ECLI:NL:GHARL:2026:3368

ECLI:NL:GHARL:2026:3368

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 21-003115-24
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2024:5022

Samenvatting

OM appel. OM niet-ontvankelijk in het hoger beroep ten aanzien van feit 4 ( het doen van een valse aangifte). Bevestiging van het vonnis van de rechtbank voor het overige met aanvulling van gronden.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 23 juni 2025, 6 januari en 13 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat door verdachte is aangevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Op de zitting van het hof heeft de advocaat-generaal naar voren gebracht dat er geen bezwaren meer bestaan tegen de vrijspraak ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde. Het hof ziet geen redenen die ambtshalve behandeling van het onder 4 ten laste gelegde rechtvaardigen. Om die reden zal het hof het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van bezwaren, niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.

Het vonnis

De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 11 juli 2024, verdachte vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank Midden-Nederland op juiste wijze heeft beslist. Gelet op hetgeen door de advocaat-generaal naar voren is gebracht zal het hof de gronden van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland aanvullen.

Aanvulling op het vonnis

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Daartoe heeft zij – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat uit de NFI-rapportages duidelijk wordt dat verdachte achter het stuur heeft gezeten van de auto, dat hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij iemand zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en dat hij tweemaal de plaats van een ongeval heeft verlaten. Uit het aanvullend rapport van 25 juli 2025 zou naar voren komen dat alle bemonsterde sporen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid afkomstig zijn van verdachte. Gezien de drie plekken op de airbag van de bestuurder waar dat DNA is aangetroffen, onder andere middenin de airbag, kan het niet anders dan dat verdachte de bestuurder was ten tijde van het ongeval.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij integraal dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe – zakelijk weergegeven – naar voren gebracht dat hij niet achter het stuur heeft gezeten. Dat zijn DNA op de bestuurdersairbag terecht is gekomen, zou kunnen worden verklaard doordat de impact van de botsing groot was, hij op de passagiersstoel zat en één of twee verwonding(en) aan zijn gezicht had en hij mogelijk via de bestuurderskant uit de auto wist te komen. Verdachte kan zich alleen nog de klap herinneren. Verdachte heeft ook naar voren gebracht dat hij wel eens in de auto, die van zijn vader was, reed. Daarnaast heeft verdachte aangevoerd dat het nieuwe NFI-rapport geen toegevoegde waarde heeft ten opzichte van het eerdere NFI-rapport.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting – evenals de rechtbank Midden-Nederland – niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan. Om die reden kan het vonnis van de rechtbank worden bevestigd. Ter aanvulling overweegt het hof het volgende.

In het dossier bevinden zich twee NFI-rapportages. Eén rapport betreft een onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van 30 april 2019 en het tweede rapport van 25 juli 2025 betreft een vergelijkend DNA-onderzoek. In het voertuig, waarvan de advocaat-generaal zich op het standpunt stelt dat verdachte deze heeft bestuurd, zijn diverse sporen bemonsterd waarvan er uiteindelijk drie door het NFI nader zijn onderzocht.

Monster #01 betreft het “middendeel” van de airbag en betreft de plek waar iemand met zijn gezicht tegenaan komt als hij zit op de stoel waar de airbag uitklapt. Uit het NFI-rapport van 30 april 2019 komt naar voren dat monster #01 een DNA-mengprofiel van twee personen bevat: het DNA-hoofdprofiel van een onbekende man A en DNA-nevenkenmerken van minimaal één andere onbekende persoon.

Uit het NFI-rapport van 25 juli 2025 blijkt dat het DNA afkomstig kan zijn van verdachte (bewijskracht meer dan 1 miljard) en van minimaal één onbekende persoon. Er is een aanwijzing voor de aanwezigheid van speeksel, maar niet kan worden beoordeeld of de bemonstering daadwerkelijk speeksel bevat. Daarom kan niet worden beoordeeld of (een deel van) het DNA dat van verdachte kan zijn, afkomstig is van speeksel.

Het hof kan om die reden niet de conclusie trekken dat verdachte met zijn gezicht in het midden van de airbag is terecht gekomen tijdens de aanrijding, waardoor zijn DNA midden op de airbag is aangetroffen.

Monster #02 betreft een spoor dat zich rechtsboven het midden bevindt en bevat enkel en alleen DNA van verdachte (bewijskracht meer dan 1 miljard, NFI-rapport 25 juli 2025). Ook bij deze bemonstering is er een aanwijzing dat speeksel aanwezig is, maar ten aanzien van dit DNA-spoor kan evenmin worden vastgesteld of daadwerkelijk sprake is van speeksel en dus ook niet of het gaat om speeksel van verdachte. De bemonstering kan ook epitheel of ander (huid)materiaal zijn.

Monster #03 betreft een spoor helemaal aan de middenrechterkant. Uit het NFI-rapport DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde van 20 januari 2021 komt naar voren dat DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel #03 afkomstig kan zijn van verdachte.

In het NFI-rapport van 25 juli 2025 wordt weergegeven dat deze bemonstering DNA van minimaal één persoon bevat, namelijk verdachte (bewijskracht meer dan 1 miljard). Deze DNA-bemonstering betreft een bloedspoor. De conclusie van het NFI is dat deze bemonstering bloed bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte. Dat bloedspoor is dus wel rechtstreeks te linken aan verdachte.

Concluderend is het hof van oordeel dat het aanvullend NFI-rapport van 25 juli 2025 geen nadere inzichten verschaft ten aanzien van de door de rechtbank gebezigde motivering.

Anders dan de advocaat-generaal betoogt, kan naar het oordeel van het hof dus niet worden vastgesteld dat bemonsteringen #01 en #02 speeksel van verdachte betreffen.

Verdachte heeft – ook ter zitting in hoger beroep – een verklaring gegeven voor het feit dat zijn DNA-sporen op meerdere plekken op de airbag terecht zijn gekomen: hij had bloed aan zijn gezicht en hij is mogelijk via de bestuurderskant de auto uit gegaan. De resultaten van de DNA-onderzoeken door het NFI weerspreken deze verklaring van de verdachte niet.

De resultaten van het DNA onderzoek sluiten bovendien niet zonder redelijke twijfel uit dat speeksel van de onbekend gebleven persoon op het middendeel (monster #01) van de bestuurdersairbag terechtgekomen is en dat dus die onbekend gebleven bestuurder (mede) donor van de aangetroffen DNA-sporen was.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 tenlastegelegde.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. C.H. Zuur en mr. P.L.M van Gorkom, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Dijkman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 27 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand