ECLI:NL:GHARL:2026:3085

ECLI:NL:GHARL:2026:3085

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer 200.340.232/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2026:1275

Samenvatting

Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2026:1275. Beslissing op kritiek van partijen op de hoogte van het voorschot op de kosten van een deskundige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.340.232/01

zaaknummer rechtbank Overijssel 257639

arrest van 12 mei 2026

in de zaak van

Bosch Thermotechniek B.V. (Bosch)

die is gevestigd in Deventer

advocaat: mr. H. Lebbing

en

Vastgoed Onstwedde B.V. (Onstwedde)

die is gevestigd in Dokkum

advocaat: mr. M. van Kempen.

1. Het verdere verloop van de procedure bij het hof

Naar aanleiding van het arrest van 3 maart 2026 heeft mr. Van Kempen op 12 maart 2026 een brief geschreven aan het hof. De raadsheer-commissaris heeft in een e-mail van 17 maart 2026 aan de advocaten van partijen aangegeven dat mr. Lebbing op de brief van mr. Van Kempen mag reageren. Bij deze e-mail heeft hij de offerte van [naam4] gevoegd, waarop het door het hof voorlopig vastgestelde voorschot van de deskundige [naam1] is gebaseerd. Hij heeft beide partijen in de gelegenheid gesteld op deze offerte te reageren.Mr. Lebbing heeft in een brief aan het hof van 27 maart 2026 op de brief van mr. Van Kempen en op de offerte van [naam4] gereageerd.Mr. Van Kempen heeft in een brief van 27 maart 2026 op de offerte gereageerd.

2. De toelichting op de beslissing van het hof

Het tussenarrest van 3 maart 2026

In het tussenarrest van 3 maart 2026 heeft het hof twee deskundigen - [naam2] , verbonden aan [naam3] en [naam1] , verbonden aan [naam4] - benoemd. Het hof heeft ook de aan de deskundigen te stellen vragen geformuleerd en het voorschot op de kosten van de deskundigen bepaald. Het hof heeft aangegeven dat indien partijen zich niet kunnen verenigen met de hoogte van het voorschot zij het hof daarvan in een brief in kennis kunnen stellen en dat het hof, in dat geval, een nadere beslissing zal nemen.

Beide partijen hebben bezwaren geuit tegen de hoogte van het voorschot voor deskundige [naam1] . Onstwedde heeft daarnaast bezwaar gemaakt tegen de vraagstelling en tegen de beslissing om haar met het voorschot op de kosten van de deskundige te belasten. Verder heeft zij verzocht om herstel van een kennelijke fout en heeft zij een opmerking gemaakt over een door haar in te schakelen proceskostenfinancier.

Het hof zal deze onderwerpen bespreken.De vraagstelling

Het tussenarrest van 3 maart 2026 was het tweede tussenarrest in het geschil tussen partijen. Eerder, in een tussenarrest van 14 oktober 2025, had het hof al overwogen dat en waarom een (nieuw) deskundigenonderzoek zou moeten plaatsvinden en welke vragen het aan de te benoemen deskundigen zou willen voorleggen. Het hof heeft partijen toen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voorgenomen deskundigenonderzoek en, in dat kader, ook over de aan de deskundigen te stellen vragen. Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt, waarna het hof in het tussenarrest van 3 maart 2026 de aan de deskundigen te stellen vragen heeft geformuleerd.

Onstwedde is het niet eens met de vraagstelling, in die zin dat zij meent dat het hof enkele door haar voorgestelde vragen ten onrechte niet aan de deskundigen voorlegt. Zij verzoekt het hof om deze vragen alsnog aan de deskundigen voor te leggen en vraagt het hof daarmee terug te komen op zijn oordeel in het tussenarrest van 3 maart 2026 om deze aanvullende vragen niet te stellen. Voor het geval het hof de vragen niet zou willen stellen omdat die volgens het hof niet te verenigen zijn met rechtsoverweging 5.17 van het tussenarrest van 14 oktober 2025, verzoekt Onstwedde het hof terug te komen van die overweging.

In het tussenarrest van 3 maart 2026 heeft het hof al overwogen en beslist dat het de door Onstwedde voorgestelde aanvullende vragen niet zal stellen. Het hof heeft daarbij ook aangegeven dat wanneer het die vragen wel zou stellen, het hof daarmee terug zou komen op het (in rechtsoverweging 5.17 van het tussenarrest van 14 oktober 2025) gegeven oordeel dat indien sprake is geweest van een cv-ketel in de warmhoudstand er niet van kan worden uitgegaan dat de brand op de door de rechtbankdeskundige aangegeven wijze is ontstaan.

In feite vraagt Onstwedde het hof nu opnieuw terug te komen op dat oordeel. Het hof ziet daar (nog steeds) geen reden toe. Daarbij zij (opnieuw) vermeld dat indien de deskundige van oordeel is dat het voor de kans op het ontstaan van brand in de cv-ketel niet uitmaakt of de ketel alleen op de warmhoudstand staat of ook gebruikt wordt voor verwarming, het de deskundige vrij staat dat te melden in het kader van de slotvraag. De hoogte van het voorschot

Deskundige [naam1] heeft aanvankelijk een voorschot van € 32.123,- exclusief btw gevraagd. Dat voorschot is gebaseerd op een uurtarief van (afgerond) € 255,- en een tijdsbesteding van 126 uren. Tegen het uurtarief hebben partijen geen bezwaar gemaakt. De tijdsbesteding vinden zij wel buitensporig hoog.

Het hof heeft de reactie van partijen voorgelegd aan de deskundige. Naar aanleiding daarvan heeft hij aangegeven uit te kunnen gaan van een tijdsbesteding van 104 uren, onderverdeeld in 12 uren voor de oriëntatiefase, 32 uren voor de bestudering van het dossier (was 40 uren), 20 uren voor de analysefase (was 12 uren), 16 uren voor overleg met de andere deskundige en 24 uren (was 26 uren) voor de rapportage. De deskundige heeft daarbij aangegeven dat hij een inschatting moet maken en dat wanneer hij minder tijd aan de zaak hoeft te besteden hij niet het geprognosticeerde aantal uren in rekening zal brengen.

Het hof vindt het te billijken dat een deskundige een ‘veilige marge’ inbouwt bij zijn voorstel voor de hoogte van een voorschot. Op die manier wordt ook voorkomen dat de deskundige tijdens het onderzoek tot de conclusie komt dat het voorschot niet toereikend is en een aanvullend voorschot moet vragen, met het onnodige tijdsverlies van dien.

De aangepaste prognose van de tijdsbesteding komt het hof niet onnodig hoog voor, gelet op de omvang van het dossier en de aard van de problematiek. Daarbij geldt dat deskundige [naam1] weliswaar niet zelf een brandonderzoek hoeft te verrichten, zoals partijen terecht opmerken, maar dat de beantwoording van de vraag over de warmhoudstand van de cv-ketel niet los kan worden gezien van de installatiecontext, de bedrijfstoestand en de technische randvoorwaarden. Bovendien zal [naam1] zich moeten verhouden tot het onderzoek van [naam2] naar - kort gezegd - de meest aannemelijke brandhaard. In dit verband wijst het hof op het feit dat de deskundigen tezamen vraag 6 (in de nummering van het tussenarrest van 3 maart 2026) moeten beantwoorden of het, gelet op de antwoorden op de andere vragen, aannemelijk is dat de brand in de cv-ketel is ontstaan en, zo ja, waar de brandhaard in de ketel was en hoe het brandverloop was.

Al met al zal het hof het voorschot vaststellen op € 26.520,- (104 x € 255,-) exclusief btw, € 32.089,20 inclusief btw. Het hof zal in zoverre terugkomen op het in het tussenarrest van 3 maart 2026 vastgestelde voorschot van € 39.000,- inclusief btw. De partij die het voorschot moet betalen

In rechtsoverweging. 2.18 van het tussenarrest van 3 maart 2026 heeft het hof gemotiveerd waarom Onstwedde belast wordt met het voorschot op de kosten van de deskundige. Onstwedde is niet alleen de eisende partij, maar draagt ook de bewijslast van haar stelling dat de brand is ontstaan door een defect in de door Bosch in het verkeer gebrachte cv-ketel. Dat bewijs heeft zij nog niet geleverd, ook niet met het rapport van de rechtbankdeskundige.

Het hof ziet in wat Onstwedde in de brief van mr. Van Kempen aanvoert geen reden om terug te komen op dit oordeel. Onstwedde blijft dus met het voorschot op de kosten van de deskundige belast.

Het hof heeft kennisgenomen van de mededeling van mr. Van Kempen dat het onzeker is of de huidige procesfinancier de procedure wil voortzetten en dat er gesproken wordt met een mogelijke opvolgende financier. Deze kwestie is niet van belang voor enig oordeel van het hof. Herstel kennelijke fout

Mr. Van Kempen heeft erop gewezen dat de nummering van de vraagstelling in rechtsoverweging 2.12 van het tussenarrest van 3 maart 2026 een kennelijke fout bevat, doordat twee achtereenvolgende vragen als 5 genummerd zijn. Het hof zal deze kennelijke fout, die ook ‘doortelt’ in rechtsoverweging 2.13 herstellen.

3. De beslissing

Het hof:

wijzigt het in het tussenarrest van 3 maart 2026 vastgestelde voorschot ten behoeve van deskundige [naam1] van € 39.000,- in € 32.089,20;

verstaat dat de nummering in rechtsoverweging 2.12 van dat arrest zo moet worden gelezen dat de tweede vraag 5 vraag 6 wordt en de vragen 6 tot en met 8 respectievelijk 7 tot en met 9 en dat rechtsoverweging 2.13 als volgt moet worden gelezen:Het hof gaat ervan dat te benoemen deskundige op het gebied van de cv-ketels [ [naam1] ] de vragen 1, 8 en 9 beantwoordt, de deskundige op het gebied van het brandonderzoek [ [naam2] ] de vragen 2-6, 8 en 9 en de deskundigen samen vraag 7;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, J.E. Wichers en M.F. Eliens, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand