ECLI:NL:GHARL:2026:3031

ECLI:NL:GHARL:2026:3031

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 13-05-2026
Zaaknummer 200.363.240/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Hoger beroep niet tijdig ingesteld. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De betrokkene stelt dat hij onjuist is geïnformeerd door een medewerker van de rechtbank. Ook als dit klopt moet worden vastgesteld dat de betrokkene niet hoger beroep heeft ingesteld zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd, dat wil zeggen binnen zes weken nadat hij op de hoogte was van de juiste inhoud van de beslissing van de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 23 april 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.

2. De beslissing van de kantonrechter is op 30 mei 2025 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 11 juli 2025. Het beroepschrift is blijkens een stempel op 10 november 2025 door de rechtbank ontvangen. Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.

3. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.

4. De betrokkene voert aan dat in de beslissing van de kantonrechter staat dat er voldoende aanleiding is om de te stellen zekerheid te verlagen tot nihil. Hij heeft deze formulering opgevat als dat hij de boete niet hoefde te betalen. Om dit bevestigd te krijgen heeft hij direct contact opgenomen via het in de brief vermelde telefoonnummer. De medewerker aan de telefoon bevestigde dat geen betaling meer vereist was. Tot betrokkenes verrassing ontving hij op 13 augustus 2025 alsnog een brief van het CJIB waarin staat dat hij de boete moet betalen. Hij heeft op 14 augustus nogmaals contact met de rechtbank gehad en de medewerker vertelde dat haar collega hem verkeerd heeft geïnformeerd. Hiervoor is de betrokkene ook veel te laat met het beroep.

5. Het hof laat in het midden of hetgeen de betrokkene naar voren brengt klopt. Ook als daarvan wordt uitgegaan en hem niet kan worden toegerekend dat hij niet binnen de beroepstermijn hoger beroep heeft ingesteld, moet worden vastgesteld dat de betrokkene niet hoger beroep heeft ingesteld zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd, dat wil zeggen binnen zes weken nadat hij op de hoogte was van de juiste inhoud van de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene heeft op 13 augustus 2025 een brief van het CJIB ontvangen met de opdracht te betalen. Op 14 augustus 2025 heeft hij van de rechtbankmedewerker te horen gekregen dat er (alsnog) diende te worden betaald en de eerdere informatie onjuist was. Niet valt in te zien waarom de betrokkene vervolgens nog tot 10 november 2025 heeft gewacht met het instellen van hoger beroep.

6. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard omdat het te laat is ingesteld. Dat heeft tot gevolg dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter niet kan beoordelen.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Hiemstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand