ECLI:NL:GHARL:2026:3507

ECLI:NL:GHARL:2026:3507

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 21-000612-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2023:165

Samenvatting

Dodelijke steekpartij Almere. Veroordeling openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen tot een taakstraf van 100 uren. Afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen; geen groepsaansprakelijkheid.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ( [Land van herkomst] ),

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zittingen van het hof van 27 september 2023, 14 augustus 2024, 7 april 2025, 13 oktober 2025, 14 oktober 2025, 29 april 2026 en 3 juni 2026 en het onderzoek op de zittingen bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. S.R. Heerenveen, en de advocaten van de benadeelde partijen (mr. J.R. Mekkes namens [benadeelde 2] en mr. P. Meijer namens [benadeelde 1] ) hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte op 23 januari 2023 veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen jeugddetentie, waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met oplegging van bijzondere voorwaarden. De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn door de rechtbank toegewezen (telkens € 17.500,00), met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof overweegt in dit arrest deels anders dan de rechtbank en legt een andere straf op dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2020 te [plaats] openlijk, te weten, op de [locatie] , in elk geval op of aan de openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] en/of een goed, te weten de personenauto waarin die [slachtoffer] reed, door

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal te slaan/stompen en/of te trappen/schoppen en/of

- tegen die personenauto te trappen/schoppen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijs

Standpunt van de verdediging

Door de verdediging is in hoger beroep vrijspraak bepleit van de gehele tenlastelegging. De raadsvrouw heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat gezien de aanzienlijke tegenstrijdigheden in het voorhanden zijnde bewijs niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte (hierna ook: [verdachte] ) zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Bewijs, bewijsoverwegingen en het oordeel van het hof

Vaststelling van de feiten

Op grond van de voorhanden bewijsmiddelen stelt het hof het volgende vast:

In de nacht van 15 augustus 2020 is [verdachte] aanwezig op een verjaardagsfeest in een zaal aan de [adres 2] . Op dit feest is ook [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) aanwezig.

Na afloop van het feest wordt [verdachte] buiten de feestzaal door [slachtoffer] geslagen en ontstaat er een vechtpartij tussen verschillende mensen. Omstanders sussen de ruzie en halen de partijen uit elkaar. [slachtoffer] loopt vervolgens weg naar zijn auto en stapt in.

Na afloop van deze vechtpartij neemt [verdachte] met de telefoon van getuige [getuige 1] via Snapchat contact op met zijn broer [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ).

Kort daarna arriveren de broers [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) in een witte Volkswagen Golf op de parkeerplaats aan de [locatie] . [medeverdachte 2] bestuurt de auto en [medeverdachte 1] zit ernaast. Zij komen aan met hoge snelheid en piepende banden.

[verdachte] heeft verklaard dat hijzelf toen een wit T-shirt en een zwarte broek aan had en geel haar [het hof begrijpt: geblondeerd haar] had; hij is ongeveer 1.75 meter lang.

[slachtoffer] bestuurt zijn auto en naast hem zit zijn vriend [getuige 2] . [getuige 2] is samen met [slachtoffer] op het feest en samen willen zij vertrekken. [getuige 2] verklaart dat hij bij [slachtoffer] toen geen letsels heeft gezien, behalve iets bij zijn mond.

[medeverdachte 1] stapt uit de Volkswagen Golf en vraagt meteen waar [slachtoffer] is. [slachtoffer] probeert op dat moment in zijn auto weg te rijden van de parkeerplaats. Tegen [medeverdachte 1] wordt al wijzend gezegd dat [slachtoffer] daar rijdt. [medeverdachte 1] rent dan op de auto van [slachtoffer] af. [slachtoffer] rijdt [medeverdachte 1] bijna aan en rijdt tegen een lantaarnpaal aan. Het raam van het autoportier bij [slachtoffer] is open. [medeverdachte 1] gaat naar het geopende raam waar [slachtoffer] zit en worstelt door het raam met [slachtoffer] .

[medeverdachte 1] hangt met zijn bovenlichaam in het geopende raam bij [slachtoffer] , maakt stekende bewegingen richting [slachtoffer] en stapt dan naar achteren.

[verdachte] is met meerdere andere mensen ook naar de auto van [slachtoffer] gegaan,. [verdachte] trapt meerdere malen tegen de deur van de auto van [slachtoffer] (bestuurderszijde) en probeert de deur tot het uiterste open te trekken. Hij is bezig de auto te vernielen.

[slachtoffer] probeert uit te stappen, maar de deur wordt tegen zijn benen getrapt. Hij probeert het nogmaals en dan lukt het hem om uit te stappen. [slachtoffer] heeft bloed op zijn borst en wankelt. [slachtoffer] wordt geschopt, krijgt een trap tegen de borstkas en valt op de grond. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] stappen dan in de auto en rijden samen weg.

Door omstanders wordt het alarmnummer gebeld. Verbalisant [verbalisant 1] komt ter plaatse en ziet dat ambulancebroeders bezig zijn om [slachtoffer] te reanimeren. Zij ziet dat [slachtoffer] meerdere steekwonden heeft en dat zijn shirt vol met bloed zit. [slachtoffer] wordt in de ambulance vervoerd naar het ziekenhuis en overlijdt onderweg.

Verbalisant [verbalisant 2] komt op 15 augustus 2020 om 02.20 uur op het parkeerterrein aan de [locatie] te [plaats] . Hij ziet dat [slachtoffer] gereanimeerd wordt. Hij vraagt aan omstanders om te vertellen wat er is gebeurd. Hij wordt gewezen op de auto van [slachtoffer] die tegen de lantaarnpaal staat. Hij ziet dat de linker deur van de auto open staat. Op de grond, naast de openstaande deur, ligt een zwart heft van een mes. Het lemmet ontbreekt. Achter het linker achterwiel ligt een kapotte telefoon.

Op de plaats delict op de parkeerplaats aan de [locatie] in [plaats] vindt dan forensisch onderzoek plaats. Op de buitenzijde van het linker portier van de auto van [slachtoffer] staat een afdruk van een schoenzool en er zitten deuken in het portier.Op de weg ter hoogte van het linker portier ligt een zwartkleurig heft van vermoedelijk een aardappelschilmesje.

Achter het linker achterwiel ligt in drie stukken, een zwaar beschadigde, witkleurige GSM.

Op de stoep van de hoek [locatie] en het links gelegen parkeerterrein is een bloedvlek te zien.

De bij het achterwiel aangetroffen GSM is bemonsterd en het daarop aangetroffen DNA is veiliggesteld, onderzocht en vergeleken met de DNA-profielen van [slachtoffer] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] . Het resultaat was dat het DNA op de telefoon afkomstig is van minimaal drie personen met een match met het DNA van [slachtoffer] en [verdachte] . Uit onderzoek is gebleken dat aan de telefoon het telefoonnummer van [verdachte] kan worden gekoppeld.

De auto van [slachtoffer] is forensisch onderzocht. Daaruit blijkt dat de auto rondom beschadigd is en dat het linker portier niet meer gesloten kan worden. Op de vloerbedekking tussen de linkerzijde van de bestuurderstoel en de portieropening ligt een afgebroken lemmet van een mes. Het lemmet had ongeveer een lengte van zeven centimeter en er zaten bloedsporen op.

De bloedsporen op het aangetroffen lemmet zijn onderzocht door het NFI. Aan de rechterzijde van het lemmet en aan de beide zijden van de punt zitten bloedsporen. Het is meer dan één miljard keer waarschijnlijker dat het bloed op het lemmet afkomstig is van [slachtoffer] dan van iemand anders.

Op de rechter schoen die [verdachte] die nacht aan had, wordt aan de bovenkant bloed aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer] .

Bewijsoverwegingen

In algemene zin overweegt het hof dat in het onderzoek van de politie en ook tijdens de procedures in eerste aanleg en in hoger beroep vele getuigen (soms ook meermalen) zijn gehoord. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat er tussen verschillende personen die op die avond ter plaatse aanwezig waren, respectievelijk die tot de kringen rondom [slachtoffer] en de drie broers behoren, onderling en via social media veelvuldig over de zaak is gesproken. Daarbij zijn ook namen, motieven en speculaties over het incident gedeeld. Verder komt uit het dossier naar voren dat bij degenen die in het onderzoek naar de dood van [slachtoffer] als getuigen zijn gehoord sprake lijkt te zijn geweest van een zekere terughoudendheid om openheid van zaken te geven. Zo blijkt uit onderzoek aan inbeslaggenomen telefoons en uit afgeluisterde telefoontaps en OVC-gesprekken dat sprake is geweest van gewiste berichten en videobeelden die in het onderzoek vervolgens niet meer boven water zijn gekomen. Het hof heeft zich van een en ander rekenschap gegeven en is bij de hierboven weergegeven vaststelling van de feiten zoveel mogelijk uitgegaan van de verklaringen van de getuigen die ter plaatse aanwezig waren en uit eigen waarneming hebben kunnen verklaren. Ook is het hof steeds nagegaan in hoeverre die verklaringen ook steun vinden in andere bewijsmiddelen. Verder heeft het hof bij de vaststelling van de feiten betrokken de eigen verklaringen van verdachte en zijn twee broers, die zij op de avond van 15 augustus 2020, dus nog geen 24 uur na de dodelijke vechtpartij, bij de politie hebben afgelegd. De drie broers hebben bij de politie onder meer verklaard over hun aankomst respectievelijk aanwezigheid ter plaatse, over hoe zij gekleed waren die avond, over de confrontatie met [slachtoffer] die op dat moment in zijn auto zat, over een worsteling tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] door het raampje van de auto en over de aanwezigheid van een mes of een daarop gelijkend voorwerp. Deze verklaringen heeft het hof gelezen in onderling verband en in samenhang met de andere hierboven opgenomen bewijsmiddelen in het dossier.

Uit het hierboven opgenomen feitenrelaas met bijbehorende bewijsmiddelen volgt dat - in ieder geval - [verdachte] en zijn broer [medeverdachte 1] een aandeel hebben gehad in het tegen [slachtoffer] respectievelijk zijn auto gepleegde openlijke geweld nadat [slachtoffer] probeerde weg te komen van de parkeerplaats. Getuigen zien dat er wordt geschopt en geslagen tegen zowel [slachtoffer] als zijn auto.

Voor [verdachte] geldt dat hij voor getuigen duidelijk herkenbaar was aan zijn opvallend geblondeerde haar. Hij wordt al schoppend gezien door getuigen. Uit het forensisch onderzoek is gebleken dat aan zijn rechterschoen bloed zit van [slachtoffer] . Zijn kapotte telefoon ligt bij het achterwiel van de auto van [slachtoffer] . Hij was eerder die avond geslagen door [slachtoffer] , heeft daarna zijn broer [medeverdachte 2] gebeld en dit was mogelijk de reden voor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] om zich vervolgens samen met de auto naar de parkeerplaats te begeven.

Uit meerdere verklaringen in het dossier is op te maken dat er meer mensen een rol moeten hebben gehad in het tegen [slachtoffer] respectievelijk zijn auto gepleegde geweld, maar dat doet aan het aandeel van [verdachte] en [medeverdachte 1] in het groepsgeweld niets af.

Conclusie

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] en zijn auto.

Het tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 15 augustus 2020 te [plaats] openlijk, te weten op de [locatie] in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] en een goed te weten de personenauto waarin die [slachtoffer] reed, door

- die [slachtoffer] te trappen/schoppen en

- tegen die personenauto te trappen/schoppen.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich op 15 augustus 2020 samen met een ander / anderen schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer] en een personenauto. Nadat [slachtoffer] tegen een lantaarnpaal was gereden, werden hij en zijn auto met geweld belaagd door onder meer verdachte. Toen [slachtoffer] - met steekletsels toegebracht door de broer van verdachte - bloedend uit zijn auto wist te komen, werd hij vervolgens tegen de grond getrapt. Kort daarna is [slachtoffer] als gevolg van de steekletsels overleden.

Verdachte is niet verantwoordelijk voor het dodelijke letsel, maar heeft bijgedragen aan het gezamenlijke openlijke geweld gepleegd tegen [slachtoffer] , die – aanvankelijk zittend in zijn auto - geen kant op kon.

Het betreft een ernstig misdrijf, waarbij verdachte geen blijk van inzicht in het strafwaardige van zijn handelen heeft gegeven.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 maart 2026 blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Over de persoon van de verdachte is door de Raad voor Kinderbescherming en de jeugdreclassering meerdere malen gerapporteerd. Hieruit komt naar voren dat het leven van [verdachte] zich inmiddels positief heeft ontwikkeld. Hij heeft hard gewerkt om zijn leven op orde te krijgen. Op vrijwillige basis heeft bij behandeling gezocht en gekregen. Hij heeft werk, volgt een opleiding op MBO 4-niveau en heeft de zorg voor zijn gezin. Er zijn momenteel weinig zorgen meer over hem.

Door de verdediging is ter zitting van het hof naar voren gebracht dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde minderjarig was en nog maar pas in Nederland was. Inmiddels is hij goed bezig met het opbouwen van een stabiele toekomst voor zichzelf en zijn gezin. Hij is first offender en (op een strafbeschikking na) niet meer in aanraking gekomen met justitie.

Ook heeft de raadsvrouw verzocht om rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Ten aanzien van het tijdsverloop overweegt het hof als volgt.

Als uitgangspunt geldt voor [verdachte] , voor wie het strafrecht voor jeugdigen van toepassing is, dat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep een termijn geldt van telkens zestien maanden waarbinnen het vonnis respectievelijk het eindarrest dient te zijn gewezen. De termijn van berechting in eerste aanleg bedraagt ongeveer twee jaar en vijf maanden.

De termijn van berechting in hoger beroep bedraagt ongeveer drie jaar en vier maanden.

De lange duur van de behandeling is onder meer te wijten aan de omstandigheid dat de onderhavige zaak deel uitmaakt van een groot onderzoek, het een omvangrijk dossier betreft en dat door het openbaar ministerie en de raadslieden van de medeverdachten in de met elkaar samenhangende strafzaken in verschillende stadia van het geding, ook in de fase van het hoger beroep, onderzoekswensen zijn ingediend die voor een deel ook zijn toegewezen en zijn uitgevoerd. Het spreekt voor zich dat dit alles de nodige tijd in beslag heeft genomen. Dit is echter niet aan de verdachte of zijn raadsvrouw te wijten. Het hof zal daarom bij de duur van de op te leggen straf rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep van circa drie jaren.

Alles afwegend is het hof van oordeel dat in beginsel de oplegging van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren passend is. Voor de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep brengt het hof 20 uren in mindering op deze straf. Het hof legt dus aan verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf op voor de duur van 100 uren, met aftrek van het voorarrest, en bij niet verrichten te vervangen door 50 dagen jeugddetentie. Voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden is thans geen reden meer gelet op de bevindingen van de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering over de positieve ontwikkeling van verdachte.

Benadeelde partijen

Vorderingen

Nabestaanden hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. Zij hebben het hof verzocht om hoofdelijke toewijzing van hun vordering, en deze te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Daarnaast is verzocht de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr aan verdachte op te leggen.

[benadeelde 1] (moeder van [slachtoffer] )

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 17.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. Deze vordering is in zijn geheel in hoger beroep opnieuw aan de orde.

[benadeelde 2] (vader van [slachtoffer] )

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 17.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. Deze vordering is in zijn geheel in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering.

De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat het overlijden van [slachtoffer] in deze strafprocedure niet gekoppeld wordt aan het openlijk geweld. In deze situatie kan er geen sprake kan zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid van een groep waartoe verdachte behoorde, nu niet is voldaan aan de voorwaarde dat de verdachte behoorde te begrijpen dat aan het groepsoptreden het gevaar was verbonden dat de schade zou worden toegebracht. Het steken met een mes waardoor de dood is veroorzaakt, is op geen enkel moment voorzienbaar geweest voor de groep.

Oordeel van het hof

Verdachte is strafrechtelijk gezien niet (mede)verantwoordelijk te houden voor het overlijden van [slachtoffer] .

Door de rechtbank is geoordeeld dat civielrechtelijk gezien verdachte middels groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) hoofdelijk aansprakelijk is voor de affectieschade van de nabestaanden en heeft de vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] (ouders van [slachtoffer] ) toegewezen.

Het hof oordeelt hier anders over. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte in redelijkheid niet kunnen voorzien dat er door iemand in de groep waar hij deel van uitmaakte met een mes gestoken zou worden (het steken met het mes heeft de dood van [slachtoffer] veroorzaakt). Het aldus door een ander doden van [slachtoffer] gaat zozeer de overwegende karakteristiek van het groepsoptreden te buiten dat daarvoor in redelijkheid geen aansprakelijkheid van verdachte kan worden aangenomen .

Het hof wijst daarom de vorderingen van de benadeelde partijen af.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 63, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77gg en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot schadevergoeding af.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot schadevergoeding af.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. A.J. Rietveld en mr. P.S. Bakker, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand