ECLI:NL:GHARL:2026:3623

ECLI:NL:GHARL:2026:3623

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 21-004002-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen één persoon. Toepassing jeugdstrafrecht. Oplegging van een leerstraf, inhoudende het volgen van een leerproject van Training Agressie Controle van TACt Regulier en een werkstraf van 4 uren, met aftrek van voorarrest. Toewijzing van € 1.000,- aan immateriële schade, waarvoor verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

[verdachte] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 30 maart 2026 is besproken, en wat er op de zitting bij de politierechter is besproken.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en zijn raadsvrouw,

mr. E.I.B. Hoffman, hebben aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis waartegen [verdachte] hoger beroep heeft ingesteld, is bewezen verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [benadeelde] . De politierechter heeft [verdachte] hiervoor, onder toepassing van het volwassenenstrafrecht, veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, bestaande uit € 1.000,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij is in het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en omdat het een andere straf oplegt en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 4 april 2025 te [plaats] openlijk, te weten, [straatnaam] (voor [uitgaansgelegenheid] ), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door

- meermalen tegen het lichaam van die [benadeelde] te duwen waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen en/of die [benadeelde] naar de grond te werken en/of op de grond te gooien en/of

- die [benadeelde] vast te pakken en/of naar achteren te slepen en/of

- meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde] te slaan en/of te stompen en/of

- meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde] te trappen en/of te schoppen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat [verdachte] zijn (toenmalige) vriendin [medeverdachte 1] wilde beschermen. [verdachte] wilde het geweld stoppen, zijn rol was juist de-escalerend.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen aangever [benadeelde] . Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Het hof overweegt daarbij als volgt.

Hoewel het hof wil aannemen dat [verdachte] aanvankelijk de bedoeling heeft gehad om [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en aangever uit elkaar te halen en aangever weg te sturen, heeft [verdachte] zich mee laten slepen in de schermutseling. Het gedrag van [verdachte] verschoot daarbij als het ware van kleur van het aanvankelijk willen voorkomen dat er geweld werd gebruikt naar het deelnemen aan het geweld. Dat deed hij onder meer door aangever een aantal keren met kracht naar de grond te werken waardoor aangever juist niet weg kon gaan. Ook hield [verdachte] aangever vast, waardoor [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangever konden schoppen. Daarnaast heeft [verdachte] tegenover de politie verklaard dat hij aangever één of twee keer met gebalde vuist heeft geslagen op zijn wang, waardoor aangever tegen het hout aanviel. Hoewel [verdachte] op de zitting bij het hof heeft gezegd zich niet meer te kunnen herinneren of hij aangever op die wijze heeft geslagen, gaat het hof uit van de verklaring die [verdachte] bij de politie heeft afgelegd. [verdachte] heeft deze verklaring direct na het incident afgelegd en daarbij gedetailleerd verklaard over zijn eigen rol en de omstandigheden waaronder hij heeft geslagen en waar hij aangever heeft geraakt.

Met de politierechter overweegt het hof dat voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging niet nodig is dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] dezelfde geweldshandelingen hebben verricht of dat die geweldshandelingen allemaal van dezelfde zwaarte moeten zijn. Doordat [verdachte] aangever naar de grond heeft gewerkt, hem vast heeft gehouden en aangever met gebalde vuist heeft geslagen op zijn wang, heeft [verdachte] een voldoende significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het gepleegde geweld.

Het hof acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging tegen aangever [benadeelde] , zoals hierna is opgenomen in de bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 4 april 2025 te [plaats] openlijk, te weten, in [straatnaam] (voor [uitgaansgelegenheid] ), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door

- meermalen tegen het lichaam van die [benadeelde] te duwen waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen en die [benadeelde] naar de grond te werken en op de grond te gooien en

- die [benadeelde] vast te pakken en naar achteren te slepen en

- meermalen tegen het hoofd en het lichaam van die [benadeelde] te slaan en en

- meermalen tegen het hoofd en het lichaam van die [benadeelde] te trappen en te schoppen.

Het hof spreekt [verdachte] vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen één persoon.

Strafbaarheid van [verdachte]

is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat [verdachte] niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het jeugdstrafrecht toe te passen en aan [verdachte] primair een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de door de politierechter opgelegde straf te matigen. [verdachte] heeft al de nodige gevolgen ervaren van het voorval.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] .

Ernst van het feit

[verdachte] heeft zich tijdens het uitgaan in [plaats] op 4 april 2025 schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen aangever [benadeelde] . Hoewel [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn begonnen met het uitoefenen van het geweld, heeft [verdachte] het geweld in stand gehouden en daaraan deelgenomen door aangever naar de grond te werken en in zijn gezicht te slaan. Dit heeft [verdachte] gedaan terwijl hij onder invloed was van alcohol. Door zo te handelen heeft [verdachte] een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever. Aangever heeft door het geweld van hen drieën verschillende verwondingen opgelopen aan zijn lichaam, waaronder een hersenschudding en een oogtrauma. Daarnaast heeft het geweldsincident ook psychisch impact gehad op aangever. Aangever omschrijft dat hem zijn gevoel van onbevangenheid is ontnomen.

Strafblad

Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van [verdachte] van 23 februari 2026, waaruit blijkt dat hij in het verleden niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Omdat het niet plegen van strafbare feiten de norm is, heeft het strafblad van [verdachte] geen invloed op de hoogte van de straf.

Persoon van verdachte

Verder neemt het hof in aanmerking de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] , zoals die op de zitting door [verdachte] en zijn raadsvrouw naar voren zijn gebracht, en zoals deze ook blijken uit het dossier en het reclasseringsrapport dat over [verdachte] is opgesteld.

Het hof heeft onder meer gelet op het reclasseringsrapport van 3 juli 2025. De reclassering adviseert tot toepassing van het jeugdstrafrecht. Indicaties hiervoor zijn de continuering van zijn schoolgang, het feit dat [verdachte] momenteel nog bij zijn ouders inwoont en niet eerder zelfstanding heeft gewoond en de omstandigheid dat [verdachte] hulp van zijn ouders accepteert. Daarnaast komt [verdachte] op de reclassering enigszins kwetsbaar over en lijkt hij ten aanzien van de handelingsvaardigheden niet goed de consequenties van zijn handelen te hebben ingeschat. In overleg met de Raad van de Kinderbescherming adviseert de reclassering tot oplegging van een taakstraf voor de duur van 35 uren, in de vorm van de leerstraf TACt Regulier. Dit is een individuele gedragsinterventie gericht op agressieregulatie. Binnen deze gedragsinterventie adviseert de reclassering aandacht te besteden aan agressie in combinatie met alcoholgebruik.

Op de zitting in hoger beroep is door [verdachte] naar voren gebracht dat hij bijna een Mbo 4 opleiding tot leidinggevende succesvol heeft afgerond. Daarvoor heeft hij de VEVO succesvol afgerond, een vooropleiding voor Defensie. Het is [verdachte] zijn droom om te gaan werken bij Defensie. Vanwege deze lopende strafzaak wil Defensie hem op dit moment nog niet aannemen. Het ligt ook aan de opgelegde straf of hij aangenomen kan worden. [verdachte] brengt naar voren dat hij sinds dit feit bijna geen alcohol meer drinkt. Hij gaat minder uit en als hij uitgaat, past hij op met alcohol.

Toepassing jeugdstrafrecht

Het hof ziet, anders dan politierechter, in de persoonlijkheid van [verdachte] aanknopingspunten om het jeugdstrafrecht toe te passen. [verdachte] was ten tijde van het plegen van het strafbare feit 18 jaar oud. Verder woont hij nog thuis bij zijn ouders, accepteert hij hulp van zijn ouders en volgt hij een Mbo-opleiding. [verdachte] komt daarnaast niet alleen op de reclassering, maar ook op het hof enigszins kwetsbaar over. Hij beschikte bovendien over onvoldoende handelingsvaardigheden. Dat blijkt vooral uit het feit dat hij niet goed kon inschatten wat zijn handelen, het opkomen voor zijn vriendin die lastig werd gevallen, voor gevolgen zou (kunnen) hebben en dat hij niet in staat was om deze situatie op een niet-gewelddadige manier op te lossen. Gelet op het feit dat verdachte ogenschijnlijk normaal functioneert en niet-gewelddadige doelen nastreeft, schat het hof in dat dit eenmalige incident juist het gevolg is geweest van zijn jeugdige leeftijd en zijn nog niet voltooide ontwikkeling. Het hof past daarom, in lijn met het reclasseringsadvies van 3 juli 2025, het jeugdstrafrecht toe.

Strafoplegging

Anders dan door de verdediging primair is bepleit, zal het hof aan [verdachte] geen geheel voorwaardelijke straf opleggen. Het hof acht het namelijk vanwege hetgeen hiervoor is opgemerkt, van belang dat [verdachte] de door de reclassering geadviseerde leerstraf gaat uitvoeren. Dit is een 35 uren durende training van TACt Regulier, waarin aandacht wordt besteed aan agressieregulatie. Hoewel uit het dossier niet naar voren komt dat [verdachte] zich vaker agressief heeft gedragen, kan [verdachte] bij deze training wel baat hebben. Door te leren hoe hij in het vervolg met soortgelijke situaties om kan gaan, zonder daarbij geweld te gebruiken, verwacht het hof dat [verdachte] niet weer met justitie in aanraking zal komen. Dit is mede van belang in relatie tot de toekomstplannen van [verdachte] en zijn droom om vlieger te worden bij Defensie. Hij kan dan richting Defensie laten zien dat hij er alles aan gedaan heeft om herhaling te voorkomen en dat hij lering heeft getrokken uit het incident en de gevolgen ervan voor aangever en voor hemzelf. Ten slotte zal hij hier waarschijnlijk meer aan hebben dan het verrichten van een kale werkstraf. Het hof vindt het van belang dat [verdachte] deze gehele leerstraf uitvoert en zal daarom bevelen dat zijn voorarrest in mindering wordt gebracht op een aanvullende werkstraf.

Omdat de training van TACt Regulier 35 uren duurt, acht het hof de oplegging van een taakstraf van 39 uren, bestaande uit een leerstraf van 35 uur, inhoudende het volgen van een leerproject Training Agressie Controle van TACt Regulier en een werkstraf van 4 uren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Feitelijk betekent dit dat [verdachte] geen aanvullende werkstraf hoeft uit te voeren, maar wel de taakstraf in de vorm van de leerstraf volledig moet volgen. Als [verdachte] deze leerstraf niet naar behoren verricht, wordt de leerstraf vervangen door 17 dagen jeugddetentie.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft bij de politierechter een vordering tot schadevergoeding ingediend, bestaande uit € 1.550,00 aan immateriële schade en € 94,83 aan materiële schade. De politierechter heeft dit bedrag voor een deel toegewezen, bestaande uit € 1.000,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat hij het eens is met de beslissing van de politierechter en heeft de vordering tot schadevergoeding verlaagd met € 644,83. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de gevorderde € 1.000,00 aan immateriële schade.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering tot schadevergoeding te matigen, waarbij rekening wordt gehouden met de rol van de benadeelde partij.

Oordeel van het hof

Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van [verdachte] . De benadeelde partij heeft mede door het handelen van [verdachte] lichamelijk letsel opgelopen waardoor hij, ingevolge artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, voor vergoeding van immateriële schade, ook wel ‘smartengeld’ genoemd, in aanmerking komt.

De benadeelde partij heeft in zijn verzoek tot schadevergoeding aangegeven dat hij verschillende verwondingen heeft opgelopen aan zijn lichaam, waaronder een hersenschudding en een oogtrauma. Dit heeft niet alleen fysiek, maar ook psychisch impact gehad.

Gelet op alle omstandigheden van het geval, stelt het hof, evenals de politierechter, de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op de gevorderde € 1.000,00. Bij de begroting van die schade heeft het hof de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan [verdachte] gemaakte verwijt laten meewegen, en verder gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Daarbij merkt het hof op dat anders dan door de verdediging is bepleit, het hof in het gedrag van de benadeelde partij geen aanleiding ziet te veronderstellen dat de benadeelde partij zelf mede schuld had aan zijn mishandeling, ongeacht wat er aan de geweldshandelingen vooraf is gegaan.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Omdat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde openlijke geweldpleging, is hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de toegewezen schade. Het hof bepaalt daarom dat wanneer de schadevergoeding (deels) door [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] is betaald, [verdachte] dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.

Wettelijke rente

Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 4 april 2025, de dag waarop [verdachte] openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] .

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door [verdachte] wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Gijzeling

Onder toepassing van het jeugdstrafrecht bepaalt het hof de duur van de gijzeling op 0 dagen. Voor [verdachte] betekent dit dat als hij niet betaalt, hij niet gegijzeld kan worden. Wel kan het CJIB andere middelen inzetten als hij niet betaalt.

Proceskosten

Gelet op het vorenstaande wordt [verdachte] , als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 4 (vier) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 2 (twee) dagen jeugddetentie.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf, zijnde het volgen van een leerproject, te weten Training Agressie Controle (TACt Regulier), voor de duur van 35 (vijfendertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 17 (zeventien) dagen jeugddetentie.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.000,00 (duizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 4 april 2025.

Dit arrest is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, mr. P.S. Bakker en mr. J.A.M. Kwakman, in aanwezigheid van de griffier mr. S.A. van der Zwaag en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 13 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand