ECLI:NL:GHARL:2026:3118

ECLI:NL:GHARL:2026:3118

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 18-05-2026
Zaaknummer 200.360.894
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verzoek ontslag bewindvoerder door dochter, artikel 1:448 lid 1 en 2 BW

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.360.894

(zaaknummer rechtbank Gelderland 11646489)

beschikking van 19 mei 2026

inzake

[verzoekster]

wonende te [woonplaats1]verzoekster in hoger beroep

advocaat: mr. R. Plieger

en

[verweerster]

wonende te [woonplaats1]

verder te noemen: de moeder

en

Myrtax Bewindvoering B.V.

gevestigd te Doetinchem

verweerder in hoger beroep

verder te noemen: Myrtax of de bewindvoerder

advocaat: mr. W. van de Velde

als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende1] ( [belanghebbende1] )

wonende te [woonplaats1]

en

[belanghebbende2] ( [belanghebbende2] )

wonende te [woonplaats2]

en

[belanghebbende3]

wonende te [woonplaats1]

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, Team bewind, van 23 juli 2025 onder zaaknummer 11646489.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 23 oktober 2025;

- het verweerschrift met producties;

- de brief van [belanghebbende2] van 5 februari 2026;

- een journaalbericht van mr. Plieger van 26 maart 2026 met een productie en

- de pleitnota van mr. Van de Velde.

De mondelinge behandeling heeft op 31 maart 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

- [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat;

- de moeder;

- [naam1] en [naam2] , namens Myrtax;

- [belanghebbende1] ;

- [belanghebbende2] .

3. De feiten

De moeder is geboren [in] 1937 te [woonplaats1] . [verzoekster] , [belanghebbende1] , [belanghebbende2] en [belanghebbende3] zijn haar kinderen.

Bij beschikking van 25 juni 2024 heeft de kantonrechter de goederen die (zullen) toebehoren aan de moeder onder bewind gesteld wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand. Daarbij is Myrtax benoemd tot bewindvoerder.

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 11 april 2025, heeft [verzoekster] verzocht om ontslag van de bewindvoerder.

In de beschikking van 23 juli 2025 heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] tot ontslag van Myrtax als bewindvoerder afgewezen.

4. De omvang van het geschil

[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en komt daarom in hoger beroep. Zij verzoekt het hof de beschikking te vernietigen en de huidige bewindvoerder alsnog te ontslaan. Op de zitting in hoger beroep heeft [verzoekster] haar verzoek aangepast vanwege de problematische familieverhoudingen. Zij verzoekt nu professioneel bewindvoerder [naam3] , tot opvolgend bewindvoerder te benoemen.

Myrtax voert verweer en vraagt het hof [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel haar verzoek af te wijzen, de bestreden beschikking in stand te laten en [verzoekster] in de kosten van het hoger beroep te veroordelen.

[belanghebbende1] vindt dat het verzoek van [verzoekster] moet worden afgewezen.

[belanghebbende2] vindt ook dat het verzoek van [verzoekster] moet worden afgewezen.

5. De motivering van de beslissing

juridisch kader

Op grond van artikel 1:448, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt een bewindvoerder ontslag verleend hetzij op eigen verzoek hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, dit op verzoek van een medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.

Het hof stelt vast dat in het verleden door de kantonrechter is geconcludeerd dat er voldoende redenen zijn om de moeder onder bewind te stellen en dat deze situatie onveranderd is. De vraag die in deze procedure moet worden beantwoord is of er gewichtige redenen zijn om Myrtax te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen. Het hof is van oordeel dat er geen gewichtige redenen zijn om Myrtax als bewindvoerder te ontslaan en legt hierna uit waarom.

[verzoekster] heeft naar voren gebracht dat de wijze waarop door Myrtax uitvoering wordt gegeven aan het bewind de moeder beperkt in haar levensvreugde. Het kopen van bloemen, uit lunchen gaan en kleding kopen gaf de moeder altijd plezier en dat kan nu niet meer spontaan. Er wordt maandelijks € 450 gespaard en dat is onnodig volgens [verzoekster] , omdat de moeder over voldoende spaargeld beschikt. [verzoekster] ziet dat de moeder hier verdrietig en soms ook boos over is. Het bewind over de moeder zou rust moeten brengen, maar dat is volgens [verzoekster] niet het geval.

Myrtax heeft toegelicht dat vanwege de voortdurende familieconflicten en het risico op financieel misbruik door de familie gekozen is voor de huidige werkwijze. De moeder ontvangt als leefgeld een bedrag van € 80 euro per week. Daarvan moeten de boodschappen voor de moeder worden gekocht (waarbij het naast ontbijt en lunch gaat om slechts vier maaltijden, omdat de moeder drie maaltijden nuttigt op de dagbesteding en de facturen hiervoor rechtstreeks door Myrtax worden voldaan). Verzorgingsproducten en kleding en dergelijke kunnen online worden gekocht en hiervoor kan net als voor overige uitgaven ook budget worden aangevraagd. De gang van zaken is op dit moment dat het leefgeld dat de moeder krijgt, direct in één keer wordt gepind door vermoedelijk [verzoekster] . Dit maakt dat Myrtax geen zicht heeft op de wijze waarop het leefgeld van de moeder wordt besteed.

[belanghebbende1] is op dit moment tevreden over de werkwijze van Myrtax.

[belanghebbende2] vindt ook dat Myrtax het bewind goed uitvoert.

Het hof heeft begrip voor de werkwijze van Myrtax. Uit de stukken blijkt dat er in 2024 ernstige zorgen waren over financieel misbruik van de moeder. Myrtax heeft toegelicht dat na de aanvraag van het bewind een bedrag van € 7.700,- van de moeder contant is opgenomen door [verzoekster] en dat slechts een bedrag van € 6.400 door haar is teruggestort. [verzoekster] is hierop in deze procedure niet nader ingegaan. Tussen de dochters is sprake van een ernstig verstoorde relatie. Zij beschuldigen elkaar over en weer van het voor eigen gebruik besteden van het geld van de moeder en het betrekken van de moeder in hun onderlinge strijd. Het hof heeft tijdens de mondelinge behandeling gezien dat de dochters erg boos en wantrouwend zijn naar elkaar en dat dat hun moeder emotioneel zwaar belast. De werkwijze van Myrtax is transparant en zorgt ervoor dat Myrtax niet betrokken raakt in de strijd tussen de dochters. Het hof ziet hierin geen disfunctioneren van Myrtax.

Als de dochters in overleg met de moeder een uitgave wensen te doen dan kunnen zij dit aanvragen bij Myrtax. Als zij vinden dat het leefgeld van de moeder onvoldoende is dan moeten zij hierover ook in overleg treden met Myrtax, maar het is vervolgens aan Myrtax om te beslissen.

Ten overvloede merkt het hof op dat een opvolgend bewindvoerder waarschijnlijk geen verandering in de situatie zal brengen. Een andere bewindvoerder zal zich in de huidige omstandigheden ook genoodzaakt zien de situatie heel formeel te benaderen. De moeder is een vrouw die zich in haar laatste levensfase bevindt en de dochters hebben de sleutel in handen om haar leven zo aangenaam mogelijk te laten verlopen door haar niet meer met hun strijd te belasten.

Het hof is daarom van oordeel dat het hoger beroep van [verzoekster] niet slaagt. De beslissing van de kantonrechter blijft in stand (wordt bekrachtigd).

Gelet op de aard van de procedure zullen de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, met dien verstande dat de huidige bewindvoerder zijn kosten in rekening mag brengen ten laste van het vermogen van de moeder.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, Team bewind, van 23 juli 2025;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep, met dien verstande dat de huidige bewindvoerder zijn kosten in rekening mag brengen ten laste van het vermogen van de moeder;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, J.U.M. van der Werff en K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door de griffier, en is op 19 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand