ECLI:NL:GHARL:2026:3113

ECLI:NL:GHARL:2026:3113

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer 200.362.887
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Het hof laat de beslissing van de rechtbank over de hoofdverblijfplaats in stand, maar stelt wel een andere zorgregeling vast tussen de vader en de minderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.362.887

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 595825

beschikking van 19 mei 2026

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder),

die woont in [woonplaats1] ,

advocaat: mr. F.A. Rost Onnes,

en

[verweerder] (de vader),

die woont in [woonplaats2] ,

advocaat: mr. T.C. Cooman.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 29 oktober 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Deze beschikking wordt verder ‘de bestreden beschikking’ genoemd.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het beroepschrift, ontvangen op 22 december 2025;

het verweerschrift van de vader met daarbij zijn incidenteel hoger beroep;

het verweerschrift van de moeder tegen het incidenteel hoger beroep van de vader;

een bericht namens de vader van 10 april 2026, met producties;

een bericht namens de moeder van 10 april 2026, met producties.

De mondelinge behandeling heeft op 21 april 2026 plaatsgevonden.

Hierbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat

de vader met zijn advocaat

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).

3. De feiten

De moeder en de vader zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2021.

De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] .

De moeder heeft nog een kind, [kind1] , geboren [in] 2024 uit een donortraject.

De vader heeft nog een kind uit zijn huidige relatie, [kind2] , geboren [in]

2024.

Op 23 oktober 2024 heeft de rechtbank Midden-Nederland een zorgregeling

vastgesteld, waarbij:

- [de minderjarige] in de even weken bij haar vader zal verblijven en in de oneven weken bij haar

moeder, met het wisselmoment op maandag tussen 10:00 en 11:00 uur;

- de schoolvakanties en feestdagen tussen de ouders bij helfte worden verdeeld, in

onderling overleg af te stemmen;

- het halen en brengen van [de minderjarige] de verantwoordelijkheid van de vader zal zijn.

4. De omvang van het geschil

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang:

de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader vastgesteld;

als zorgregeling vastgesteld dat [de minderjarige] een keer in de twee weken van vrijdag uit school tot zondagavond 18:30 uur bij de moeder verblijft waarbij de vader [de minderjarige] naar de moeder zal brengen en [de minderjarige] bij de moeder zal ophalen;

een vakantieregeling vastgesteld, waarbij voor de zomervakantie geldt dat [de minderjarige] in de even jaren eerst twee weken bij de moeder, daarna een week bij de vader, vervolgens een week bij de moeder en tenslotte twee weken bij de vader verblijft en in de oneven jaren eerst twee weken bij de vader, daarna een week bij de moeder, vervolgens een week bij de vader en tenslotte twee weken bij de moeder verblijft.

De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in

hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en:

- bepaalt dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en in de BRP op het adres van de moeder ingeschreven zal staan, waarbij de huidige zorgregeling, inclusief de vakantieregeling, zal worden omgedraaid;

- de moeder vervangende toestemming verleent om [de minderjarige] in te schrijven op de openbare basisschool [naam1] in [plaats1] .

De vader is het niet eens met het hoger beroep van de moeder en wil dat het hof haar

verzoeken afwijst. Hij is het zelf ook niet eens met de beslissing van de rechtbank over de

zorg- en vakantieregeling. Hij komt in hoger beroep van die beslissing en wil dat het hof:

- bepaalt dat beide partijen verantwoordelijk zijn voor het halen en brengen van [de minderjarige]

naar de andere ouder;

- bepaalt dat de vader [de minderjarige] bij de moeder zal ophalen op zondag om 16:30 uur,

althans op een tijdstip dat recht doet aan de belangen van [de minderjarige] ;

- bepaalt dat vanaf 2027 [de minderjarige] in de oneven jaren de eerste drie weken van de

zomervakantie bij de vader zal verblijven en de laatste drie weken bij de moeder, met

dien verstande dat [de minderjarige] het laatste weekend voordat de school begint thuis bij de vader is vanaf zaterdag 10:00 uur en dat [de minderjarige] in de even jaren vanaf 2028 de eerste

drie weken van de zomervakantie bij de moeder zal verblijven en de laatste drie weken bij de vader.

De moeder is het niet eens met het hoger beroep van de vader. Zij wil dat het hof de

verzoeken van de vader afwijst.

5. De motivering van de beslissing

Wat in de wet staat

De ouders hebben samen het gezag. Op grond van artikel 1:253a lid 4 van het

Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek

van de ouders of van een van hen een beslissing over de uitoefening van het ouderlijk gezag

wijzigen op de grond dat de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de

beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Deze gewijzigde regeling kan

(onder meer) omvatten:

a. een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, of

b. de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats

Het standpunt van de moeder

De moeder is altijd de hoofdverzorger van [de minderjarige] geweest. De vader was vrijwel

nooit thuis, hij zag [de minderjarige] hooguit twee dagen in de week. De vader is na het verbreken van

de samenleving vanuit de gezamenlijke woning in [plaats2] verhuisd naar [plaats3] en van

daaruit naar [plaats4] en [woonplaats2] . De moeder heeft, nadat zij tijdelijk bij haar ouders

heeft gewoond, nu een eigen woning in [woonplaats1] .

Het ouderschapsbemiddelingstraject via [naam2] is niet van de grond gekomen, omdat ouders niet constructief met elkaar konden communiceren en de standpunten te ver uit elkaar lagen.

Volgens de moeder is sprake van intieme terreur. De vader nam alle beslissingen, ook financiële keuzes, zonder de moeder daarin te betrekken. De moeder werd beperkt in de mogelijkheden om sociale contacten op te bouwen, een studie te volgen en over (haar) geld te beschikken. Het patroon van dwang en controle is na de scheiding toegenomen. Zo heeft de vader zijn toestemming onthouden voor een vakantie van [de minderjarige] met de moeder, het bezoeken van een Bumba-show en de inschrijving van [de minderjarige] op een basisschool. [de minderjarige] mag kleding en spullen die de vader heeft aangeschaft niet meenemen naar de moeder en andersom moet [de minderjarige] kleding die zij bij de moeder draagt uittrekken als zij bij de vader is. De vader diskwalificeert de moeder en heeft ingelogd op de email van de moeder. De moeder heeft het vermoeden dat de vader [de minderjarige] zoveel mogelijk van haar probeert te vervreemden. Sinds de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader is vastgesteld, wordt de moeder niet meer geïnformeerd over belangrijke zaken die betrekking hebben op het gezamenlijk gezag. Er is sprake van een proces van ouderonthechting. De moeder kan [de minderjarige] een stabiele opvoedingssituatie bieden.

Het standpunt van de vader

De vader was kostwinner, omdat de moeder niet in staat was fulltime te werken.

Wanneer de vader thuis was, droeg hij zorg voor [de minderjarige] en nam hij het huishouden, de

boodschappen en andere praktische zaken op zich. De vader betwist dat sprake is van intieme

terreur. De moeder kon gaan en staan waar ze wilde, ze had haar eigen rekening en het stond

haar vrij om een opleiding te gaan doen. Dit lukte echter niet vanwege haar psychische

gesteldheid. De moeder stelt dat de vader nauwelijks thuis was. Dit staat haaks op de

beschuldiging van structurele controle en dwingende aanwezigheid, aldus de vader.

Gedurende alle hulpverleningstrajecten waarbij ouders betrokken zijn geweest is nooit

sprake geweest van signalen, zorgen of gesprekken over psychisch geweld. Ook in de

procedure bij de rechtbank is dit niet ter sprake geweest. Er zijn geen aanwijzingen dat het

belang van [de minderjarige] beter gediend is met een wijziging van haar hoofdverblijfplaats.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de beslissing over de hoofdverblijfplaats in de bestreden

beschikking in stand moet blijven. Het hof zal dit hierna uitleggen.

Uit de stukken blijkt dat de vader en de moeder ieder op zichzelf in staat zijn [de minderjarige]

in haar opvoedsituatie te geven wat zij nodig heeft. Beide ouders zijn betrokken, liefdevolle

ouders die het beste met [de minderjarige] voor hebben. Vanaf het moment dat [de minderjarige] naar de

basisschool gaat, is het niet meer mogelijk om de tot dan toe geldende regeling van co-

ouderschap uit te voeren, omdat de ouders te ver uit elkaar wonen. Beide ouders willen dat

[de minderjarige] bij hem of bij haar komt wonen en komen er samen niet uit te bepalen waar [de minderjarige]

gaat wonen en naar school zal gaan. Hierin zal een knoop doorgehakt moeten worden.

Sinds de bestreden beschikking is de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader. Zij

is nu vier jaar en gaat sinds november 2025 naar de openbare basisschool [naam3]

[woonplaats2] . Met de raad is het hof van oordeel dat het niet in het belang van [de minderjarige] is om

alles terug te draaien. Er zijn geen aanwijzingen dat het niet goed gaat met [de minderjarige] . De

rechtbank heeft bij de belangenafweging geoordeeld dat [de minderjarige] haar hoofdverblijf bij de

vader moet hebben en het hof ziet geen reden om hiervan af te wijken. Als de

hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] nu zou veranderen van de vader naar de moeder is dat een

ingrijpende wijziging die het hof niet in het belang van [de minderjarige] acht.

Dat sprake is van intieme terreur, zoals de moeder stelt, is niet vast komen staan. De

vader heeft de door de moeder aangevoerde omstandigheden gemotiveerd betwist. Op de

mondelinge behandeling kon de moeder desgevraagd geen nadere concrete feiten benoemen

die zouden moeten leiden tot de conclusie dat er sprake is van intieme terreur. Het bestaan

van de intieme terreur is voor het eerst in hoger beroep door de moeder ter sprake gebracht. In de procedure bij de rechtbank is dit niet benoemd. Evenmin is dit naar voren gebracht in de trajecten van hulpverlening bij [naam2] , GGZ of Veilig Thuis. Dat sprake is van intieme terreur heeft de moeder, tegenover de gemotiveerde betwisting van de vader, niet aangetoond.

De raad heeft in zijn advies zijn zorgen geuit over de sfeer tussen de ouders. Het hof deelt deze zorgen. Ouders diskwalificeren elkaar in een poging om de ander buiten spel te zetten als hoofdverzorger van [de minderjarige] . Ieder van de ouders zet zich op een strijdende wijze in voor de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem of bij haar. Dit is niet in het belang van [de minderjarige] . [de minderjarige] is er gebaat bij dat er rust, duidelijkheid en stabiliteit komen in haar situatie, dat ouders naar [de minderjarige] uitdragen dat het goed is bij beide ouders en dat de ouders gaan samenwerken in het belang van [de minderjarige] .

Ten aanzien van de zorgregeling

Het halen en brengen

Het hof is van oordeel dat het halen en brengen een gezamenlijke

verantwoordelijkheid van de ouders is. De moeder dient daaraan ook een bijdrage te leveren. Dat de moeder geen rijbewijs heeft, maakt dit niet anders. Met de raad is het hof van oordeel dat hierin een balans gevonden moet worden die in overeenstemming is met de omstandigheden. De reistijd voor de moeder met het openbaar vervoer duurt minimaal drie-en-een-half uur enkele reis en er zijn vijf overstappen nodig om in [woonplaats2] te komen. Van de moeder kan gevergd worden dat zij eveneens zorgdraagt voor het halen van [de minderjarige] . Het hof deelt niet de mening van de moeder dat dit te vermoeiend is voor [de minderjarige] . De moeder kan hierdoor ook extra tijd met [de minderjarige] doorbrengen en tevens haar school bezoeken bij het ophalen van [de minderjarige] . Wel acht het hof het redelijk dat de vader een groter aandeel voor zijn rekening neemt, aangezien hij degene is die op grote afstand is gaan wonen. Het hof zal daarom bepalen dat de moeder [de minderjarige] eenmaal per vier weken (dus het ene omgangsweekend wel en het andere omgangsweekend niet) zal ophalen op vrijdag op school in [woonplaats2] . De overige breng- en haalmomenten zal de vader blijven verzorgen. De reisvergoeding die de moeder aan de vader betaalt, vervalt in het weekend dat de moeder [de minderjarige] ophaalt.

De eindtijd van de zorgregeling

De vader voert aan dat [de minderjarige] op zondagavond te laat thuis is en daardoor

onvoldoende nachtrust krijgt. De moeder is het hier niet mee eens. De huidige eindtijd van de

zorgregeling op zondag van 18:30 uur is naar het oordeel van het hof te laat. [de minderjarige] is dan

pas om 20:30 uur thuis. Dat is te laat voor een kind van vier jaar op een dag dat ze daarna

weer naar school moet. Het hof stelt het tijdstip waarop [de minderjarige] op zondag door de vader bij

de moeder wordt opgehaald vast op 17:30 uur. De moeder heeft dan nog een groot deel van de zondag samen met [de minderjarige] en [de minderjarige] is op een redelijke tijd weer thuis.

De verdeling van de zomervakantie

De vader verzoekt om een wijziging van de verdeling van de zomervakantie vanaf

2027. [de minderjarige] is dan weer wat ouder en er zijn dan minder reisbewegingen nodig, hetgeen

naar de mening van de vader ten goede komt aan [de minderjarige] . Ook zijn er dan meer

mogelijkheden voor een vakantie. De moeder brengt naar voren dat een aaneengesloten periode van drie weken te lang is voor [de minderjarige] om de andere ouder niet te zien. Het hof ziet aanleiding om de verdeling van de zomervakantie vanaf 2027 te wijzigen en te bepalen dat [de minderjarige] dan drie aaneengesloten weken bij de vader verblijft en drie aaneengesloten weken bij de moeder. Dit zal meer rust brengen omdat er dan minder wisselingen hoeven te zijn, hetgeen in het belang is van [de minderjarige] . [de minderjarige] zal in de zomer van 2027 ruim vijf en een half jaar zijn, bij welke leeftijd het hof een verdeling van drie om drie weken passend acht. [de minderjarige] zal vanaf 2027 in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader verblijven en de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader. De zomervakantie vangt aan op vrijdag na school. Het wisselmoment zal zijn na de eerste drie weken op zaterdag om 10:00 uur. Het laatste weekend van de zomervakantie zal [de minderjarige] bij de ouder zijn bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling is in dat weekend, vanaf zaterdagochtend 10:00 uur.

Inschrijving in de BRP op het adres van de moeder en vervangende toestemming inschrijving school

Gelet op het oordeel van het hof over de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] behoeven de

verzoeken van de moeder over inschrijving van [de minderjarige] in de BRP op het adres van de

moeder en de vervangende toestemming voor inschrijving van [de minderjarige] op de openbare

basisschool [naam1] te [plaats1] geen bespreking meer. Deze verzoeken zullen

worden afgewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De beslissing in deze uitspraak kan ook worden uitgevoerd als een van partijen de

beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

6. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de van de rechtbank Midden-Nederland, locatie

Utrecht, van 29 oktober 2025 voor zover het de regeling over het brengen en halen, de

eindtijd van de zorgregeling en de verdeling van de zomervakantie betreft en, in zoverre

opnieuw beschikkende:

stelt de volgende regeling vast voor het brengen en halen van [de minderjarige] :

eenmaal per vier weken draagt de vader zorg voor het brengen en halen van [de minderjarige] naar en van de moeder;

eenmaal per vier weken haalt de moeder [de minderjarige] op vrijdag op uit school in [woonplaats2] en haalt de vader [de minderjarige] op zondag weer op bij de moeder. De verplichting van de moeder om aan de vader een onkostenvergoeding te betalen voor de reis vervalt in dit weekend;

stelt de eindtijd van de reguliere zorgregeling op zondagavond vast op 17:30 uur;

stelt vast dat vanaf 2027 de volgende verdeling van de zomervakantie zal gelden:

[de minderjarige] verblijft in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, waarbij de zomervakantie aanvangt op vrijdag na school;

het wisselmoment vindt plaats na de eerste drie weken op zaterdag om 10:00 uur;

het laatste weekend van de zomervakantie zal [de minderjarige] bij de ouder zijn bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling is in dat weekend, vanaf zaterdagochtend 10:00 uur;

bekrachtigt de beschikking voor het overige;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. L.D.M. Rubens-Snijders, J.H. Lieber en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.F. de Ruiter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand