ECLI:NL:GHARL:2026:3395

ECLI:NL:GHARL:2026:3395

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 29-05-2026
Zaaknummer 21-004833-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vrijspraak medeplegen/medeplichtigheid witwassen. Er bestond een aanmerkelijke kans dat sprake zou zijn van witwassen, maar verdachte heeft deze kans niet bewust aanvaard.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat er op de zitting van het hof van 2 april 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. K. Elema, en de benadeelde partij [benadeelde] hebben aangevoerd.

Vonnis

De politierechter heeft verdachte in eerste aanleg voor medeplichtigheid aan medeplegen van schuldwitwassen veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van vijftig uren, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast is beslist op de vordering van de benadeelde partij.

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de politierechter is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

primairhij op of omstreeks 5 november 2019, in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, een of meerdere goederen, te weten een of meerdere geldbedragen (totaal ongeveer 9316 euro) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

subsidiair[medeverdachte] en/of een (of meer) onbekend gebleven pers(o)n(en) op of omstreeks 5 november 2019, te [gemeente 1] en/of in de gemeente [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, een of meerdere goederen, te weten een of meerdere geldbedragen (totaal ongeveer 9316 euro) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen, heeft/hebben omgezet en/of gebruik heeft/hebben gemaakt terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze geldbedrag(en) wisten, althans redelijkerwijs hadden moeten vermoeden dat die/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

bij en/of tot plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 18 oktober 2019 tot en met 14 november 2019 te [gemeente 1] , althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- aan die [medeverdachte] zijn bankrekeningnummer en/of zijn bankpas en/of zijn pincode mee te geven en/of ter beschikking te stellen.

Vrijspraak

Standpunten

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan medeplegen van opzetwitwassen zoals subsidiair tenlastegelegd. Verdachte heeft gelet op zijn eigen verklaring, de aangiftes, de Whatsapp-berichten en de bevindingen van de politie de aanmerkelijke kans aanvaard dat met de door hem verschafte gelegenheid/middelen een vermogensmisdrijf zou worden gepleegd.

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans dat met de door verdachte verschafte gelegenheid/middelen een vermogensmisdrijf zou worden gepleegd, niet bewust aanvaard. Het dossier bevat te veel contra-indicaties om aan te kunnen nemen dat verdachte het gevolg nadrukkelijk heeft gewild.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het primair tenlastegelegde medeplegen van witwassen.

Voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde stelt het hof voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het vermogensdelict witwassen – aanwezig is als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, kan niet zonder meer volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Bepaalde gedragingen kunnen echter naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behalve als sprake is van contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard.

Uit het strafdossier en het verhandelde ter zitting volgt dat verdachte zijn bankpas, pincode en inloggegevens ter beschikking heeft gesteld aan een vriendin ( [medeverdachte] ) en haar vriend voor het storten van een geldbedrag. Er was hem een vergoeding in het vooruitzicht gesteld van (de helft van) 40% van het te storten bedrag.

Gelet op de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, bestond hierdoor naar het oordeel van het hof de aanmerkelijk kans dat sprake zou zijn van witwassen. Gelet op de buitensporige hoogte van de genoemde vergoeding zal verdachte zich bewust zijn geweest van deze aanmerkelijke kans.

Verdachte en [medeverdachte] waren al jarenlang goed bevriend. In deze jaren is het vaker voorgekomen dat verdachte [medeverdachte] zijn pincode en bankpas gaf en dat [medeverdachte] deze met zijn toestemming gebruikte en dus toegang tot zijn bankrekening had. Verdachte heeft op 18 oktober 2019 via Whatsapp vragen gesteld aan [medeverdachte] , omdat hij het verzoek tot het ter beschikking stellen van zijn bankrekening in eerste instantie vreemd vond. Hij vroeg haar onder andere of het om Tikkie-fraude ging. Hierop zei [medeverdachte] , zowel via Whatsappberichten als in een persoonlijk gesprek, dat zij verdachte nooit bij Tikkiefraude zou betrekken. Zij had de hulp van verdachte nodig, omdat haar eigen bankpas geblokkeerd was. Deze gesprekken hebben verdachte naar eigen zeggen gerustgesteld en hierna heeft hij de gegevens ter beschikking gesteld. Verdachte heeft in de gesprekken ook aangegeven geen vergoeding te wensen of te verwachten voor zijn handelen. Het was zijns inziens immers een vriendendienst. Op 5 november 2019 zag verdachte dat er twaalf maal € 784,54 gestort was op zijn bankrekening door voor hem onbekende personen. Hij voelde wantrouwen en heeft vrijwel direct de bank gebeld om melding te maken en zijn bankrekening te laten blokkeren. Hij heeft toen ook aangifte gedaan.

Nu verdachte [medeverdachte] kende en haar vertrouwde en controlevragen heeft gesteld, voordat hij zijn gegevens ter beschikking stelde, acht het hof de hiervoor bedoelde contra-indicaties aanwezig. Daarmee komt het hof tot het oordeel dat er weliswaar een aanmerkelijke kans bestond dat er sprake zou zijn van witwassen, maar dat verdachte die kans niet bewust heeft aanvaard. Het hof zal verdachte daarom ook van het subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 9.315,04 aan materiële schade ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag hoofdelijk toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Aldus gewezen door

mr. S. Bek, voorzitter,

mr. R.H. Koning en mr. C.T. Tjauw-Foe, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,

en op 16 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S. Bek
  • mr. R.H. Koning
  • mr. C.T. Tjauw-Foe

Griffier

  • mr. A.S. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand