bezig met werkzaamheden die in het kader van zijn beroepsuitoefening plaatsvonden. Ter onderbouwing van zijn deze stelling heeft de gemachtigde een screenshot overgelegd.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat de weg werd gebruikt in de richting waarin deze gesloten is. (…) Verklaring betrokkene: ik heb het zo geleerd.”

5. Gelet op hetgeen namens de betrokkene gedurende de procedure is aangevoerd en hetgeen de vertegenwoordiger van de officier van justitie hierover op de zitting van de kantonrechter heeft verklaard, staat vast dat de betrokkene werkzaam is als taxichauffeur, dat hij beschikt over een zogenaamde ‘lijnbusbaanontheffing’ en dat de plaats van de gedraging een geslotenverklaring betrof, met een uitzonding voor lijnbussen. Ter discussie staat echter of de betrokkene voldeed aan de voorwaarde van de ontheffing en op het moment van de gedraging werkzaam was als taxichauffeur.

6. In hoger beroep heeft de gemachtigde een stuk overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling dat de betrokkene ten tijde van de gedraging werkzaam was als taxichauffeur en dus aan de voorwaarden van de ontheffing voldeed. Dit stuk betreft een screenshot waarop bovenaan staat vermeld:

‘Ritgegevens

Comfort * 25 nov 2023 * 23.03

€ 16,88’

Daaronder is een afbeelding uit Google te zien, met daarop een route van de Soendastraat naar de Nassaukade en de tekst ‘tijdsduur 24 min. 54 sec’, ‘afstand 6.43 km’. Daar weer onder is vermeld:

3 punten aan beloningen ontvangen

Je inkomsten

Ritprijs voor chauffeur € 24,20

Servicekosten € -6,05

Ritprijs x 25%’.

7. Het hof is van oordeel dat, nu in de door de gemachtigde overgelegde informatie de datum, tijd, route en ritprijs is vermeld, afdoende blijkt dat de betrokkene op de onder 1. genoemde tijd en plaats reed in het kader van het uitvoeren van een taxirit. De betrokkene voldeed hiermee aan de voorwaarden van de lijnbusbaanontheffing. Dit leidt ertoe dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Het hof zal de inleidende beschikking daarom vernietigen.

8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift in de procedure bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 733,- (= (1,5 x € 666,- x 0,5) + (2 x € 934,- x 0,5 x 0,25)).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 733,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Landstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand