ECLI:NL:GHARL:2026:3509

ECLI:NL:GHARL:2026:3509

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 02-06-2026
Zaaknummer 21-001966-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Onderzoek Travee. Beslissing op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege het deelnemen aan een criminele organisatie in het kader van de Opiumwet en betrokkenheid bij diverse hennepkwekerijen.

Uitspraak

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 13 april 2021 met parketnummers 08/953033-14 en 08/910050-17 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 30 maart 2026 en 3 juni 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en zijn raadsman, mr. M. Hoevers, naar voren hebben gebracht.

Beslissing waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 13 april 2021, waartegen het hoger beroep is gericht, beslist op de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarbij is het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op een bedrag van € 915.381,27 en is de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van datzelfde bedrag. Daarbij is de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 1.080 dagen.

Het hof komt tot een ander oordeel en zal het vonnis vernietigen. Het hof doet opnieuw recht.

Vordering

De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot schatting van het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel op € 2.529.555,61 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag. Ter zitting in eerste aanleg is gerekwireerd tot vaststelling van het voordeel op een bedrag van € 1.325.712,40 en tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

De advocaat-generaal heeft ter zitting in hoger beroep gevorderd dat het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 1.173.135,25 en dat in zoverre de verplichting tot betaling aan de Staat aan betrokkene moet worden opgelegd. De advocaat-generaal is daarbij uitgegaan van een één oogst bij de kwekerij in [plaats] . De advocaat-generaal gaat uit van in totaal € 1.435.785,25 aan voordeel minus € 262.650,- aan kosten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit het vonnis te vernietigen, op grond van het feit dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het uithaken van de betrokkenheid van medebetrokkene Van Buul, niet langer voldoet aan de minimale eisen van deugdelijkheid en betrouwbaarheid.. Subsidiair heeft de raadsman bepleit de hoofdelijkheid van de vordering af te wijzen en per kwekerij 10% van de opbrengst minus de kosten aan betrokkene toe te rekenen, met inachtneming van de deelvrijspraken die uit het vonnis blijken en de verrekening van de vermogenscomponenten die onder betrokkene in beslag zijn genomen.

Grondslag

Betrokkene is bij arrest van dit hof van 3 juni 2026 (parketnummer 21-003239-20) veroordeeld tot straf voor

Het hof komt aan de hand van dat arrest en de uitgangspunten zoals weergegeven in het hierna genoemde ontnemingsrapport tot het oordeel dat betrokkene uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft verkregen.

Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Aan de inhoud van de wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van het totale

wederrechtelijk voordeel dat betrokkene uit zijn leidinggeven aan de criminele organisatie en zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerijen heeft verkregen op een bedrag van € 628.000,-. Het hof komt als volgt tot deze schatting.

Deze zaak maakt onderdeel uit van het onderzoek ‘Travee’. In de periode van maart 2014 tot en met mei 2016 zijn negen hennepkwekerijen opgerold. Het hof heeft geoordeeld dat het merendeel van die wietplantages verband houdt met een criminele organisatie, waarvan betrokkene de leider was.

Het hof neemt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot uitgangspunt het rapport “berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ( [verdachte] )” (hierna: het ontnemingsrapport).

[straat] in [plaats]

Het hof heeft bewezen verklaard dat betrokkene betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in [plaats] . Tijdens de inval op 15 februari 2015 zijn negenhonderd hennepplanten aangetroffen. Het hof heeft vastgesteld dat de kwekerij al langer in werking was, namelijk vanaf 1 augustus 2014. Dat oordeel is gebaseerd op de resultaten van de doorzoeking, de netmeting van [bedrijf] , de verklaring van [medeverdachte] en de waarneming van de overbuurman. Gelet op het feit van algemene bekendheid dat een kweekcyclus van hennepplanten gemiddeld tien weken bedraagt, zouden er in de bewezen verklaarde periode twee oogsten hebben kunnen plaatsvinden. [medeverdachte] heeft echter verklaard dat de eerste oogst slecht was en dat er maar één oogst heeft plaatsgevonden. Het hof zal uitgaan van de juistheid van die verklaring.

Het hof stelt op basis van het ontnemingsrapport vast dat de opbrengsten uit de hennepkwekerij in [plaats] voor twee oogsten een bedrag van € 144.820,20 betreft. Dit bedrag is gebaseerd op twee oogsten van negenhonderd planten. Omdat het hof, met de advocaat-generaal, uitgaat van één oogst, stelt het hof de opbrengsten voor de kwekerij vast op een bedrag van € 72.410,10 (€ 144.820,20/2).

[straat] in [plaats]

Het hof heeft bewezen verklaard dat betrokkene betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan [straat] in [plaats] . Tijdens de inval op 27 juli 2015 werd in dit pand een ontmantelde hennepkwekerij aangetroffen. Aan de hand van de contouren van de kweekbakken wordt een totale oppervlakte van 84,63 vierkante meter aan kweekruimte berekend. Uitgaande van zestien planten per vierkante meter wordt gesteld dat er minimaal 1.354 hennepplanten hebben gestaan. Het hof heeft vastgesteld dat de kwekerij al langer in werking was, namelijk vanaf 9 februari 2015. Dat oordeel is gebaseerd op de resultaten van de doorzoeking en camerabeelden. Het hof acht het aannemelijk, gelet op het feit van algemene bekendheid dat een kweekcyclus van hennepplanten gemiddeld tien weken bedraagt, dat er in de bewezen verklaarde periode twee oogsten hebben plaatsgevonden. Dit vindt bevestiging in de camerabeelden van april 2015 en juni 2015 en de verklaring van [naam] dat hij meerdere oogsten heeft gezien.

Uit het ontnemingsrapport komt naar voren dat de opbrengsten uit de hennepkwekerij aan [straat] in [plaats] een bedrag van € 550.273,47 zouden zijn. Dit bedrag is echter gebaseerd op vijf oogsten van 1.354 planten. Omdat het hof uitgaat van twee oogsten, stelt het hof de opbrengsten voor de kwekerij vast op een bedrag van € 220.109,39 (550.273,47/5x2).

[straat] in [plaats]

Het hof heeft bewezen verklaard dat betrokkene betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan [straat] in [plaats] . Tijdens de inval op 31 juli 2015 zijn 907 hennepplanten aangetroffen. Het hof heeft vastgesteld dat de kwekerij al langer in werking was, namelijk vanaf 9 februari 2015. Dat oordeel is gebaseerd op de resultaten van de doorzoeking, de huurovereenkomst, observaties, camerabeelden en bakengegevens. Het hof acht het aannemelijk, gelet op het feit van algemene bekendheid dat een kweekcyclus van hennepplanten gemiddeld tien weken bedraagt, dat er in de bewezen verklaarde periode één oogst heeft plaatsgevonden. Dit lijkt te worden bevestigd door de verklaring van Veenema dat ‘de jongens’ hebben geknipt en de ruimtes daarna weer hebben vol gezet. Volgens Veenema zat er rot in de planten. Het hof acht de verklaring op dat punt niet aannemelijk. [naam] heeft immers verklaard dat hij niet heeft gezien dat er rot in de planten zat, maar wel dat deze oogstrijp waren. Ook De Goede heeft gezegd niks te weten van het mislukken van een eerdere oogst.

Het hof stelt op basis van het ontnemingsrapport vast dat de opbrengst uit de hennepkwekerij aan [straat] in [plaats] een bedrag van € 71.689,94 betreft. Dit bedrag is gebaseerd op één oogst van 907 planten.

[straat] in [plaats]

Het hof heeft bewezen verklaard dat betrokkene betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan [straat] in [plaats] . Tijdens de inval op 25 mei 2016 werd in dit pand een ontmantelde hennepkwekerij aangetroffen. Aan de hand van de kweekbakken wordt een totale oppervlakte van 78,5 vierkante meter aan kweekruimte berekend. Uitgaande van vijftien planten per vierkante meter wordt gesteld dat er 1.177 hennepplanten hebben gestaan. Het hof heeft vastgesteld dat de kwekerij al langer in werking was, namelijk vanaf 1 augustus 2014. Dat oordeel is gebaseerd op de resultaten van de doorzoeking en de verklaring van [naam] . Het hof acht het aannemelijk, gelet op de verklaring van [naam] , dat er zeven keer is geoogst. De eerste oogst vond ergens in november 2014 plaats en de laatste oogst was ongeveer drie á vier weken voor de inval op 25 mei 2016.

Het hof stelt op basis van het ontnemingsrapport vast dat de opbrengst uit de hennepkwekerij in [plaats] een bedrag van € 706.607,52 betreft. Dit bedrag is gebaseerd op zeven oogsten van 1.177 planten.

[straat] in [plaats]

Het hof heeft bewezen verklaard dat betrokkene betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in [plaats] . Tijdens de inval op 30 mei 2016 zijn twee kweekruimtes aangetroffen. In de eerste kweekruimte stonden geen planten meer. Aan de hand van de kweekbakken wordt een totale oppervlakte van 22,37 vierkante meter aan kweekruimte berekend. Uitgaande van zestien planten per vierkante meter wordt gesteld dat er 357 hennepplanten hebben gestaan. In de tweede kweekruimte zijn 390 hennepplanten aangetroffen. Het hof heeft vastgesteld dat de kwekerij al langer in werking was, namelijk vanaf 1 september 2015. Dat oordeel is gebaseerd op de resultaten van de doorzoeking en de verklaring van [naam] . Het hof acht het aannemelijk, gelet op de verklaring van [naam] , dat er twee keer is geoogst; bij de eerste keer de twee volledige ruimtes en bij de tweede keer alleen de tweede kweekruimte. Daarbij wordt in het voordeel van de criminele organisatie afgeweken van het feit van algemene bekendheid dat een kweekcyclus van hennepplanten gemiddeld tien weken bedraagt.

Het hof overweegt dat zowel [naam] als [naam] een verklaring heeft afgelegd over een mislukte oogst. Het hof begrijpt daaruit echter dat de kweek in de eerste kweekruimte heel slecht was en dat deze planten er door de bewoners twee á drie weken voor de inval zijn uitgehaald. Deze uitleg past tevens bij het feit dat de verbalisanten daar tijdens de doorzoeking geen planten meer hebben aantroffen. Het hof houdt het er aldus voor dat de overige oogsten wel zijn gelukt.

Het hof stelt op basis van het ontnemingsrapport vast dat de opbrengsten uit de hennepkwekerij in [plaats] een bedrag van € 92.732,30 betreft (€ 59.958,66 + € 32.773,64). Dit bedrag is gebaseerd op twee oogsten van 357 planten en één oogst van 390 planten. Het hof constateert dat de verklaringen van [naam] en [naam] juist lijken te duiden op het omgekeerde, namelijk dat er in de kweekruimte met 357 planten eenmaal en in de kweekruimte met 390 planten tweemaal is geoogst. Het hof zal echter in het voordeel van betrokkene uitgaan van de laagste uitkomst, zijnde de berekening zoals die in het dossier ligt.

Totale opbrengst

Het hof stelt de totale opbrengsten die betrokkene uit de hierboven genoemde hennepkwekerijen heeft verkregen vast op een bedrag van:

[straat] € 72.410,10

[straat] € 220.109,39

[straat] € 71.689,94

[straat] € 706.607,52

[straat] € 92.732,30 (+

Totaal = € 1.163.549,25.

In de bovenstaande berekening van de opbrengsten per hennepkwekerij zijn de kosten ten behoeve van de kweek al verwerkt volgens de standaard BOOM-normen.

Verdeelsleutel

Vastgesteld kan worden dat er meerdere personen betrokken zijn bij de hierboven genoemde hennepkwekerijen. Hoe de verdeling van de opbrengst tussen hen precies is geweest blijkt niet uit de stukken. Het hof stelt vast, dat betrokkene en zijn mededaders geen inzicht hebben gegeven in de verdeling van het uit de hennepteelt verkregen voordeel. Weliswaar is in hoger beroep bepleit dat verdachte voor 10% minus de kosten bij de opbrengst per kwekerij zou moeten worden aangeslagen, maar dit is niet nader onderbouwd en sluit in de visie van het Hof niet aan bij rol en positie van betrokkene in de organisatie. Het hof zal daarom op basis van alle bekende omstandigheden van het geval bepalen welk deel van het totale voordeel aan betrokkene moet worden toegerekend.

Het hof houdt betrokkene samen met anderen verantwoordelijk voor het grootschalig telen van hennep, terwijl voorts sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband in de vorm van een criminele organisatie met (kort gezegd) het oogmerk van grootschalige hennepteelt. Als meer personen betrokken zijn bij hetzelfde feitencomplex, heeft als uitgangspunt te gelden dat een ieder daadwerkelijk voordeel heeft genoten. In beginsel wordt dat voordeel pondspondsgewijs verdeeld in het geval waarin niet is gebleken van aanwijzingen voor een andere verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het hof neemt tot uitgangspunt dat het de deelnemer aan een criminele organisatie erom te doen is om mee te delen in de opbrengst van die organisatie. Bij een criminele organisatie is in de regel sprake van een onderlinge hiërarchische verhouding, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen betrokkenen die hand- en spandiensten of werkzaamheden verrichten, exploitanten en (een) leidinggevende(n). Het hof heeft vastgesteld dat betrokkene een leidinggevende rol in de organisatie heeft gehad. Hij zette de lijntjes uit, maakte afspraken en stuurde andere leden van de organisatie en overige betrokkenen aan. De overige leden van de criminele organisatie hadden in meer of mindere mate een uitvoerende rol.

In aanmerking genomen dat betrokkene als leider van de criminele organisatie een aanzienlijk actievere en meer initiërende rol heeft vervuld dat zijn medebetrokkenen, acht het hof het aannemelijk dat hij daarmee meer voordeel heeft gegenereerd. Daarbij weegt het hof mee dat betrokkene over meer vermogen beschikte dan vanuit zijn legale inkomen verklaarbaar was. Zo zijn bij betrokkene vermogenscomponenten in beslag genomen waarvan de waarde werd geschat op een bedrag van € 270.962,43.

[medeverdachte] heeft wel een verklaring afgelegd over de verdeling van de opbrengsten van de kwekerij aan [straat] in [plaats] , namelijk dat hij 40 procent kreeg en ‘zij’ (het hof begrijpt: de criminele organisatie) 60 procent.

[naam] heeft een verklaring afgelegd over de verdeling van de opbrengsten van de kwekerij aan [straat] in [plaats] , namelijk dat zij twee keer € 15.000,- heeft ontvangen. [naam] heeft ook een verklaring afgelegd over de verdeling van de opbrengsten van de kwekerij aan [straat] in [plaats] , namelijk dat zij één keer € 20.000,- heeft ontvangen en één keer € 15.000,-. Als in het voordeel van betrokkene wordt uitgegaan van de verklaring van [naam] , zouden [naam] en [naam] € 35.000,- van de totale opbrengst van € 92.732,30 hebben ontvangen. Dat komt neer op afgerond 38 procent van de totale opbrengst.

Dit in aanmerking nemende, gaat het hof er in algemene zin bij alle kwekerijen vanuit dat 40 procent aan de pandeigenaren/-huurders is toegekomen en betrokkene (tenminste) 60 procent van de opbrengsten uit de kwekerijen heeft ontvangen.

Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat betrokkene in totaal € 698.129,55 van de opbrengst van de kwekerijen heeft ontvangen (€ 1.163.549,25/100x60).

Het hof acht het aannemelijk dat de andere leden van de criminele organisatie ook een vergoeding ontvingen voor hun aandeel in de diverse hennepkwekerijen. Het hof gaat er vanuit dat deze vergoedingen zijn betaald van de opbrengsten van de criminele organisatie, zodat deze als kosten in mindering dienen te worden gebracht op de hierboven genoemde opbrengsten van betrokkene. Het hof schat deze kosten op 20 procent van de opbrengst en zal deze aldus in mindering brengen op de opbrengst.

Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene bedraagt daarmee € 558.503,64 (€ 698.129,55/100x80).

Het hof zal in verband met fouten/onnauwkeurigheden in afronding en kleine rekenfouten dit bedrag afronden op € 558.000,-.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Het hof overweegt dat uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de redelijke termijn

in ontnemingszaken aanvangt op het moment dat de Nederlandse Staat jegens betrokkene

een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen

hem een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig

wordt gemaakt. Het hof stelt vast dat er op 10 mei 2016 tijdens de doorzoeking in de woning van betrokkene beslag is gelegd op diverse goederen. Dit ter bewaring van het recht van verhaal voor een door de rechter op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit betekent, uitgaande van een redelijke termijn van twee jaren, dat betrokkene op 10 mei 2018 het vonnis had mogen verwachten. Het vonnis is echter op 13 april 2021 gewezen, circa twee jaren en elf maanden later.

Het heeft ook lang geduurd voordat de zaak inhoudelijk bij het hof is behandeld. Het hoger beroep is immers ingesteld op 23 april 2021 en dit arrest wordt gewezen op 3 juni 2026, zodat sinds het instellen van het hoger beroep bijna vijf jaren en anderhalve maand zijn verstreken. De behandeling had moeten plaatsvinden binnen een termijn van twee jaren.

Er is dan ook sprake van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het hof zal volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden, nu de strafzaak en de ontnemingszaak tegelijkertijd door het hof worden afgedaan en in de strafzaak reeds compensatie voor het overschrijden van de redelijke termijn plaatsvindt. Hiermee wordt de inbreuk op artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voldoende gecompenseerd.

Het hof is van oordeel dat aan betrokkene de verplichting moet worden opgelegd

tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een

bedrag van € 558.000,-.

Het hof zal bij het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat de duur van de gijzeling bepalen overeenkomstig de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het hof bepaalt op basis daarvan de duur van de gijzeling op de maximale duur van ten hoogste 1.080 dagen.

Wetsartikelen

De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold op het moment van de procedure.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 558.000,00 (vijfhonderdachtenvijfigduizend euro).

Legt betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 558.000,00 (vijfhonderdachtenvijftigduizend euro).

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen.

Deze beslissing is gewezen door mr. G. Mintjes, mr. S. Taalman en mr. R.D.J. Visschers,

in aanwezigheid van de griffiers mr. L.A.C. van den Berg-Veltman en mr. E. van der Zandt en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand