ECLI:NL:GHARL:2026:3292

ECLI:NL:GHARL:2026:3292

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 26-05-2026
Zaaknummer 21-000269-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Tussenarrest waarin het hof heeft beslist op onderzoekswensen van de verdediging

Uitspraak

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 10 januari 2025 met parketnummer 18-298220-21 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk),

op dit moment uit andere hoofde gedetineerd in Frankrijk.

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.

Onderzoek van de zaak

Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de regiezitting van het hof van 7 mei 2026.

De verdediging heeft bij appelschriftuur van 3 februari 2025 en bij brieven van 28 april 2026 en 6 mei 2026 onderzoekswensen kenbaar gemaakt.

Bij brieven van 30 juli 2025 en 4 mei 2026 heeft het openbaar ministerie op de onderzoekswensen gereageerd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens verdachte door zijn raadslieden, mr. M.M.C. Glismeijer en mr. H.S.J. Pleiter, en door de advocaten-generaal op de regiezitting naar voren is gebracht.

Beoordeling onderzoekswensen

1. Verzoek tot het horen als getuige van de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk)

Standpunt verdediging

De rechtbank heeft delen van de verklaring van [naam 1] tot het bewijs gebezigd en daarmee is [naam 1] een Keskin-getuige. De verdediging wenst [naam 1] over de belastende onderdelen uit zijn verklaring te bevragen om de (on)betrouwbaarheid van zijn verklaringen te toetsen.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie verzet zich niet tegen het horen van getuige [naam 1] . Het verzoek kan worden toegewezen.

Oordeel van het hof

Dit verzoek is tijdig bij appelschriftuur gedaan en dient daarom te worden getoetst aan het verdedigingsbelang. Het hof ziet het verdedigingsbelang met betrekking tot het horen van de heer [naam 1] als getuige en wijst dit verzoek toe. Het hof verzoekt zowel de verdediging als het openbaar ministerie om zo mogelijk de (laatst bekende) verblijfplaats van de getuige te achterhalen en eventuele nadere informatie hierover binnen een maand na de datum van dit arrest door te geven aan het kabinet raadsheer-commissaris van het hof.

2. Verzoek tot het laten verstrekken van de (DVD’s met) tapgesprekken van [naam 2] opgenomen door de Unit Synthetische Drugs van de politie [locatie 1]

Standpunt verdediging

De verdediging wenst de beschikking te krijgen over deze tapgesprekken, om die te beluisteren en te bepalen of en zo ja welke gesprekken dienen te worden uitgewerkt.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie verzet zich niet tegen kennisname van de audiobestanden van de tapgesprekken door de verdediging om te bepalen of een uitwerking van een of meer gesprekken noodzakelijk is. De raadslieden zullen in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van de tapgesprekken door hen een gegevensdrager met de tapgesprekken in bruikleen te geven voor de duur van het hoger beroep. Volgens het proces-verbaal Z.Q.14.2 gaat het om 1298 gesprekken. Het openbaar ministerie verzoekt het hof de verdediging een termijn te stellen om het mogelijk aanvullende verzoek tot uitwerking van tapgesprekken in te dienen.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek toe.

3. Verzoek onderzoek naar de activatiedatum van telefoonnummer [telefoonnummer] (‘FKY-telefoon’)

Standpunt verdediging

De verdediging wenst te vernemen of bekend is op welke datum het telefoonnummer behorend bij de 'FKY-telefoon' is geactiveerd. Door het openbaar ministerie is aangegeven dat door de politie een zoekslag is verricht in het dossier, waarbij de activatiedatum niet is aangetroffen. Voorts is uit navraag bij de politie gebleken dat de activatiedatum van dit telefoonnummer niet meer opvraagbaar is. Dit zou volgens het openbaar ministerie moeten leiden tot afwijzing van het verzoek. De verdediging kan zich hier niet in vinden en verzoekt om dit (nader) te laten onderzoeken en om minst genomen een proces-verbaal van bevindingen te laten opmaken waarin wordt beschreven op welke wijze het onderzoek is verricht.

Standpunt openbaar ministerie Een zoekslag door de politie in het onderzoeksdossier heeft niet geleid tot het vinden van de activatiedatum van het betreffende telefoonnummer. Voorts blijkt uit navraag bij de politie dat de activatiedatum van dit telefoonnummer niet meer opvraagbaar is. Dit verzoek moet worden afgewezen, omdat er niet aan voldaan kan worden.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. De advocaten-generaal hebben aangegeven dat uit navraag bij de politie is gebleken dat de activatiedatum van dit telefoonnummer niet meer opvraagbaar is. Het hof wijst het verzoek om (nader) onderzoek te verrichten af nu, daartoe, gelet op de onderbouwing die door de verdediging is gegeven, de noodzaak niet is gebleken. Het verzoek van de verdediging om hierover een proces-verbaal van bevindingen te laten opmaken wijst het hof eveneens af nu de noodzaak daartoe evenmin is gebleken, mede gelet op de mededelingen die vanuit het openbaar ministerie hierover al ter zitting zijn gedaan.

4. Verzoek onderzoek naar provider, tenaamstelling en activatiedatum telefoonnummer + [telefoonnummer]

Standpunt verdediging

De rechtbank heeft dit telefoonnummer bij vonnis aan verdachte toegeschreven, maar de informatie over de provider, tenaamstelling en activatiedatum van dit telefoonnummer zitten niet in het dossier. Reden dat wordt verzocht middels een rechtshulpverzoek aan Spanje te informeren naar de provider, tenaamstelling in de periode van november 2002 tot en met juli 2003 en activatiedatum van het telefoonnummer + [telefoonnummer] .

Standpunt openbaar ministerie

De verdediging zegt dat de rechtbank dit telefoonnummer heeft gekoppeld aan verdachte maar dat blijkt niet uit het vonnis. Gelet daarop ziet het openbaar ministerie onvoldoende onderbouwing om onderzoek te laten doen naar dit telefoonnummer en daarom moet het verzoek worden afgewezen.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Het hof wijst het verzoek af nu, daartoe, gelet op de onderbouwing die door de verdediging is gegeven, de noodzaak niet is gebleken.

5. Verzoek tot het laten verstrekken van de ‘oude’ tapgesprekken uit de periode van 1 december 2002 tot en met 18 mei 2003

Standpunt verdediging

De verdediging wenst de beschikking te krijgen over een aantal specifiek omschreven tapgesprekken. Deze gesprekken vormen de basis van de verdenking jegens verdachte en een deel van deze gesprekken is door de rechtbank gebruikt als bewijs. De verdediging heeft twijfels bij de uitwerking van de tapgesprekken en bij de interpretatie daarvan door het onderzoeksteam. De verdediging acht het noodzakelijk de tapgesprekken zelf te kunnen beluisteren om de inhoud van de gesprekken te kunnen verifiëren en de context van de gesprekken te kunnen achterhalen.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie zal eerst nagaan of de opnames van de gesprekken nog niet zijn vernietigd. Als deze nog beschikbaar zijn, verzet het openbaar ministerie zich niet tegen kennisname door de verdediging van de audiobestanden van de tapgesprekken. De raadslieden zullen in dat geval in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van de tapgesprekken door hen een gegevensdrager met de tapgesprekken in bruikleen te geven voor de duur van het hoger beroep.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst, als uit het onderzoek van het openbaar ministerie blijkt dat de opnames van de gesprekken nog niet zijn vernietigd, het verzoek toe.

6. Verzoek tot het laten verstrekken van twee tapgesprekken van [naam 2] van 6 februari 2004 en 9 februari 2004

Standpunt verdediging

De verdediging heeft de uitwerking van deze twee tapgesprekken niet in het dossier aangetroffen, maar wenst graag kennis te nemen van de inhoud van deze gesprekken. Nu [naam 2] volgens het proces-verbaal van relaas uitgebreid praat over zijn verdenking en strafzaak kan het zijn dat hij voor de verdediging relevante informatie deelt.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie zal eerst nagaan of de opnames van de gesprekken nog niet zijn vernietigd. Als deze nog beschikbaar zijn, verzet het openbaar ministerie zich niet tegen kennisname door de verdediging van de audiobestanden van de tapgesprekken. De raadslieden zullen in dat geval in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van de tapgesprekken door hen een gegevensdrager met de tapgesprekken in bruikleen te geven voor de duur van het hoger beroep.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst, als uit het onderzoek van het openbaar ministerie blijkt dat de opnames van de gesprekken nog niet zijn vernietigd, het verzoek toe.

7. Verzoek tot het laten verstrekken van de audio-opname van het telefoongesprek tussen [naam 2] en [naam 7]

Standpunt verdediging

De audio-opname van dit telefoongesprek is vertaald door een tolk en daarna door verbalisanten uitgewerkt in een proces-verbaal van bevindingen, waarbij door verbalisanten aanpassingen zijn gedaan aan de vertaling. Welke aanpassingen dat exact zijn, wordt niet vermeld in het proces-verbaal. De verdediging acht het dan ook noodzakelijk zelf kennis te nemen van de inhoud van dit gesprek, om te verifiëren of het proces-verbaal een juiste en volledige weergave betreft van wat is besproken.

Standpunt openbaar ministerie

Deze audio-opname is volgens mededeling van de politie nog beschikbaar. Het openbaar ministerie heeft geen bezwaar tegen kennisname door de verdediging van de audio-opname van dit telefoongesprek, door deze op een gegevensdrager te zetten en in bruikleen te geven gedurende de duur van het hoger beroep.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek toe.

8. Het laten verstrekken van alle telefoongesprekken tussen [naam 2] en [naam 3] in de periode van 18 december 2019 tot en met 15 januari 2025

Standpunt verdediging

Delen van deze gesprekken zijn door de rechtbank gebezigd als bewijs. Verdachte wil graag zelf kennisnemen van deze telefoongesprekken. Als het onderzoeksteam nog over telefoongesprekken van na 18 augustus 2020 beschikt, is het de uitdrukkelijke wens van de verdediging ook deze gesprekken te mogen beluisteren. De verdediging acht het noodzakelijk dat verdachte de telefoongesprekken zelf kan beluisteren om de inhoud te kunnen verifiëren en de bepaalde context van de gesprekken te kunnen achterhalen. Om deze reden wordt verzocht de telefoongesprekken te verstrekken.

Standpunt openbaar ministerie

Dit verzoek is al in eerste aanleg door de verdediging gedaan. De officier van justitie was verantwoordelijk voor de samenstelling van het procesdossier, waarbij het materiaal werd geselecteerd op basis van relevantie. Niet alle gesprekken zijn uitgewerkt, omdat niet alle gesprekken relevant waren voor het onderzoek. Mr. Glismeijer heeft in eerste aanleg de mogelijkheid gehad om kennis te nemen van de opnamen. Dit heeft kennelijk niet geleid tot een verzoek tot voeging van door de verdediging relevant geachte (delen van) gesprekken.

Het openbaar ministerie wijst er in dit verband bovendien op dat de verdediging al in de gelegenheid is gesteld om de getuige [naam 3] te ondervragen, ook over de juistheid en betrouwbaarheid van zijn uitlatingen over verdachte [verdachte] .

Het herhaalde verzoek tot kennisname door de verdediging dient bij gebrek aan noodzaak te worden afgewezen.

Als het hof wel tot toewijzing van het verzoek beslist, verzet het openbaar ministerie zich tegen de verstrekking van de audiobestanden aan de verdachte zelf. De privacygevoelige informatie van derden en veiligheid en afscherming van de betrokkenen verzetten zich hiertegen. Ook de noodzaak tot kennisname door verdachte zelf is het openbaar ministerie onvoldoende gebleken. Het verzoek kan worden afgewezen.

In reactie op de impliciete vraag van de verdediging of het onderzoeksteam beschikt over telefoongesprekken van na 18 augustus 2020 merkt het openbaar ministerie tot slot op dat telefoongesprekken beschikbaar zijn uit de periode van 20 december 2019 tot 14 augustus 2020. Na laatstgenoemde datum zijn er geen gesprekken tussen [naam 2] en [naam 3] opgevraagd.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Het hof ziet in de onderbouwing die door de verdediging is gegeven geen noodzaak om het verzoek toe te wijzen. Daarbij speelt mee dat de verdediging al gelegenheid is geboden de audio-opnames te beluisteren en onvoldoende concreet is toegelicht waarin de noodzaak is gelegen dat verdachte zelf eveneens die opnames beluistert. Het hof wijst het verzoek daarom af.

9. Verzoek tot het laten verstrekken van de audio-opname van het telefoongesprek tussen [naam 3] en [naam 4]

Standpunt verdediging

De verdediging wenst de opname zelf te beluisteren, teneinde te verifiëren of de uitwerking in het dossier een correcte weergave vormt van hetgeen tussen [naam 3] en [naam 4] is besproken.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft geen bezwaar tegen kennisname door de verdediging van het audiobestand van het telefoongesprek, door deze op een gegevensdrager te zetten en in bruikleen te geven gedurende de duur van het hoger beroep.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek toe.

10. Verzoek tot het laten verstrekken van de audiovisuele registraties van de politieverhoren van [naam 2] en [naam 1]

Standpunt verdediging

Delen van deze verklaringen zijn door de rechtbank gebezigd als bewijs. De verdediging wenst de audiovisuele registraties zelf te kunnen bekijken, teneinde te kunnen verifiëren hoe hun verklaringen tot stand zijn gekomen en of het proces-verbaal een juiste en volledige weergave betreft van hetgeen door [naam 2] en [naam 1] is verklaard.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft geen bezwaar tegen kennisname van de audiovisuele registraties van de politieverhoren. Het openbaar ministerie zal niet overgaan tot verstrekking van audiovisuele registraties, ook niet in bruikleen, aangezien deze zowel beeld als geluid bevatten van de verhoren en bij verstrekking zowel de privacy van de verhoorde als de verhoorders geschaad wordt. De raadslieden kunnen op een politiebureau kennisnemen van de verhoorregistraties.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek in zoverre toe dat kennisname van de verhoorregistraties wordt toegestaan.

De advocaten-generaal hebben aangegeven dat de raadslieden op het politiebureau in de gelegenheid zullen worden gesteld kennis te nemen van de audiovisuele registraties van de politieverhoren. Anders dan door de verdediging is verzocht, ziet het hof geen aanleiding om de audiovisuele registraties van de politieverhoren aan de verdediging te verstrekken. De raadslieden kunnen op een politiebureau kennisnemen van de audiovisuele registraties. Indien de verdediging nadien meent dat (delen van) een of meerdere van de audiovisuele registraties dienen te worden uitgewerkt, kan zij zich tot de advocaten-generaal wenden met het verzoek de desbetreffende registratie (geheel of gedeeltelijk) – alsnog – woordelijk te laten uitwerken. Het hof acht het daarbij van belang dat eventuele nadere uitwerkingen van (delen van) verhoren ruimschoots voor de inhoudelijke behandeling beschikbaar zijn. Tegen die achtergrond verwacht het hof dat de verdediging zich inspant tijdig kennis te nemen van de audiovisuele registraties en desgewenst tijdig verzoeken daaraan verbindt, zodat de voortvarendheid van het onderzoek niet in het geding komt.

11. Verzoek tot het laten verstrekken van de Nederlandse, Britse en een Spaans strafdossier in de zaken tegen [naam 5]

Standpunt verdediging

Dit verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van het recht op een eerlijk proces zoals is bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). De verdediging verzoekt de verstrekking van de strafdossiers in de zaken tegen [naam 5] . Het verstrekken van deze strafdossiers wordt noodzakelijk geacht, omdat op basis van die dossiers kan worden vastgesteld dat - anders dan door het onderzoeksteam wordt gesteld - geen criminele link bestaat tussen [naam 5] en verdachte. Voorts kunnen deze dossiers inzicht bieden in de criminele organisatie van [naam 5] , hetgeen van belang is in het kader van het alternatief scenario. Het betreft de Nederlandse strafdossiers, waaronder de David Royle zaak. Daarnaast verzoekt de verdediging de strafdossiers in de onderzoeken Normality en Shearson bij de Britse autoriteiten op te vragen. Tot slot verzoekt de verdediging dat aan de Spaanse autoriteiten wordt verzocht het Spaanse strafdossier met betrekking tot een verdenking van de import van 4000 kilo hasj uit Marokko te verstrekken. [naam 5] is in deze zaak aangehouden op 5 april 2003.

Standpunt openbaar ministerie

Dit verzoek is al in eerste aanleg door de verdediging gedaan. Door de rechtbank is het verzoek afgewezen. Vooropgesteld dient te worden dat bij beoordeling van een verzoek tot integraal voegen van strafdossiers terughoudendheid is geboden.

Van de noodzakelijkheid tot het voegen van alle strafdossiers is onvoldoende gebleken. Dat volgens de verdediging zou kunnen worden vastgesteld dat er tussen [naam 5] en verdachte [verdachte] geen criminele link bestaat, is daarvoor onvoldoende. Dat geldt ook voor het al dan niet inzicht krijgen in de criminele organisatie van [naam 5] in het kader van het door de verdediging geschetste alternatieve scenario. Onvoldoende is onderbouwd wat de relevantie van het verzoek is in relatie tot enige in de strafzaak te nemen beslissing.

Het verzoek geeft het vermoeden van een ‘fishing expedition’. Het verzoek moet worden afgewezen.

Oordeel van het hof

Maatstaf bij de beoordeling van een verzoek tot voeging van stukken bij de processtukken is op grond van artikel 315 lid 1 Sv in verbinding met artikel 415 Sv of de noodzaak van het verzochte is gebleken. Bij het nemen van zijn beslissing hierover moet de rechter in aanmerking nemen dat op grond van artikel 149a lid 2 Sv in beginsel alle stukken aan het dossier dienen te worden toegevoegd die voor de ter terechtzitting door hem te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Het gaat hierbij dus om de relevantie van die stukken. (Vgl. HR 16 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:218).

De verdediging kan – mede gelet op het in artikel 6 lid 3, aanhef en onder b, EVRM gewaarborgde recht van de verdachte om te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging en met het oog op het doen van een verzoek tot het voegen van stukken aan het dossier – een gemotiveerd verzoek doen tot het verkrijgen van inzage in specifiek omschreven stukken.

Het hof wijst het verzoek tot inzage in de dossiers af, nu gelet op de onderbouwing daarvan de noodzaak daartoe niet is gebleken. Daarbij weegt mee dat door de verdediging geen inzage is verzocht in specifiek omschreven en relevant geachte stukken, maar dat het verzoek veeleer ziet op het verkrijgen van inzage in zoveel mogelijk stukken waarvan de relevantie vooralsnog niet is gebleken.

12. Het laten verstrekken van alle Nederlandse strafdossiers van [naam 6]

Standpunt verdediging

Dit verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van het recht op een eerlijk proces zoals is bedoeld in artikel 6 EVRM. In het dossier wordt geconcludeerd dat [naam 6] met en voor verdachte werkte. Verdachte heeft verklaard dat hij [naam 6] één of twee keer heeft gezien in Spanje, maar dat het niet correct is dat [naam 6] voor hem of met hem heeft gewerkt. Sterker nog, verdachte ontkent dat sprake is van enige criminele link tussen hen beiden. Daarbij komt dat in de strafdossiers van [naam 6] mogelijk wel een criminele link tussen [naam 6] en [naam 5] naar voren komt, hetgeen het alternatief scenario zou ondersteunen. In dat kader is ook relevant dat [naam 6] heeft verklaard dat hij [naam 1] en [naam 2] voorafgaand aan hun ontmoeting bij de [locatie 2] in [plaats] al vaker heeft gezien. De verdediging acht het gelet op het voorgaande noodzakelijk dat de Nederlandse strafdossiers van [naam 6] aan de verdediging worden verstrekt.

Standpunt openbaar ministerie

Ook voor dit verzoek geldt dat dit al in eerste aanleg is ingediend. Het verzoek bevat zo goed als geen concrete onderbouwing van de noodzakelijkheid. Enkel dat volgens de verdediging in de strafdossiers van [naam 6] mogelijk een criminele link tussen [naam 6] en [naam 5] naar voren komt, wat het alternatieve scenario zou ondersteunen.

Kortom, ook ten aanzien van dit verzoek is niet gebleken van de noodzakelijkheid van het voegen van deze strafdossiers in verband met nemen van enige beslissing op de vragen van artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek moet worden afgewezen.

Oordeel van het hof

Ook dit verzoek dient te worden getoetst aan de hiervoor (bij verzoek onder 11) genoemde maatstaf voor een verzoek tot voeging van stukken bij de processtukken.

Het hof wijst het verzoek tot inzage in de dossiers af, nu gelet op de onderbouwing daarvan de noodzaak daartoe niet is gebleken. Ook bij de beoordeling van dit verzoek weegt mee dat door de verdediging geen inzage is verzocht in specifiek omschreven en relevant geachte stukken, maar dat slechts alomvattend is verzocht de strafdossiers ter zake één persoon in te zien. De noodzaak daartoe is het hof als gezegd niet gebleken.

13. Verzoek tot het verstrekken en voegen van de ontbrekende documenten aangaande de overlevering van verdachte

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vastgesteld dat diverse documenten (over de overlevering) in het dossier ontbreken. De verdediging verzoekt in ieder geval de verstrekking en voeging van de volgende documenten:

Daarnaast wenst de verdediging de beschikking te krijgen over alle overige relevante documenten die zien op de overlevering van verdachte om te controleren of en zo ja, hoe de procedures zijn doorlopen.

Standpunt openbaar ministerie

Bij de beoordeling van dit verzoek dient vooropgesteld te worden dat met het verstrekken en voegen van overleveringsstukken terughoudendheid is geboden. Het is een belangrijk strafrechtelijk uitgangspunt dat niet elk stuk dat te maken heeft met de vervolging van een verdachte automatisch deel uitmaakt van het strafdossier dat door de rechter wordt beoordeeld. Overleveringsstukken zijn primair bedoeld voor de overleveringsprocedure. Stukken die uitsluitend zien op de formaliteiten van de overlevering, zijn in beginsel niet relevant voor de inhoudelijke bewijsvraag of strafmaat. Daar komt bij dat dergelijke stukken vallen onder het interstatelijke en daarmee vertrouwelijke verkeer tussen soevereine staten. Om die reden maken dergelijke stukken niet (standaard) onderdeel uit van een strafdossier.

Omdat het vertrouwensbeginsel voorop staat, is niet snel aanleiding de stukken met betrekking tot de overleveringsprocedure aan het dossier van de strafzaak zelf toe te voegen. In het licht van het verweer van de verdediging en de door het hof te beantwoorden vraag naar de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vanwege de toepassing van het specialiteitsbeginsel en de (wijze van) verderlevering, kan het openbaar ministerie zich wel voorstellen dat ook bij het hof de behoefte bestaat hierover nader geïnformeerd te worden. Het openbaar ministerie verzet zich dan ook niet tegen voeging van het in 2019 door de officier van justitie uitgevaardigde EAB, de uitspraak van de Parijse Gerechtshof van 12 augustus 2020 en de brief van 13 mei 2024 van rechter-commissaris mr. Boekaar .

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek toe wat betreft het in 2019 door de officier van justitie uitgevaardigde EAB, de uitspraak van de Parijse Gerechtshof van 12 augustus 2020 en de brief van 13 mei 2024 van rechter-commissaris mr. Boekaar .

Ten aanzien van het verzoek ook alle overige relevante documenten die zien op de overlevering van verdachte aan de verdediging ter beschikking te stellen, beslist het hof als volgt. Tijdens de regiezitting heeft het hof - naar aanleiding van het door de verdediging gevoerde preliminaire verweer - het openbaar ministerie ambtshalve opdracht gegeven uit te zoeken of Spanje toestemming heeft verleend voor verderlevering van de verdachte en zowel het hof als de verdediging daarover te informeren. Mede in het licht van die al gegeven opdracht is het hof niet de noodzaak gebleken om te bewilligen in het verzoek alle documenten die zien op de overlevering van verdachte aan de verdediging ter beschikking te stellen.

14. Verzoek tot het vertalen en voegen van document E100, pagina 2377 – 2378

Standpunt verdediging

Het dossier bevat – voor zover de verdediging bekend – geen letterlijke uitwerking van dit bericht, terwijl het bericht ziet op een voor deze strafzaak belangrijk telefoonnummer. Het betreft immers het nummer dat op een briefje aan het slachtoffer zou zijn verstrekt. De verdediging verzoekt daarom te bevelen dat dit bericht alsnog letterlijk wordt vertaald, opgenomen in een proces-verbaal en toegevoegd aan het dossier.

Standpunt openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft geen bezwaar tegen het laten vertalen en voegen van genoemd document. Het verzoek kan worden toegewezen.

Oordeel van het hof

Dit verzoek dient gelet op de aard ervan te worden getoetst aan het noodzaakscriterium. Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging de noodzaak tot toewijzing van dit verzoek voldoende onderbouwd. Het hof wijst het verzoek toe.

15. Verzoek tot het voegen van een telefoonnotitie van een bericht van [naam 2]

Standpunt verdediging

heeft op 21 november 2024 gesproken met een collega van de raadslieden van verdachte, te weten mr. B.J.C. (Sjaak) Pleiter. De heer Pleiter heeft onmiddellijk na dit telefoongesprek een telefoonnotitie voor de verdediging achtergelaten in hun kantoorapp. Een print screen van die notitie wenst de verdediging aan het dossier te laten voegen, zodat het hof zelf kennis kan nemen van de inhoud hiervan.

Standpunt openbaar ministerie

Bij gebrek aan onderbouwing is naar het standpunt van het openbaar ministerie de noodzaak tot het laten voegen van de telefoonnotitie niet gebleken, maar het openbaar ministerie heeft geen overwegende bezwaren tegen toevoeging aan het dossier.

Oordeel van het hof

Het hof zal de door de verdediging overgelegde print screen van de notitie uit de kantoorapp van de raadslieden toevoegen aan het dossier.

Algemene opmerkingen

Met betrekking tot de hiervoor besproken en toegewezen onderzoekswensen onder 2, 5, 6, 7 en 9 overweegt het hof als volgt.

Het openbaar ministerie wordt opdracht gegeven de desbetreffende bestanden binnen één maand na het wijzen van dit tussenarrest – en daarmee uiterlijk op 29 juni 2026 – te verstrekken aan de verdediging, door deze op een gegevensdrager te zetten en in bruikleen te geven gedurende de duur van het hoger beroep.

Als de verdediging na het uitluisteren van de tapgesprekken en audio-opnames meent dat één of meerdere delen daarvan dienen te worden uitgewerkt, kan zij zich tot de advocaten-generaal wenden met het verzoek dit woordelijk te laten uitwerken. De verdediging heeft daarvoor vanaf ontvangst van de bestanden, zes maanden de tijd (tot 29 december 2026).

BESLISSING

Het hof:

Draagt de stukken over aan de raadsheer-commissaris om als getuige te horen:

- [naam 1] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk).

Het hof verzoekt zowel de verdediging als het openbaar ministerie zo mogelijk de (laatst bekende) adresgegevens van deze getuige binnen een maand na de datum van dit tussenarrest door te geven aan het kabinet raadsheer-commissaris.

Geeft de advocaten-generaal opdracht uitvoering te geven aan de toegewezen verzoeken onder 2, 5, 6, 7, 9, 10, 13 en 14.

Wijst toe het verzoek onder 15.

Wijst af de overige verzoeken.

Bepaalt dat het onderzoek wordt voortgezet op een nog te bepalen zitting.

Beveelt dat verdachte en een tolk in de Engelse taal worden opgeroepen tegen het nog te bepalen tijdstip en dat de raadslieden van verdachte en de benadeelde partijen en hun advocaat hierover tijdig worden geïnformeerd.

Dit tussenarrest is gewezen door mr. A. van Maanen, mr. O.O. van der Lee en

mr. J.L.F. Groenhuijsen,

in aanwezigheid van de griffier mr. L.A.C. van den Berg-Veltman

en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 29 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand