GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.650
(zaaknummer rechtbank Gelderland 452820)
beschikking van 19 mei 2026
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. E.C. Schurink
en
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. B.A.M. Oude Breuil
1. Samenvatting
De rechtbank Gelderland heeft aan de moeder vervangende toestemming verleend om met de kinderen te verhuizen naar [plaats] in de [provincienaam] (hierna: [plaats] ) en de kinderen als leerling in te schrijven bij de [schoolnaam] (of een andere school) in [plaats] . Het hof beslist dat dit niet zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2. De feiten
Het huwelijk van partijen is op 1 februari 2022 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daartoe bestemde registers.
Partijen zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2014 in [woonplaats] ;
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2016 in [woonplaats] , en
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2018 in [woonplaats] ,
over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.
De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder. Zij hebben een zorgregeling met de vader.
3. De procedure bij de rechtbank
De moeder heeft de rechtbank verzocht om haar toestemming te verlenen voor een
verhuizing met de kinderen naar [plaats] aan de [adres] , of in ieder geval
naar de plaats [plaats] en ook dat de kinderen zo spoedig mogelijk zullen worden
ingeschreven bij een basisschool in die plaats ( [schoolnaam] ).
De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 17 oktober 2025.
4. De procedure bij het hof
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt.
De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift met bijlagen ontvangen op 5 februari 2026;
het verweerschrift met bijlagen.
[de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn uitgenodigd door het hof om te vertellen wat zij vinden van de verhuizing naar [plaats] .
Bij e-mailbericht van 13 april 2026 heeft de moeder het hof bericht dat zij haar verzoek, tot vervangende toestemming voor een verhuizing met de kinderen naar [plaats] en de inschrijving van de kinderen op een school in [plaats] , niet langer handhaaft. Van een verhuizing zal geen sprake meer zijn. Zij vraagt het hof de zaak op de stukken af te doen en refereert zich aan het oordeel van het hof. De moeder heeft het hof ook bericht dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] niet naar het hof komen om te vertellen wat zij vinden van de verhuizing.
De vader heeft bij e-mailbericht van 13 april 2026 laten weten dat hij kan instemmen met het verzoek van de moeder om de zaak op de stukken af te doen. De vader handhaaft zijn verzoek om de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing naar [plaats] en de inschrijving van de kinderen op een school in [plaats] , af te wijzen.
5. Het oordeel van het hof
Het hof heeft partijen bericht dat de mondelinge behandeling geen doorgang zal vinden en de zaak zal worden afgedaan op de stukken.
Nu de moeder haar verzoek om toestemming te verlenen voor een verhuizing met de kinderen naar [plaats] en de inschrijving van de kinderen op een basisschool in [plaats] niet handhaaft en zij zich refereert aan het oordeel van het hof, zal het hof de bestreden beschikking ongedaan maken (vernietigen) en de verzoeken van de moeder alsnog afwijzen.
6. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van
17 oktober 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L.R. Davila Talavera, R. Feunekes en
K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is op 19 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.