6. Interpretatie van resultaten (...)
Oorzaak van overlijden
Bij forensisch pathologisch onderzoek was sprake van ernstig schedelhersenletsel (sub A, B, C4 en D) als gevolg van stomp botsende krachtinwerking (van hevige aard), al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie).
Het schedelhersenletsel heeft aanleiding gegeven tot hersenfunctiestoornissen, op basis waarvan het ontstaan van een reanimatiebehoeftige toestand, de noodzaak tot ziekenhuisopname en het uiteindelijke overlijden worden verklaard. Het inwendige bloedverlies (sub A) kan hebben bijgedragen aan (de snelheid van) het overlijden.
Het schedelhersenletsel kan zijn veroorzaakt door een enkele alsook meervoudige impact op het hoofd. (...)
Vallen van beperkte hoogte (enkele meters) en/of gebruikelijke ‘huis-, tuin- en keukenongevallen’ zijn onvoldoende om het letselbeeld te kunnen verklaren. Dergelijke krachtinwerkingen zijn in beginsel onvoldoende voor het ontstaan van een bloedophoping onder het harde hersenvlies, hersenkneuzing of hersenletsel door zuurstof- of doorbloedingstekort. In het merendeel van de gevallen leidden deze krachtinwerkingen ook niet tot significant neurologisch disfunctioneren. De verhaalde toedracht (val van geringe hoogte) past daarom niet bij de letselernst.
Doorgaans is sprake van een direct ontstaan van klinische verschijnselen na fataal verlopende krachtinwerking op het hoofd (zoals abnormaal huilen met een atypisch geluid, inadequaat drinken, ademhalingsproblemen, trekkingen en stoornissen van het bewustzijn).
Ten aanzien van de traumatische afwijkingen wordt verder het volgende overwogen:
Letsel ter hoogte van de schedelhuid en schedel
Hoog aan het achterhoofd was een bloeduitstorting in de schedelhuid en het onderliggende botvlies (sub C4) door stomp botsende krachtinwerking (waaronder slagen, stoten of vallen). Aan de rechterzijde van de schedel was een complexe breuk door hevige stomp botsende en/of samendrukkende krachtinwerking. (…)
Bloeduitstorting onder het harde hersenvlies
Onder het harde hersenvlies was bloeduitstorting (sub A, C4 en D). Dit is het gevolg
van het (af)scheuren van zogeheten brugvenen; zoals kan optreden bij hevige
stomp botsende en/of dynamische krachtinwerking op het hoofd. Een andere
oorzaak voor deze bloeduitstorting is niet gebleken. (…)
Bloeduitstortingen in en bij de ogen
In het netvlies van beide ogen waren uitgebreide bloeduitstortingen (sub A en E);
verspreid over het hele netvlies en in alle lagen. Verder waren er bloeduitstortingen
in het glasvocht van beide ogen en in het rechteroog was er een netvliesplooi (over
de gele vlek). Ook waren er bloeduitstortingen rond beide oogzenuwen met geringe
uitbreiding in het omgevende vetweefsel. Deze bevindingen zijn ontstaan als gevolg
van hevige dynamische en/of stomp botsende krachtinwerking op het hoofd; een
andere oorzaak is niet gebleken. (…)
Breuk van de rechteronderarm
Naast de schedelbreuk was er een oudere breuk in de rechteronderarm (sub A, B en
C5). Deze breuk is het gevolg van hevige krachtinwerking en kan niet zijn ontstaan
bij normaal uitgevoerde handelingen bij verzorging of hantering van een kind. (…)
Ziekelijke afwijkingen
Blijkens de medische gegevens alsook bij uit- en inwendige schouwing met alle aanvullende onderzoeken (radiologisch, lichtmicroscopisch, neuropathologisch, oogpathologisch en metabool onderzoek) waren er geen ziekelijke afwijkingen die het overlijden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis kunnen zijn geweest.
Conclusie
[slachtoffer 1] , 12 weken oud, is overleden aan de gevolgen van ernstig schedelhersenletsel. Dit schedelhersenletsel is ontstaan door hevige stomp botsende krachtinwerking op het hoofd, al dan niet in combinatie met dynamische krachtinwerking (repeterende bewegingen met acceleratie-deceleratie en rotatie).
Een relevante hevige krachtinwerking als oorzaak voor het schedelhersenletsel is, voor zover bekend bij ondergetekende, niet gemeld. (...)
8. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van het overlijden van een bijna 3 maanden oude jongen (met bijlagen), opgemaakt door [deskundige 3] , kinderarts, NFI-deskundige forensische geneeskunde minderjarigen, van 8 december 2023, opgenomen op pagina 105 e.v. van het forensisch dossier (deel 6 van 7 van het dossier), voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 3]:
6. Interpretatie bevindingen
Hieronder volgt eerst een samenvatting van de bevindingen bij leven vastgesteld,
Klinische verschijnselen - Hersenfunctiestoornissen - Epilepsie (…)
Forensische duiding van hersenfunctiestoornissen in dit geval (...)
Om 07:42 uur kwam de 112 melding bij de centrale binnen.
De afwijkende ademhaling met adempauzes, het slap zijn en ook het gedaalde bewustzijn dat werd beschreven in de uitwerking van de 112 melding typeer ik als uitingen van hersenfunctiestoornissen.
Bij aankomst van de ambulance om 07:54 uur, 11-12 minuten na de melding, was [slachtoffer 1] slap, bleek en afwezig. De ademhaling van het kind was niet toereikend, en deze werd ondersteund door masker-ballon beademing. Circa 15 minuten na aankomst van de ambulance begon het kind wat te kreunen en later ook te huilen. Hij had een wisselend bewustzijn. De bevindingen beschreven door de ambulanceverpleegkundigen typeer ik als hersenfunctiestoornissen (hierbij waren geen zichtbare tekenen van epileptische activiteit).
[slachtoffer 1] werd in slaap gebracht, verslapt, kreeg een beademingsbuis, werd beademd en naar het [naam 1] vervoerd, alwaar hij om 09:06 uur arriveerde.
In het ziekenhuis kan [slachtoffer 1] aanvankelijk niet uitgebreid neurologisch worden onderzocht, omdat hij middels medicatie was verslapt en in slaap werd gehouden.
Na afbouwen van de medicatie en verwijderen van de beademingsbuis op 6 oktober 2022, waarbij het mij niet duidelijk is geworden hoe laat dat precies gebeurde, werd [slachtoffer 1] wakker en ademde zelf. In het medisch dossier werd door een arts geschreven dat [slachtoffer 1] neurologisch stabiel was. De verpleegkundige beschreef een bleek kind, dat slikte, maar niet wilde drinken, klagerig huilde en
“wat slapjes” was. (...)
Uit bovenstaande leid ik af dat in de periode in het ziekenhuis, na stoppen van de beademing [slachtoffer 1] weliswaar goed ademde, maar dat van volledig normaal functioneren/ een volledig normaal beeld, geen sprake is geweest. Het af en toe bij zijn, het klagerig huilen, niet willen drinken en slapjes zijn, aanhoudend, typeer ik als uitingen van hersenfunctiestoornissen.
Om 15:15 uur die middag liet [slachtoffer 1] een epileptische aanval zien (trekkingen van de ledematen).
Vanaf dat moment volgden de epileptische aanvallen elkaar frequent op, was sprake van aanhoudende aanvallen, die al dan niet zichtbaar waren bij het kind. Dit zijn uitingen van ernstige hersenfunctiestoornissen.
Uiteindelijk stopten de epileptische aanvallen niet, ondanks maximale medicatie. Op 9 oktober 2022 werd de beademing gestaakt en overleed [slachtoffer 1] . (...)
Bij [slachtoffer 1] werden problemen, die getypeerd kunnen worden als hersenfunctiestoornissen (ademhalingsproblemen met ademstops, slap zijn, een
veranderd bewustzijn) genoemd vanaf 6 oktober 2022 omstreeks 07:42 uur. In de
dagen, weken en maanden ervoor werden geen verschijnselen of problemen
beschreven die kunnen wijzen in de richting van hersenfunctiestoornissen. Een
periode van normaal functioneren werd vanaf het moment van de 112 melding niet
meer beschreven. Wel was in het ziekenhuis, na het stoppen van de slaapmedicatie en de verslapping, sprake van een neurologisch stabiele situatie, waarbij het kind
zelfstandig ademde.
Bij [slachtoffer 1] was de ernstige epilepsie zeer waarschijnlijk het gevolg uitgebreide
schade aan de hersenen al dan niet in combinatie met prikkeling van de
hersenschors door de bloedingen onder het harde hersenvlies. (…) Vervolgens is het aannemelijk dat toename van de hersenschade is ontstaan als gevolg van een cascade aan reacties in de hersenen die uiteindelijk leidden tot een verminderde doorbloeding en verminderd zuurstofgehalte in de hersenen en zwelling van de hersenen. (…)
Bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies (“subdurale hematomen”) (…)
Forensische duiding subdurale bloeduitstortingen in dit geval
Bij [slachtoffer 1] werden in de medische gegevens geen aanwijzingen gevonden voor een
onderliggende ziekte als verklaring voor de afwijkingen in en bij de hersenen.
De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, afzonderlijk beschouwd, zijn iets
waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking (als gevolg
van repeterend acceleratie-deceleratie trauma, een contacttrauma of een combinatie
van beide) dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (…)
De bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies zijn het gevolg van forse
krachtsinwerking.
De aanwezigheid van bloeduitstorting onder het harde hersenvlies, afzonderlijk
beschouwd, is iets waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele
krachtsinwerking/ toegebracht (ais gevolg van forse repeterende acceleratie-
deceleratie krachtsinwerkingen, contacttrauma of een combinatie van beide) dan
onder de hypothese forse accidentele krachtsinwerking. (…)
Schedelbreuk (…)
Forensische duiding botbreuken schedel in dit geval
Bij [slachtoffer 1] werd een “gevorkte” breuk van de schedel rechtsboven vastgesteld op 6 oktober 2022.
De aanwezigheid van meerdere breuklijnen, doorlopend tot verschillende
schedelnaden wordt als 'complex' gedefinieerd.
De botbreuken van de schedel zijn het gevolg van krachtsinwerking(en) op het
hoofd.
De aanwezigheid van complexe botbreuken van de schedel op zichzelf differentieert
niet goed tussen toegebrachte en accidentele krachtsinwerking op de schedel. Met
andere woorden, de aanwezigheid van een complexe botbreuk van de schedel bij
[slachtoffer 1] (afzonderlijk van de andere bevindingen) is ongeveer even waarschijnlijk
onder de hypothese toegebracht als onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De complexe schedelbreuk in combinatie met uitgebreide
bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies en uitgebreide hersenweefselschade
wijst in de richting van een niet-accidentele (toegebrachte) krachtsinwerking.
Hierbij merk ik op dat vanwege het aspect van de schedelbreuk ik deze niet
kenmerkend vind voor het type schedelbreuk dat gezien kan worden na een
ongecompliceerde val van geringe hoogte. (…)
Netvliesbloedingen (…)
Forensische duiding netvliesbloedingen in dit geval
De oogarts beschreef, dat bij [slachtoffer 1] op 7 oktober 2022 sprake was van uitgebreide
netvliesbloedingen in “alle kwadranten” in beide ogen, in alle lagen van het netvlies.
Er waren geen aanwijzingen voor een (bijdragende) medische oorzaak voor de
netvliesbloedingen.
De netvliesbloedingen zijn ontstaan als gevolg van forse krachtsinwerking(en). (…)
De aanwezigheid van de uitgebreide netvliesbloedingen in beide ogen van [slachtoffer 1] ,
veel, in alle lagen, in alle kwadranten en rondom de papil (bij de oogzenuw, waar de
oogzenuw de oogbol verlaat) op de leeftijd van bijna 3 maanden acht ik op basis van
beschikbare literatuur en expertise waarschijnlijker onder de hypothese forse
niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking.
Op basis van (het fatale beloop van) klinische bevindingen, een tot kort voor 07:42 uur op 6 oktober 2022 normaal functionerend kind, de bevindingen bij aanvullend onderzoek, en de afwezigheid van ondersteunende bevindingen voor een ziekte, duiden de hersenfunctiestoornissen die bij [slachtoffer 1] optraden op doorgemaakte forse krachtsinwerking(en) - van het type forse impact en/ of acceleratie/deceleratie krachten - op het hoofd.
(...)
Dateren van hersenletsel (...)
Datering hersenletsel in dit geval (...)
De ernstige verschijnselen bij presentatie aan de (112) centralist en vervolgens ambulanceverpleegkundige en arts, het niet meer (volledig) normaal functioneren vanaf dat moment, de ernstige epilepsie als gevolg van ernstige hersenschade, en uiteindelijk het overlijden daardoor, passen bij een oorzakelijke forse krachtsinwerking op het hoofd juist vóór (ordegrootte: seconden tot minuten) het ontstaan van de acute klinische verschijnselen en na het laatste moment van normaal functioneren. (...)
Combinatie van bevindingen (...)
Alles afwegende is ondergetekende van oordeel dat bij een voorheen gezond kind van bijna 3 maanden oud, het aantreffen van de hiervoor beschreven combinatie van medische bevindingen waarschijnlijker is onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking (toegebracht) dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. De combinatie van bevindingen past bij forse krachtsinwerking waarbij in ieder geval (gezien de schedelbreuk) op enig moment sprake moet zijn geweest van een impact krachtsinwerking op het hoofd, met daarbij mogelijk repeterende acceleratie- deceleratie krachten. In de ontvangen gegevens werd een dergelijke forse krachtsinwerking niet vermeld. (...)
NB: Indien de combinatie van alle vastgestelde bevindingen bij [slachtoffer 1] worden beschouwd dan geeft het op twee in de tijd gescheiden momenten aanwezig zijn van bevindingen die wijzen in de richting van toegebracht letsel aanvullende bewijskracht in de richting van toegebracht letsel.
Bevindingen in het licht van krachtsinwerkingen genoemd in verklaringen.
In de ontvangen gegevens werden een aantal momenten genoemd waarbij een krachtsinwerking plaatsvond. (...)
Voor alle bovenstaande incidenten geldt dat uitingen van hersenfunctiestoornissen niet werden beschreven/vermeld, [slachtoffer 1] zou steeds normaal hebben gefunctioneerd.
Gezien de ernst van de verschijnselen en het klinisch beloop op 6/7 oktober 2022, waarbij het kind overleed op 9 oktober 2022, acht ik de hierboven beschreven krachtsinwerkingen variërend van 1,5 maand tot 5 dagen voor presentatie in het ziekenhuis uitgesloten als (al dan niet bijkomende) oorzaak van het ernstige hersenletsel/hersenfunctiestoornissen met de ernstige klinische verschijnselen en het uiteindelijk overlijden van [slachtoffer 1] . Een symptoomvrije periode van 1,5 maand tot 5 dagen, waarna acute ernstige symptomen optreden en een kind uiteindelijk overlijdt aan ernstig hersenletsel, is in de literatuur niet beschreven en is medisch gezien ook niet plausibel. (...)
Een val van een commode van circa 90 cm hoog beschouw ik op basis van de literatuur als een val van korte afstand. Vallen van korte afstand, zoals een commode, kunnen leiden tot een schedelbreuk, maar leiden zelden of nooit tot (goed gedocumenteerde) ernstige levensbedreigende letsels in het hoofd.
Ik acht de aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, en de uitgebreide netvliesbloedingen in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van een commode, waarbij het kind bovendien na de val nog normaal zou hebben gefunctioneerd. (...)
7. Beantwoording vraagstelling
(...)
Alleen de hersenbloeding bij de tante werd door mij niet eerder beschouwd.
Bij [slachtoffer 1] waren geen kenmerken in de medische voorgeschiedenis, in de anamneses, bij de lichamelijke onderzoeken en bij de aanvullende onderzoeken aanwezig die in de richting van een stollingsprobleem wezen, zoals bij deze tante het geval was geweest. De combinatie van bevindingen bij [slachtoffer 1] is niet het gevolg van een vitamine K tekort, zoals dit bij de tante destijds speelde. (...)
9. Een geschrift, te weten het NFI-rapport Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van aanvullende vragen (met bijlagen), opgemaakt door drs. [deskundige 3] , kinderarts, NFI-deskundige forensische geneeskunde minderjarigen, van 2 september 2024, los opgenomen in het strafdossier, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 3]:
6. Interpretatie bevindingen
Aanvullende bevindingen op basis van het forensisch-pathologisch onderzoek (…)
Hieronder volgt een korte duiding van deze aanvullende bevindingen.
(...)
Bloedingen bij de oogzenuwen, glasvochtbloedingen, bloedingen in het vetweefsel en een perimaculaire plooi
Bij oogpathologisch onderzoek werden, behalve de uitgebreide netvliesbloedingen,
zoals ook bij leven vastgesteld, ook beiderzijds bloedingen rondom de oogzenuw
(onder de hersenvliezen in de opticus schede), glasvochtbloedingen en uitbreiding van bloeding in het vetweefsel bij de ogen gezien. In het rechteroog was tevens
sprake van een plooi bij de gele vlek ‘'perimaculaire plooi’).
Recent verscheen een update van de klinische richtlijn over toegebracht schedelhersenletsel en het oog. In deze richtlijn wordt aangegeven dat de bevindingen zoals hierboven beschreven het gevolg zijn van krachtsinwerking en wijzen op zeer forse krachtsinwerkingen. Specifiek over plooien bij de gele vlek wordt in deze richtlijn beschreven dat dit suggereert dat er meermaals acceleratie/deceleratie (“cycles of acceleration and deceleration”) heeft plaats gevonden. Perimaculaire plooien, zo zegt de richtlijn, zijn zeer suggestief voor mishandeling, maar ze zijn hiervoor ook niet pathognomisch. Perimaculaire plooien zijn ook in enkele casus beschreven na fatale auto ongelukken en ernstige crush letsels van het hoofd. Bloedingen rondom de oogzenuw werden significant meer gezien bij sectie als sprake was van mishandeling dan als sprake was van een andere oorzaak.
Wat betreft vallen van lage hoogte werd in deze geupdatete richtlijn nog vermeld dat het onwaarschijnlijk is dat vallen van lage hoogte netvliesbloedingen veroorzaken. Wanneer er toch retinabloedingen ontstaan na een val van lage hoogte zijn ze doorgaans beperkt tot een oog en gelokaliseerd in de achterpool. Uitgebreide netvliesbloedingen na vallen van lage hoogte worden beschreven na een val in combinatie met een crush (samendrukkend) mechanisme (zoals een ouder die op een kind valt) en hoog energetisch trauma. (...)
Op basis van literatuur en expertise acht ik de combinatie van aanvullende bevindingen in het oog aanvullende bewijskracht geven in de richting van een
niet-accidentele krachtsinwerking. In de eerdere rapportage (…) concludeerde ik dat de uitgebreide netvliesbloedingen niet pasten bij een val van een commode. De aanvullende bevindingen die bleken uit oogpathologisch onderzoek ondersteunen deze conclusie. (...)
Aanvulling literatuur
(...) Gelet op de vraagstelling heb ik ervoor gekozen in Bijlage 1 een samenvatting te geven van literatuur over vallen van lage hoogte bij jonge kinderen, en het hierbij ontstaan van letsels zoals schedelbreuken, bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, netvliesbloedingen en andere afwijkingen in de ogen, en het vóórkomen van overlijden.
De overall conclusie is dat vallen van lage hoogte regelmatig (tot circa 50% van de kinderen) voorkomen in het eerste levensjaar. Deze vallen leiden bij gezonde kinderen zelden tot letsel. Als een letsel werd gevonden was dat een schram of blauwe plek. Zeer zelden werden botbreuken (zoals een schedelbreuk) beschreven. (...)
Specifiek de combinatie van bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies beiderzijds, een schedelbreuk, uitgebreide netvliesbloedingen en netvliesplooi, en uitgebreide hersenweefselschade en vervolgens overlijden na een val van een commode/val van voorwerp van gelijke hoogte (circa 90-100 cm) wordt niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur.
7. Beantwoording vraagstelling
(…)
2. Kunnen de geconstateerde hoofdletsels het gevolg zijn geweest van de
beschreven val van de commode?
(...) Ik acht de aanhoudende hersenfunctiestoornissen met dodelijke afloop, de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, en de uitgebreide netvliesbloedingen inclusief netvliesplooi en andere afwijkingen in/bij de ogen, en de schedelbreuk in combinatie, maar ook afzonderlijk beschouwd, niet passend bij een ongecompliceerde val van een commode.
Ook als de valhoogte niet 90, maar circa 100 cm zou zijn geweest, zoals moeder verklaarde (proces- verbaal documentcode G-003-04), verandert mijn conclusie niet. (…)
Zijn er omstandigheden van een val van een commode denkbaar die maken dat de
hoofdletsels aannemelijker worden onder die hypothese?
1k denk aan omstandigheden als het vastgrijpen van een vallend kind, waardoor een
kind een rare draai (rotatie) beweging maakt. (…)
(...) Gelet op het door u genoemde voorbeeld van vastgrijpen, blijkt, zoals beschreven in mijn vorige rapportage op pagina 19 (kader) en in deze rapportage bij het opnieuw beoordelen van de beelden van de reconstructie van de val met een pop (VRH 2022-10-599033) mijns inziens niet dat de pop nog werd vastgegrepen voor of tijdens de val (...). Als desondanks wordt uitgegaan van een rotatiecomponent (‘rare draai’), dan is dit geen verklaring voor het ernstige fataal verlopen schedelhersenletsel, gezien de beperkte (rotatie) krachtsinwerkingen onder de gemelde omstandigheden. (...)
6. Kunnen de geconstateerde netvliesbloedingen, doorgaans een sterke indicatie
voor de hypothese shaken baby syndroom, ook een andere oorzaak hebben?
Kunnen deze bloedingen ook zijn veroorzaakt door een plotselinge val de commode
in deze zaak? (…)
(...)
Uitgebreide netvliesbloedingen na een val van lage hoogte worden beschreven na een val in combinatie met een crush (samendrukkend) mechanisme (zoals een ouder die op een kind valt) en hoog energetisch trauma. (...)
10. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch-medisch rapport minderjarige (genummerd LOEF2024-012), opgemaakt door [deskundige 2] , forensisch arts KNMG, van 23 oktober 2024, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 2]:
(...)
7 Interpretatie
[slachtoffer 1] werd op 6 oktober 2022, op de leeftijd van 11 weken en 6 dagen, na een reanimatiesetting thuis, opgenomen in het UMC [plaats 3] . Daar bleek sprake te zijn van ernstig hersenletsel, waaraan [slachtoffer 1] op 9 oktober 2022 overleed. [slachtoffer 1] had naast het hersenletsel ook een schedelbreuk, bloed tussen de hersenen en de schedel, netvliesbloedingen in de ogen en een botbreuk in de rechter arm. De bevindingen worden afzonderlijk en in combinatie besproken. (...)
Combinatie van bevindingen
Het fataal verlopen hersenletsel bij [slachtoffer 1] dat heeft geleid tot een reanimatiesetting met bewustzijnsverlies, ademhalingsproblemen en een onregelmatige hartslag, is passend bij een forse krachtsinwerking op het hoofd. Deze forse krachtsinwerking lijkt tevens de oorzaak te zijn voor het
bloed onder het harde hersenvlies, de netvliesbloedingen en de schedelbreuk. Hoewel datering van deze medische bevindingen niet noodzakelijkerwijs op eenzelfde ontstaansmoment wijzen, is dezelfde benodigde kracht wel een sterke aanwijzing voor een relatie tussen de bloedingen en de schedelbreuk, en het ernstige hersenletsel. De benodigde krachtsinwerking moet immers zo fors zijn geweest, dat het zeer aannemelijk is dat er verschijnselen zoals bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen optreden. (...)
Er zijn geen medische aandoeningen geconstateerd die de combinatie van bevindingen kunnen verklaren. De geconstateerde letsels zijn, in combinatie bezien, niet ontstaan bij gebruikelijke verzorgingshandelingen, of bij de geboorte.
Het toebrengen van hersenletsel bij kleine kinderen door middel van schudden en/of impact, is dusdanig heftig dat getuigen de handeling direct als gevaarlijk zouden kwalificeren. Enigszins wild of ruw omgaan met kinderen valt duidelijk buiten deze mate van heftigheid. In verklaringen van bekennende daders wordt gesproken van (zeer) gewelddadig schudden, geregeld vaker dan eens. (...)
Als sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind, en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk zal zijn geweest om normaal te functioneren. (…)
Uitgaande van de benodigde forse kracht en van het beschreven moment van optreden van de onwel wording in relatie met de door vader beschreven (en door mij op video bekeken) gebeurtenissen op 6 oktober 2022, lijkt een benodigde complicerende factor bij de val van de commode te ontbreken. Als een val van een commode bij uitzondering tot fataal hersenletsel zou hebben geleid, dan lijkt een complicerende factor zoals bijvoorbeeld een forse toegevoegde draaisnelheid noodzakelijk te zijn geweest. (…)
Als vader echter, zoals hij voordeed tijdens een verhoor, vrijwel tegen de commode aan gestaan heeft tijdens de val waarbij hij [slachtoffer 1] door zijn armen glipte, dan ontbreekt de ruimte voor een dergelijke complicerende factor in de val.
Als de val van de commode (al dan niet zoals beschreven en voorgedaan) of een andere handeling op dat moment de oorzaak van het hersenletsel zou zijn geweest, dan was een onmiddellijk ontstaan van bewustzijnsproblemen en ademhalingsproblemen te verwachten geweest. Een veroorzakende niet gemelde krachtsinwerking dichter in de tijd op de constatering van de klinische noodsituatie, of een eerder ontstaan van de klinische noodsituatie na de gemelde val van de commode, zouden wel verklarend kunnen zijn.
Concluderend:
Ik acht de combinatie van bevindingen een gevolg van een forse krachtsinwerking (schudden, impact, of een combinatie van beide). Deze forse krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Bij de beschreven en gedemonstreerde val van de commode ontbreekt een noodzakelijke complicerende factor.
Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking.
8. Beantwoording vragen
(...)
4. Wat is de waarschijnlijkheid van de geconstateerde letsels en/of afwijkingen
(afzonderlijk en in combinatie) bij weging van de volgende hypothesen?
- Medisch (ziekelijke oorzaak)
- Relatie met de geboorte
- Niet-accidentele krachtsinwerking
- Accidentele krachtsinwerking (waaronder medische handelingen)
Voor de combinatie van bevindingen zijn een medische oorzaak en de geboorte als oorzaak uitgesloten. Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese niet- accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (…)
5. De volgende specifieke hypothesen zijn genoemd als verklaring voor de
geconstateerde letsels en/of afwijkingen:
- huidverkleuringen wangen/kaaklijn: oppakken, tillen onder de oksels waardoor
hoofdje tegen de duimen van de persoon die de baby optilde knalde/bokte. Krabben
van de warmte (verklaring [getuige 1] )
- stoten pilaar: [verdachte] tilde [slachtoffer 1] op en toen botste [slachtoffer 1] met zijn hoofd tegen
het kozijn/pilaar (verklaring [naam 2] )
- incident box: de boxbodem in de linkerhoek is naar beneden gezakt toen [slachtoffer 1]
en [Dochter verdachte] in box lagen (verklaring [naam 3] )
- hersenbloeding tante: tante van [slachtoffer 1] heeft toen zij zes weken oud was 2 keer
een hersenbloeding gehad. Erfelijkheid, verklaring voor hersenletsel [slachtoffer 1] ?
(verklaring [naam 3] )
- huidverkleuring in nek: verklaring [verdachte] : [slachtoffer 1] heeft zijn hoofd gestoten in
de nacht (19-09-2022)
- de letsels en/of afwijkingen zijn het gevolg van het vallen van de commode op 6 oktober 2023
- de letsels en/of afwijkingen zijn het gevolg van het beetpakken van het been
tijdens val incident van commode op 15 september 2023
Zou u de waarschijnlijkheid van de letsels en/of afwijkingen ook onder die specifieke hypothese(n) kunnen bepalen?
De combinatie van de letsels in het hoofd, inclusief de netvliesbloedingen, lijken te moeten zijn ontstaan op 6 oktober 2022, en zijn het gevolg van een forse accidentele of niet-accidentele krachtsinwerking. De letsels in het hoofd zijn daarmee niet passend bij verklaringen van eerder.
De letsels in het hoofd zijn niet passend bij de verklaring van het losschieten van een hoek van de box op 4 oktober 2022, gezien de beperkte valhoogte van circa 30 cm en het normaal functioneren nadien.
De beschreven aandoening bij een tante die door een probleem met haar lever te weinig vitamine K zou hebben aangemaakt, is niet aan de orde bij [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft na de geboorte een injectie met vitamine K gekregen, en hij werd gevoed met flesvoeding waarin standaard voldoende vitamine K zit.
Ik acht de benodigde kracht voor het ontstaan van de onderhuidse bloeduitstortingen op de wangen groter dan uit de gegeven verklaring van het stabiliseren van het hoofd naar voren lijkt te komen. Zelf krabben is geen passende verklaring. Het tweemaal stoten tegen een pilaar is ook geen passende verklaring, vanwege de vorm en locaties van de onderhuidse bloeduitstortingen. (…)
7. Wat is de (te verwachten) genezingsduur van de geconstateerde letsels en/of
afwijkingen? Bestond er risico op overlijden? Zijn er eventueel medische
restgevolgen?
Er was niet alleen een risico op overlijden, [slachtoffer 1] is ook daadwerkelijk overleden.
De ernst van het hersenletsel was dusdanig, dat op een andere manier medisch ingrijpen (zoals bijvoorbeeld eerder of anders reanimeren) zeer waarschijnlijk het overlijden niet had kunnen voorkomen. (...)
79. Wat kunt u zeggen over het moment van optreden van medische klachten na een
krachtinwerking op het hoofd?
Als sprake is van een acute klinische noodsituatie met bewustzijnsvermindering en ademhalingsproblemen bij een tot die tijd normaal functionerend kind, en bij een nadien geconstateerd zeer ernstig hersenletsel met hersenweefselversterf, een bloeduitstorting onder het harde hersenvlies en uitgebreide netvliesbloedingen, dan is de krachtsinwerking zo fors geweest dat het na de krachtsinwerking niet mogelijk zal zijn geweest om normaal te functioneren. (…)
20. Welke klachten zijn te verwachten bij het geconstateerde letsel en op welk(e)
moment (en) kunnen of moeten die zijn opgetreden? (…)
Als de val van de commode (al dan niet zoals beschreven en voorgedaan) of een andere handeling op dat moment de oorzaak van het hersenletsel is geweest, dan zou een onmiddellijk ontstaan van bewustzijnsproblemen en ademhalingsproblemen te verwachten zijn geweest. Een veroorzakende niet gemelde krachtsinwerking dichter in de tijd op de constatering van de klinische noodsituatie, of een eerder ontstaan van de klinische noodsituatie na de gemelde val van de commode, zouden wel verklarend kunnen zijn. Het leegdrinken van een fles acht ik na ontstaan van het hersenletsel bij [slachtoffer 1] niet mogelijk.
11. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch-medisch rapport minderjarige (genummerd LOEF2024-012) (aanvulling), opgemaakt door [deskundige 2] , forensisch arts KNMG, van 1 november 2024, voor zover inhoudende als bevindingen van [deskundige 2]:
(…) ik ontving van de rechtbank het verzoek om aanvullend te rapporteren naar aanleiding van het sectierapport met bijlagen waarover ik nog niet beschikte. (...) In het verzoek staat de vraag vermeld of mijn kennisneming van het NFI-rapport van [deskundige 1] van 8 december 2023 en de daarbij behorende bijlagen tot een andere of nadere conclusie leidt.
5. Beantwoording (…)
Reactie op sectierapport
De sectiebevindingen passen in mijn conclusie dat de combinatie van bevindingen het gevolg is geweest van een forse krachtsinwerking op het hoofd. (…)
Ik acht de combinatie van bevindingen een gevolg van een forse krachtsinwerking (schudden, impact, of een combinatie van beide). Deze forse krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Bij de beschreven en gedemonstreerde val van de commode ontbreekt een noodzakelijke complicerende factor.
Ik acht de combinatie van bevindingen waarschijnlijker onder de hypothese
niet-accidentele krachtsinwerking dan onder de hypothese accidentele krachtsinwerking. (...)
12. de verklaring van de deskundige [deskundige 3] op de terechtzitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting voor zover inhoudende als verklaring van [deskundige 3]:
Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar vallen van lage hoogte (1.2 tot 1.5 m) en het letsel dat dergelijk vallen tot gevolg kan hebben. Als ik kijk naar alle bevindingen bij [slachtoffer 1] in combinatie met het gevolg, zijn dood, dan wordt die combinatie in de literatuur niet beschreven. Ik vind de combinatie van bevindingen niet passend bij de geringe krachtsinwerking die een val van de commode teweeg brengt.
De val van de commode zoals verdachte deze ter terechtzitting heeft beschreven is een ongecompliceerde val. Een simpele val op een vlak oppervlak waarbij onderweg niets wordt geraakt en waarbij geen versnelling of draai optreedt. Bij een complexe val kan je bijvoorbeeld denken aan een val van een schommel waarbij je al een hoge beginsnelheid hebt of waarbij je op een voorwerp valt. Ik heb de videobeelden van het verhoor van verdachte bekeken met de reconstructie van het vallen van de commode. Ik heb in die reconstructie niet gezien dat sprake zou zijn geweest van een versnelling of een draai voor of bij het vallen. Ik heb verdachte daar vandaag ook niet over horen verklaren. Verdachte heeft wel verklaard dat hij, op het moment dat [slachtoffer 1] viel, met zijn linkerhand het hoofdje van het kind gevoeld heeft. Dat geeft eerder een afremming dan een versnelling. (...)
Kijkend naar de bevindingen zijn deze beter passend onder de hypothese toegebracht letsel dan onder de hypothese accidenteel. (...)
Gelet op de uitgebreidheid van de netvliesbloedingen in beide ogen en de aanwezigheid van een netvliesplooi in één oog moet sprake geweest zijn van een forse krachtsinwerking. Dat geldt met name voor de netvliesplooi. Netvliesplooien ontstaan bij forse krachtinwerking zoals bij een heel ernstig ongeluk waarbij de auto meerdere keren over de kop gaat en het hoofd ernstig bekneld raakt.
Netvliesplooien worden beschreven bij auto-ongelukken, bij crush-ongelukken waarbij sprake is van ernstige samendrukking of beknelling of bij vallen van hele grote hoogte (vanaf meerdere verdiepingen). (...)
Het klopt dat ook de subdurale bloeding niet passend is bij een val zoals door verdachte beschreven. Zoals beschreven kan je bij vallen van geringe hoogte wel eens een schedelbreuk zien of een subduraal hematoom maar doorgaans beperkt tot het gebied waar de impact is en niet over beide hersenhelften en tussen de hersenhelften en op het vlies tussen de grote en kleine hersenen. (...)
13. de verklaring van de deskundige [deskundige 2] op de zitting van de rechtbank van 5 november 2024, zoals vervat in het proces-verbaal van de zitting voor zover inhoudende als verklaring van [deskundige 2]:
Ik heb nadat ik mijn aanvullend rapport op 1 november 2024 had ingestuurd alsnog de bijlagen bij het sectierapport van [deskundige 1] ontvangen. Deze bijlagen geven mij geen aanleiding tot nadere aanvulling van mijn bevindingen. (…)
Een ongecompliceerde val van 1 meter kennen we niet als oorzaak voor deze uitgebreidheid van letsels in het oog. Dit is slechts anders als sprake is geweest van een evidente gecompliceerde factor die de krachten, die normaal gesproken bij een val van 1 meter hoogte passen, heel duidelijk overstijgen. U kunt dan denken aan een hele forse draai of een beginsnelheid die ertoe leidt dat op het moment van impact de krachtsinwerking vergelijkbaar is als bij een val van meerdere verdiepingen hoog. Bijvoorbeeld in een poging om het kind tegen te houden waarbij het kind door zijn eigen lichaamsgewicht met volle snelheid ergens tegenaan klapt. Een ander voorbeeld is als je een kind bij twee benen vastpakt en met volle kracht tegen de muur slaat, dan mis je ook de hoogte die je nodig hebt voor een forse krachtsinwerking maar je voegt wel kracht toe. Het gaat echt om forse toegevoegde krachten die ertoe leiden dat de impact vergelijkbaar is met bijvoorbeeld een val van grote hoogte. (...)
Met betrekking tot de datering van het hersenletsel sluit ik mij aan bij [deskundige 3] . In een Franse studie naar bekennende daders van schudden, al dan niet met impact, geven alle daders aan dat al tijdens het schudden de baby slap werd. Als er dusdanig ernstige verschijnselen ontstaan dat je reanimatie behoeftig wordt dan treedt die situatie direct in. Ik zou zeggen eerder binnen seconden dan minuten.
Na de veroorzakende krachtsinwerking is het uitgesloten dat er nog normaal functioneren mogelijk was. (…) Voor de combinatie van bevindingen en het hersenletsel geldt dat eerdere incidenten zoals door de verdediging aangedragen kunnen worden uitgesloten als oorzaak voor het letsel. (...)
In mijn eindconclusie trek ik twee conclusies. De eerste conclusie luidt dat er forse krachtsinwerking is geweest. Die krachtsinwerking kan zowel accidenteel als niet-accidenteel zijn. Onder de hypotheses die genoemd zijn gaat een bewijskracht uit richting niet-accidenteel letsel omdat accidentele valpartijen met complicerende factoren ook een mogelijkheid zijn. (…) De stelligheid zit niet in de weging accidenteel/niet-accidenteel, de stelligheid zit in de krachtsinwerking. Er is een forse krachtsinwerking geweest die de mate van kracht in de beschreven ongecompliceerde val van de commode te boven gaat.
14. Het in de wettelijke vorm proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] van 11 oktober 2022, opgenomen op pagina 335 e.v. van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1]:
V: Vraag verbalisant
A: Antwoord getuige
O: Opmerking verbalisant
V: Wanneer kreeg jij voor het eerst te horen dat er wat was?
A: Toen het gebeurd was, toen hij van de commode was gevallen, heeft [verdachte] mij direct in paniek gebeld. Hij zei: [getuige 1] , ik weet niet wat ik moet doen. Ik zei: Jij belt 112 en ik bel mama. Dus ik heb mijn moeder gebeld. Ik zei: [verdachte] is helemaal in paniek. Het enige wat hij zei was: hij doet niks meer.