ECLI:NL:GHARL:2026:3246

ECLI:NL:GHARL:2026:3246

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer Wahv 200.358.513/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Artikel 5 Wahv. Statische controle. Het is vaste rechtspraak dat de keuze voor een (statische) controle aan de ambtenaren is en zich slechts leent voor een uiterst terughoudende toetsing. In dit geval bevat het dossier echter onvoldoende gegevens om vast te kunnen stellen dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 13 augustus 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 120,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 226,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “handelen ism een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990 eenrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 1 juli 2023 om 21.18 uur op de Buitenhavenweg in Schiedam met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 120,- omdat de redelijk termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.

3. De gemachtigde van de betrokkene herhaalt de gronden ten aanzien van de staandehouding. De enkele vermelding ‘statische controle’ is onvoldoende om vast te stellen dat geen staandehouding mogelijk is. Daar vult hij bij aan dat de advocaat-generaal het vermoeden heeft dat de gedraging is vastgesteld middels een camera, maar dit is enkel vastgesteld aan de hand van eerdere ervaringen en het feit dat zich op de locatie een camera bevindt. Zelfs de aanname dat middels een camera werd gehandhaafd leidt niet tot de conclusie dat geen staandehouding mogelijk was. Immers is niet duidelijk of het een eenmanscontrole betrof en hoe de controle was ingericht. Verder voert de gemachtigde aan dat de betrokkene nooit een bord C2 is gepasseerd. Niet blijkt dat de aanwezigheid van de bebording is gecontroleerd en welke bebording zou gelden op de Buitenhavenweg. Als de ambtenaar handhaafde middels een camera moeten er schouwrapporten aanwezig zijn. Als deze er niet zijn, kan de aanwezigheid van de borden niet worden vastgesteld.

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat de weg werd gebruikt in de richting waarin deze gesloten is. De tekst op het onderbord luidde: “uitgezonderd (brom-)fietsen”. De uitzondering(en), genoemd op het onderbord was (waren) niet van toepassing. (…)Reden geen staandehouding: statische controle. Bijlagen: fotografische opname.”

6. In het dossier bevindt zich een foto. Dit lijkt een foto te zijn van een beeldscherm. Op dat beeldscherm is een straat te zien, met aan beide zijden een bord C3 (éénrichtingsverkeer). Het voertuig van de betrokkene is te zien in tegemoetkomende richting.

7. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

8. In dit verband is door de ambtenaar verklaard dat sprake was van een statische controle. Het is vaste rechtspraak van dit hof dat de keuze voor een (statische) controle op de pleeglocatie aan de ambtenaren is en zich slechts leent voor een uiterst terughoudende toetsing. Daarbij is wel van belang dat de omstandigheden van het geval kunnen worden meegewogen. In dit geval lijkt het er op dat de gedraging is geconstateerd middels cameratoezicht, wat betekent dat de ambtenaar niet zelf ter plaatse was. Door de advocaat-generaal is betoogd dat met zekerheid kan worden vastgesteld dat de gedraging is vastgesteld middels cameratoezicht. Dit kan worden afgeleid uit afbeeldingen van Google Street View waar een camera op te zien is en een nieuwsbericht waarin een politieagent verklaart camerabeelden van de pleeglocatie te hebben uitgekeken. Dit is echter niet door de ambtenaar zelf verklaard in de gegevens in het dossier, terwijl dit wel relevante informatie voor de beoordeling van de zaak betreft. Het had dan ook op diens weg gelegen om dat te vermelden. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie en de advocaat-generaal de ambtenaar om aanvullende informatie hebben verzocht, maar dat geen reactie is ontvangen. Naar het oordeel van het hof bevat het dossier daarom onvoldoende gegevens om vast te stellen dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.

9. Het voorgaande brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.

10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift, een nadere toelichting daarop en het verschijnen op de zitting van de kantonrechter dienen in totaal 4,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen.

De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 908,13 (= (1,5 x € 666,- x 0,5) + (3,5 x € 934,- x 0,5 x 0,25).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 908,13.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand