ECLI:NL:GHARL:2026:3109

ECLI:NL:GHARL:2026:3109

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer 200.360.827
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verzoek gezamenlijk gezag (artikel 1:253c lid 1 BW) afgewezen, zullen strijdpunten ontstaan, goed contact met het kind dat er nu is moet niet in gevaar worden gebracht. Omgangsregeling bekrachtigd, 3 weekenden bij de ene ouder en één weekend bij de andere ouder.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.360.827

(zaaknummer rechtbank Gelderland 449673)

beschikking van 19 mei 2026

in de zaak van

[verzoeker] (de vader)

die woont in [woonplaats1]verzoeker in hoger beroep

advocaat: mr. B. Willemsen

en

[verweerster] (de moeder)

die woont in [woonplaats2] ,

verweerster in hoger beroep

advocaat: mr. W.G. Kuster-van de Ven.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 10 juli 2025, uitgesproken onder zaaknummer 449673. Deze beschikking wordt hierna ook genoemd: de bestreden beschikking.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 november 2025;

- het verweerschrift met incidenteel hoger beroep met producties;

- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;

- de stukken van de moeder van 24 februari 2026;

- de stukken van de vader ingediend op 10 maart 2026;

- de stukken van de moeder ingediend op 12 maart 2026.

De zitting was 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat,

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

[de minderjarige] heeft op 13 april 2026 in het gerechtsgebouw een gesprek gehad met de voorzitter en de griffier in deze procedure.

3. De feiten

De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2018. De vader heeft [de minderjarige] erkend. De moeder heeft alleen het gezag over [de minderjarige] .

De vader en de moeder hebben ook twee meerderjarige kinderen: [de meerderjarige1] en [de meerderjarige2] .

[de minderjarige] stond onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, van 16 juni 2022 tot 16 juni 2023.

Bij beschikking van 4 oktober 2022 is een omgangsregeling vastgesteld die inhoudt dat [de minderjarige] elke vrijdag uit school tot maandag bij de vader verblijft.

4. De omvang van het geschil

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank:

- het verzoek van de vader om hem samen met moeder met het gezag over [de minderjarige] te belasten, afgewezen;

- de beschikking van 4 oktober 2022 gewijzigd en als omgangsregeling bepaald:

* dat [de minderjarige] in een cyclus van vier weken drie weekenden achtereen bij de vader verblijft en één weekend bij de moeder

* dat [de minderjarige] iedere woensdag uit school tot donderdagochtend naar school bij de vader verblijft

* een regeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen vastgesteld.

De vader is het niet eens met de beslissing over het gezag en komt daarom in hoger beroep.

De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover dit het gezag betreft en zijn verzoek om naast de moeder met het gezag te worden belast, alsnog toe te wijzen.

De moeder voert verweer tegen het verzoek van de vader en is het niet eens met de beslissing over de omgangsregeling. Zij komt daarom ook in hoger beroep.

De moeder verzoekt het hof het verzoek van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te vernietigen voor zover daarbij de omgang is gewijzigd en alsnog een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en [de minderjarige] in die zin dat [de minderjarige] in een cyclus van drie weken twee weekenden achtereen bij de vader verblijft en één weekend bij de moeder, alsmede iedere woensdag uit school tot woensdagavond 18.00 uur, of een regeling vast te stellen die het hof juist acht.

De vader voert verweer tegen het verzoeken van de moeder en verzoekt het hof deze verzoeken af te wijzen.

5. De motivering van de beslissing

Gezag

Juridisch kader

In artikel 1:253c lid 1 BW staat dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechter kan verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het verzoek slechts wordt afgewezen indien

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Het hof is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank over het gezag in stand moet blijven. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank op dit punt over en voegt daaraan het volgende toe.

De ouders zijn onvoldoende in staat om samen [de minderjarige] op te voeden en met elkaar te overleggen over beslissingen over [de minderjarige] . In het verleden heeft [de minderjarige] onder toezicht gestaan en zijn diverse vormen van hulpverlening ingezet om de situatie te verbeteren, maar dit heeft niet tot voldoende vooruitgang geleid. Desondanks zijn de ouders toch in staat om een uitgebreide omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] uit te voeren. Dat [de minderjarige] een fijn contact met zijn vader heeft en heel regelmatig bij hem verblijft moet niet in gevaar worden gebracht. De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof in overweging gegeven dat wanneer de ouders gezamenlijk met het gezag zullen worden belast er vrijwel zeker nieuwe strijdpunten tussen de ouders gaan ontstaan en dat [de minderjarige] dan klem komt te zitten. Dat de ouders waarschijnlijk een traject Parallel Solo Ouderschap gaan uitvoeren maakt de situatie naar het oordeel van het hof niet anders. Dat dit traject nodig is laat juist zien dat de ouders niet in staat zijn om met elkaar te overleggen over [de minderjarige] en hem samen op te voeden.

Het hoger beroep van de vader ten aanzien van het gezag slaagt daarom niet.

Omgang

Juridische kader

De rechter kan op verzoek van een ouder een beslissing over de omgang wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Dat er een wijziging van omstandigheden is sinds de beschikking van 4 oktober 2022 over de omgang staat niet ter discussie.

Ter beoordeling ligt uitsluitend voor de reguliere omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] . De ouders hebben geen hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank vastgestelde verdeling van de vakanties en feestdagen.

De moeder heeft aangevoerd dat – anders dan de rechtbank heeft overwogen – [de minderjarige] feitelijk twee weekenden bij de vader en één weekend bij de moeder verbleef in plaats van drie weekenden bij de vader en één weekend bij de moeder. De ouders hanteren verschillende opvoedstijlen en de moeder vindt de huidige basisregeling te onrustig voor [de minderjarige] . Op donderdagmorgen na de overnachting bij de vader moet [de minderjarige] met de vader eerst een flinke reis afleggen om naar school te kunnen Daarnaast ziet [de minderjarige] zijn zussen nu minder en mist hij dat contact met de zussen. De moeder wil daarom terug naar de oude regeling.

De vader heeft de stellingen van de moeder betwist. Volgens hem verloopt de omgang goed en is nu sprake van regelmaat en structuur. [de minderjarige] vindt het fijn om doordeweeks een keer met de vader te trainen (kickboksen) en bij hem te overnachten. Het contact met zijn oudere zussen kan er ook zijn in het weekend dat [de minderjarige] bij hem verblijft.

Het hof is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank over de omgang tussen de vader en [de minderjarige] in stand moet blijven om de volgende redenen.

De moeder heeft op de zitting beaamd dat de omgang op zich goed verloopt en dat zij zich in de overnachting bij de vader van woensdag op donderdag eigenlijk wel kan vinden. De eerder door haar geuite zorgen over de wijze waarop de omgang door de vader wordt uitgevoerd heeft zij in hoger beroep niet herhaald.

De vader en [de minderjarige] gaan op woensdag en op zaterdag naar kickboksen. Het hof leidt uit de stellingen van partijen, en wat [de minderjarige] zelf heeft verteld, af dat [de minderjarige] dit erg leuk vindt. [de minderjarige] heeft aan de voorzitter verteld dat hij in de weekenden wel wat vaker bij zijn moeder zou willen verblijven, maar dat hij het wel jammer vindt om dan het kickboksen op zaterdag te missen.

Het hof is daarom van oordeel dat de huidige regeling voorlopig zo moet blijven en passeert het advies van de raad dat een ruim contact tussen de vader en [de minderjarige] belangrijk is, maar de verdeling wat scheef is wat betreft de besteding van de vrije tijd. De raad heeft opgemerkt dat het sociale leven van [de minderjarige] als hij wat ouder wordt zich meer bij zijn moeder in [woonplaats2] gaat afspelen, maar de ouders kunnen te zijner tijd nieuwe afspraken maken over de basisregeling. Op dit moment verloopt de door de rechtbank vastgestelde regeling goed en daarom moet deze in stand worden gelaten.

Het argument van de moeder dat [de minderjarige] zijn zussen minder ziet gedurende de weekenden is voor het hof niet zwaarwegend. Gebleken is dat een zus al zelfstandig woont en geen onderdeel van het gezin meer uitmaakt. De andere zus heeft ook een leeftijd die meebrengt dat zij haar eigen bezigheden zal hebben gedurende de weekenden.

Het hoger beroep van de moeder ten aanzien van de omgangsregeling slaagt dus ook niet.

Conclusie

Het voorgaande maakt dat het hof de bestreden beschikking, voor zover deze gaat over het gezag en de reguliere omgangsregeling, gaat bekrachtigen.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 10 juli 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, J.H. Lieber en H. Phaff, bijgestaan door de griffier, en is op 19 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand