[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsman, mr. M.H. Hogeman, heeft aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Verder is de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.
Het hof vernietigt het vonnis omdat het hof met andere argumenten dan de politierechter tot een integrale vrijspraak komt. Het hof doet daarom opnieuw recht.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 24 oktober 2024 in [plaats] , in elk geval in Nederland, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier, te weten een hond, pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door in strijd met het behandelplan niet de benodigde medicatie te bestellen en/of toe te dienen;
2.hij op of omstreeks 24 oktober 2024 in [plaats] , in elk geval in Nederland, als houder van een hond, aan die hond de nodige verzorging heeft onthouden door in strijd met het behandelplan niet de benodigde medicatie bestellen en/of toe te dienen.
Vrijspraak
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat beide feiten bewezen kunnen worden verklaard. Op 30 juli 2024 heeft de verdachte voor het laatst medicatie in de vorm van tabletten gekocht voor de hond. Bij de hercontrole op 24 oktober 2024 treft de politie nog zeven tabletten aan in het potje. De verdachte heeft daarom in de tussentijd te weinig medicatie aan de hond gegeven, de hond zorg onthouden en de aanwijzingen van de dierenarts niet opgevolgd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit de verdachte vrij te spreken. Er valt niet vast te stellen dat de hond na 30 juli 2024 te weinig medicatie heeft gekregen. In het huis van de verdachte zijn vier potjes gevonden waar tabletten in zaten/zitten. De hond was ziek en at nauwelijks, omdat hij leed aan artrose en aan kanker. Het was daarom lastig medicatie te geven aan de hond. Ook is de hond een tijd inbeslaggenomen geweest. Dit alles samen maakt dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte te weinig medicatie heeft gegeven aan de hond, ook omdat de verdachte stelt dat hij nog voldoende tabletten had voor zijn hond.
Oordeel van het hof
De verweten gedragingen in de tenlastelegging komen er in de kern op neer of de verdachte op of omstreeks 24 oktober 2024 onvoldoende medicatie heeft besteld voor of toegediend aan zijn hond. In dat geval is sprake van strafbaar handelen. Dit zou tot gevolg hebben gehad dat bij de hond pijn is veroorzaakt, dat zijn gezondheid/welzijn is benadeeld en de hond de nodige verzorging is onthouden.
Op basis van het dossier valt niet uit te sluiten dat de verdachte op of omstreeks 24 oktober 2024 tabletten aan zijn hond heeft gegeven. De verdachte had op 24 oktober 2024 namelijk nog enkele tabletten in huis en de verdachte heeft verklaard medicatie te hebben toegediend.
Het hof spreekt de verdachte daarom vrij van de tenlastegelegde feiten.
Wat verder over het bestellen en toedienen van de medicatie is aangevoerd door de raadsman en de advocaat-generaal, valt buiten de tenlastegelegde periode. Het hof zal om die reden op die standpunten en verweren niet responderen.
Het beslag
Onder de verdachte is een hond inbeslaggenomen. Deze hond behoort de verdachte toe.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring van de hond gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van het hof
Het hof gelast dat de inbeslaggenomen hond wordt teruggegeven aan de verdachte.
Vordering tot tenuitvoerlegging (84-120577-24)
De rechtbank Gelderland heeft de verdachte op 12 september 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren. Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de opgelegde voorwaardelijke taakstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat tenuitvoerleggen niet langer opportuun is.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van deze vordering tot tenuitvoerlegging.
Oordeel van het hof
Het hof zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- Hond (PL0600-2024500885-G3318209).
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Functioneel Parket van 6 juni 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 12 september 2024, parketnummer 84-120577-24, voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 80 (tachtig) uren.
Aldus gewezen door
mr. R.W.E. van Leuken, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. C.T. Tjauw-Foe, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 4 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.