GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 augustus 2025, betreffende
gevestigd te [vestigingsplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 december 2023 om 13.57 uur op de A10 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is komen vast te staan omdat niet duidelijk is dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene een telefoon vasthield en de bewijsmiddelen onvoldoende toegankelijk en controleerbaar zijn verstrekt. De bestuurder betwist de gedraging omdat niet vaststaat dat hij zich op het genoemde tijdstip op de bewuste locatie bevond. Hij is niet staandegehouden, zodat hij niet met de verweten gedraging is geconfronteerd. Voor zover hij zich kan herinneren heeft de betrokkene tijdens het autorijden nooit een telefoon vastgehouden. Tijdens de hoorzitting bij de officier van justitie was aangevoerd dat de foto die bij de beschikking op papier is verstrekt van onvoldoende kwaliteit is en dat daarop niet te zien is dat de betrokkene een telefoon vasthoudt. De officier van justitie gaf zelf aan over een duidelijkere foto te beschikken, maar heeft deze niet ter beschikking gesteld. Deze handelswijze is in strijd met de informatieplicht. Als de officier van justitie over een duidelijker foto beschikt, moet deze ter beschikking worden gesteld. Nu is de betrokkene in haar verdedigingsbelangen geschaad. Dit betreft geen incident. Voorheen werden dossiers digitaal ter beschikking gesteld. Dit blijft nu structureel achterwege.
3. Het hof stelt vast dat aan de gemachtigde in de fase van het administratief beroep het zaakoverzicht en de foto’s van de gedraging zijn verstrekt. Hoewel bij het afdrukken van digitale foto’s op papier een deel van de kwaliteit verloren gaat, zijn de foto’s niet van zodanig slechte kwaliteit dat onvoldoende te zien is wat wordt vastgehouden. De gemachtigde heeft niet onderbouwd dat de foto’s waar hij de beschikking over had, zodanig slecht waren dat niet gesteld kan worden dat aan de informatieplicht is voldaan. Ook al zou de officier van justitie zelf over een (nog) duidelijkere foto beschikken, is in dit geval met de toezending van de foto’s aan de informatieplicht voldaan.
4. Uit het verslag van de hoorzitting bij de officier van justitie blijkt dat de gemachtigde weliswaar heeft aangevoerd dat niet duidelijk zichtbaar is dat de bestuurder een telefoon vasthoudt, maar niet dat de kwaliteit van de foto’s slecht is. Ook blijkt niet dat is verzocht om een digitale foto. Het hof kan de gemachtigde dan ook niet volgen in diens stelling dat de betrokkene in haar verdedigingsbelangen is geschaad. Daar merkt het hof nog bij op dat door de advocaat-generaal bij het verweerschrift nogmaals een afschrift van de foto’s en een uitvergroting daarvan is verstrekt. Daarnaast is door de advocaat-generaal opgemerkt dat de foto’s ook digitaal beschikbaar zijn en kunnen worden opgevraagd in reactie op het verweerschrift. De gemachtigde heeft niet gereageerd op het verweerschrift.
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de verklaring van de ambtenaar dat deze met een camerasysteem op basis van twee beelden heeft gezien dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie en informatieverwerking vasthield. In het dossier bevinden zich de foto’s van de gedraging. Daarop is te zien dat de bestuurder met zijn rechterhand ter hoogte van het stuur een voorwerp vasthoudt. Dit betreft een rechthoekig, donker voorwerp. In de hoek van het voorwerp zijn contouren van een cameralens zichtbaar. Het voorwerp ligt in de hand van de bestuurder, waarbij de duim zich aan de voorkant van het voorwerp bevindt. Aan de achterkant zijn de vingers te zien waar het voorwerp op rust.
7. Gelet op de omvang van het voorwerp, de wijze waarop de bestuurder het voorwerp vasthoudt en zijn daarop gerichte houding, doet het voorwerp zich naar het oordeel van het hof voor als een mobiele telefoon. De foto kan dan daarmee redengevend zijn voor de vaststelling van de gedraging. Een verklaring die de redengevendheid van de foto’s van de gedraging ontzenuwt, is niet gegeven. Voor zover de bestuurder van het voertuig van de betrokkene zich niet kan herinneren een telefoon te hebben vastgehouden tijdens het rijden en heeft aangevoerd dat niet vaststaat dat hij zich op genoemde tijd op de locatie bevond, geeft dit geen aanleiding voor een ander oordeel. Op de foto’s van de gedraging is het onder 1. genoemde voertuig te zien. De bestuurder van dat voertuig houdt een telefoon vast. Daarmee kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.