GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 17 juni 2025, betreffende
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 262,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juli 2022 om 09.12 uur op de Weg door Jonkerbos in Nijmegen met het voertuig met het (Duitse) kenteken [kenteken]. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 262,50, omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De ambtenaar geeft aan dat een “mobiel apparaat” werd vastgehouden. Wat de ambtenaar heeft genoteerd en ook wat is vastgehouden voldoet volgens de gemachtigde niet aan artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Daarbij moet het immers gaan om het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat.
3. De aan de betrokkene verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 61a van het RVV 1990. Hierin is bepaald dat:
“Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.”
4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Verbalisant (…) zag dat de bestuurder een mobiel apparaat in zijn rechterhand ter hoogte van de pook vasthield tijdens het rijden en zag dat de bestuurder hier naar keek. (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend.
Verklaring betrokkene: Omschrijving door verbalisant: Vond dit niet nodig.”
6. Daarnaast bevat het dossier een getuigenverklaring. Hierin wordt als volgt verklaard:
“Hierbij verklaar ik [getuige] dat ik bij de heer [betrokkene] in de auto aanwezig was tijdens de overtreding volgens de politie dat de heer [betrokkene] een telefoon in de hand zou hebben dat is niet zo het was nl een navigatiesysteem.”
7. Verder is door de gemachtigde een afbeelding van een navigatiesysteem van Garmin ingebracht. Het betreft een los apparaat met verschillende kabels.
8. Uit de nota van toelichting bij het besluit van 24 juni 2019 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in verband met uitbreiding van het verbod van het tijdens deelname aan het verkeer vasthouden van mobiele elektronische apparaten, tot fietsers en trambestuurders (uitbreiding verbod vasthouden mobiele telefoon in het verkeer) blijkt het volgende:
“De term «mobiel elektronisch apparaat» is dus ruimer dan de huidige term «mobiele telefoon». Onder de nieuwe term vallen in ieder geval alle mobiele telefoons. Ook tabletcomputers, digitale foto- en videocamera’s, e-readers, laptops, mobiele navigatieapparaten, mobiele televisies en mediaspelers met een video- of audiofunctie vallen er in ieder geval onder, ook indien deze apparaten met snoeren en kabels zijn verbonden aan het voertuig (Stb. 2019, 237, p. 5.).”
9. Voor zover de ambtenaar niet specifiek heeft verklaard wat voor mobiel apparaat de betrokkene tijdens het rijden heeft vastgehouden kan, uitgaande van de verklaring van de betrokkene dat hij een (mobiel) navigatiesysteem vasthield, worden vastgesteld dat artikel 61a van het RVV 1990 is geschonden. Immers, een (mobiel) navigatiesysteem is een mobiel elektronisch apparaat in de zin van artikel 61a van het RVV 1990. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.