[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven te [adres] .
Hoger beroep
De verdachte en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van zittingen van het hof van 27 september 2023, 14 augustus 2024, 7 april 2025, 13 oktober 2025, 14 oktober 2025, 29 april 2026 en 3 juni 2026 en het onderzoek op de zittingen bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. B.H. van der Zwan, en de advocaten van de benadeelde partijen (mr. J.R. Mekkes namens [benadeelde 4] , mr. W. van Egmond namens [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , en mr. P. Meijer namens [benadeelde 3] ) hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft verdachte op 23 januari 2023 vrijgesproken van feit 2 (doodslag) en veroordeeld voor feit 1 (openlijk in vereniging geweld plegen) tot een gevangenisstraf van 1 jaar, met aftrek van het voorarrest. De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zijn door de rechtbank toegewezen (telkens € 17.500,00), met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Omdat het hof tot een andere beslissing omtrent het bewijs komt dan de rechtbank, zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te [plaats] openlijk, te weten, op de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] en/of een goed, te weten de personenauto waarin die [slachtoffer] reed, door
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal te slaan/stompen en/of te trappen/schoppen en/of
- tegen die personenauto te trappen/schoppen;
2.hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een of meerdere messen, althans met (een) dergelijk(e) (scherp(e)) steekvoorwerp(en) in de borst, althans het bovenlichaam, te steken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverwegingen
Standpunt van de verdediging
Door de verdediging is in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat er geen sprake is van betrouwbare bewijsmiddelen waaruit met zekerheid volgt dat verdachte ook maar enige vorm van geweld heeft gebruikt. Ook is er niet gebleken van medeplegen.
Bewijsoverwegingen en het oordeel van het hof
Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen blijkt onder meer het volgende:
Het hof constateert dat er heel veel getuigen zijn gehoord in de verschillende fases van het strafproces. Ook heeft forensisch onderzoek plaatsgevonden. Of verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij het geweld tegen [slachtoffer] en/of zijn auto is echter niet duidelijk geworden. De gehoorde getuigen verklaren niet eenduidig en concreet over wat verdachte zou hebben gedaan en over waar hij was op welk moment. Het forensisch bewijs geeft hier ook geen uitsluitsel over.
Het ten tijde van de aanval aanwezig zijn en het feit dat bloed van [slachtoffer] op de schoen van verdachte is aangetroffen, betekent niet (zonder meer) dat verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij het geweld tegen [slachtoffer] en/of diens auto. Verdachte verklaart alleen maar gepoogd te hebben zijn broer [medeverdachte 1] weg te trekken en aldus de aanval te stoppen. Voor het bloed aan de schoen van verdachte geldt dat niet duidelijk is geworden hoe en wanneer het op de schoen van verdachte terecht is gekomen. Het hoeft daarom geen daderspoor te zijn.
Alles in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.000,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.000,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 17.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 17.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. A.J. Rietveld en mr. P.S. Bakker, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 juni 2026.