[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 mei 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. A.A. Nunnikhoven, hebben aangevoerd.
De ontvankelijkheid van het hoger beroep
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte ontvankelijk is in het hoger beroep. Ondanks het stuk in het dossier over de elektronische overdracht, is het de vraag of de verdachte de dagvaarding heeft gezien en deze hem heeft bereikt. De verdachte heeft bij zijn laatste woord verklaard de brief nooit te hebben gezien.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het hoger beroep te laat is ingesteld en de verdachte daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep.
Oordeel van het hof
De wet schrijft voor dat binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis hoger beroep moet worden ingesteld als sprake is van een betekening in persoon. In dit geval is de dagvaarding voor de zitting van de politierechter langs elektronische weg aan de verdachte betekend. Dit is gebeurd volgens de voorgeschreven wijze, namelijk via de Berichtenbox van MijnOverheid, waarbij moet worden ingelogd met DigiD. De gerechtelijke mededeling betreft een dagvaarding voor de zitting van 7 februari 2025 die in de Berichtenbox is geplaatst op 28 november 2024 om 14:48 uur. Nog diezelfde middag is ingelogd in de MijnOverheid Berichtenbox. Dit is de Berichtenbox van de verdachte. Dat maakt dat sprake is van een betekening (aan de verdachte) in persoon.
Het hoger beroep is pas ingesteld na het verstrijken van de wettelijke termijn, namelijk op 27 november 2025. Kortom, het hoger beroep is niet op tijd ingesteld. Dat de verdachte stelt dat hij de gerechtelijke mededeling niet heeft gezien, maakt de overschrijding niet verontschuldigbaar. De verdachte is namelijk zelf verantwoordelijk voor het lezen van gerechtelijke mededelingen in zijn Berichtenbox.
Het hof verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. R.W.E. van Leuken, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. C.T. Tjauw-Foe, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 21 mei 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.