Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde wil graag meer vrijheden hebben en wil graag overgeplaatst worden naar een afdeling voor begeleid wonen op het terrein van de kliniek. De raadsman heeft aangevoerd dat zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid van de terbeschikkinggestelde flink achteruit gaan. De raadsman heeft daarom het hof verzocht om goed te kijken of het recidivegevaar dat is vereist voor een verlenging van de terbeschikkingstelling nog aanwezig is. Daarnaast heeft de raadsman verzocht om een vingerwijzing van het hof aan de kliniek dat de terbeschikkinggestelde richting het begeleid wonen kan, omdat het fijn voor de terbeschikkinggestelde zou zijn als hij iets meer vrijheden krijgt.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft verzocht om de beslissing van de rechtbank te bevestigen. Er is sprake van een stoornis en het recidiverisico zonder de terbeschikkingstelling of bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is hoog. Uit de stukken van de kliniek blijkt dat de terbeschikkinggestelde niet in staat is om zelfstandig te functioneren. De terbeschikkinggestelde heeft nog veel intensieve zorg en begeleiding nodig. Er wordt gezocht naar een passende vervolgvoorziening. Het is niet realistisch dat er binnen één jaar een ander kader mogelijk zou zijn.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen.
Het hof is van oordeel dat de kliniek aandacht heeft voor de toenemende afhankelijkheid van de terbeschikkinggestelde op het gebied van onder meer mobiliteit, geheugen en algehele gezondheid en daarbij de mogelijkheden voor een geschikte vervolgplek onderzoekt. Het hof ziet dan ook geen aanleiding voor een vingerwijzing aan de kliniek.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 16 juni 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde].
Aldus gedaan door
mr. O.G. Schuur, voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. W.A. Holland, raadsheren,
en drs. R.A. Graaff en drs. I.A.M. Breukel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Ruiter, griffier,
en op 22 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Mr. W.A. Holland en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.