ECLI:NL:GHARL:2026:3350

ECLI:NL:GHARL:2026:3350

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 21-000782-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Bedreiging met de dood door op de openbare weg met een vuurwapen in de lucht te schieten en het wapen op een groep personen te richten. Tevens beschadiging van een tafel in in politiecel. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, maar legt in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 120 uren op, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn met ruim 15 maanden en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in P.I. [instelling] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B. Hartman, hebben aangevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van wat hem in de zaak met parketnummer 18-222874-21 onder 2 en in de zaak met parketnummer 02-077180-21 ten laste is gelegd. Het hoger beroep is door verdachte onbeperkt ingesteld en is daarom ook gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen.

Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven beslissingen tot vrijspraak.

Vonnis

Verdachte is bij vonnis van de rechtbank van 31 januari 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, voor de overige tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het de opgelegde straf betreft. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich op klaarlichte dag, op de openbare weg schuldig gemaakt aan een bedreiging met de dood door op korte afstand van een groep personen met een vuurwapen in de lucht te schieten en dit wapen vervolgens op deze groep te richten. Dit is een zeer ernstig feit dat bij de betrokkenen en omstanders grote angst en gevoelens van onveiligheid heeft teweeggebracht. Daarnaast heeft verdachte een tafel in een politiecel beschadigd, waarmee hij er blijk van heeft gegeven geen respect te hebben voor het bezit van een ander.

Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 13 april 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten. Verder heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die op de zitting van het hof zijn besproken. Daaruit heeft het hof de indruk gekregen dat verdachte zijn leven nu op een andere manier leidt dan ten tijde van het feit en hierin meer stabiliteit heeft gecreëerd onder andere door het hebben van een baan.

Tot slot houdt het hof rekening met de schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Het hof stelt vast dat verdachte op 14 februari 2023 hoger beroep heeft ingesteld en dat het hof uitspraak doet op 27 mei 2026. De behandeling in hoger beroep is dus niet afgerond met een eindarrest binnen 2 jaren na het instellen van het hoger beroep. De redelijke termijn is in hoger beroep overschreden met ruim 15 maanden. Bijzondere omstandigheden die deze mate van overschrijding rechtvaardigen zijn het hof niet gebleken. Het hof zal daar in het voordeel van verdachte rekening mee houden.

Het hof acht in beginsel de door de rechtbank opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden passend, maar ziet in de overschrijding van de redelijke termijn, in combinatie met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, aanleiding om te kiezen voor een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf. De voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf dient als stok achter de deur, om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal begaan.

Alles afwegende acht het hof, evenals de advocaat-generaal, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-222874-21 onder 2 en in de zaak met parketnummer 02-077180-21 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. A. Meester, mr. F. van der Maden en mr. J.F.C. Schnitzler, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 27 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand