ECLI:NL:GHARL:2026:3645

ECLI:NL:GHARL:2026:3645

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 04-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 21-002850-22
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Ontnemingsbeslissing. Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel i.v.m. veroordeling hennepteelt. Hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 152.803,76 en legt betrokkene een betalingsverplichting op van € 147.803,76.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 21 mei 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en zijn raadsman,

mr. G.A.R. Di Antonio, hebben aangevoerd.

De beslissing

Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het zich niet met die beslissing verenigt. Het hof doet opnieuw recht.

Vordering

Het openbaar ministerie heeft schriftelijk gevorderd dat het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld of € 156.478,78 en dat aan betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van ditzelfde bedrag. In hoger beroep is het openbaar ministerie bij die vordering gebleven.

Standpunten van de verdediging

De verdediging heeft in hoger beroep verwezen naar de bij de rechtbank gevoerde verweren. Deze worden als herhaald beschouwd en houden zakelijk weergegeven in:

Oordeel van het hof

Uit het strafdossier en de behandeling van de vordering op de zitting in hoger beroep blijkt dat betrokkene uit die feiten financieel voordeel heeft behaald. Het hof baseert dit op de navolgende bewijsmiddelen en overwegingen.

Bewijsmiddelen

1. De inhoud van het arrest van het hof van 4 juni 2026, inhoudende een met bewijsmiddelen belegde en gemotiveerde bewezenverklaring met betrekking tot, kortgezegd, grootschalige hennepteelt;

2. Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e tweede lid Sr. d.d. 10 april 2018, opgenomen op pagina 3479 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2017009943 (Onderzoek: NNRAA 17031 Miograna) d.d. 28 augustus 2018, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] , in welk rapport redengevende wettige bewijsmiddelen zijn vermeld die ten grondslag liggen aan de voordeelsberekening (hierna: het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel [adres 2] );

3. Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e tweede lid Sr. d.d. 7 augustus 2018, opgenomen op pagina 2579 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2] , in welk rapport redengevende wettige bewijsmiddelen zijn vermeld die ten grondslag liggen aan de voordeelsberekening (hierna: het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel [adres 4] );

4. Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e tweede lid Sr. d.d. 7 augustus 2018, opgenomen op pagina 4479 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , in welk rapport redengevende wettige bewijsmiddelen zijn vermeld die ten grondslag liggen aan de voordeelsberekening (hierna: het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel [adres 3] );

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 27 maart 2018 opgenomen op pagina 3745 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van [naam 1] :

V: Sinds wanneer zat er wel een hennepkwekerij in het pand aan de [adres 2] in [plaats 1] ?A: Ik heb zelf meegeholpen met opbouwen en volgens mij was het klaar ergens in september (het hof begrijpt: september 2016). Dat het startklaar was en dat de plantjes erin gingen. Het kan de eerste of tweede week geweest zijn.(...)V: Hoe vaak is er geoogst aan de [adres 2] te [plaats 1] .A: Er is 1 keer geoogst en de tweede keer waren jullie erbij.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 maart 2018, opgenomen op pagina 3535 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van [naam 4] ;

O: Verdachte wordt foto [verdachte] getoond, genoemd als bijlage 4 en gevoegd bij dit verhoor.V: Wie is dit?A: Dat is [verdachte] .V: Wat kun je over zijn betrokkenheid en rol vertellen?(...)A: Wat heeft [naam 2] erover verklaard?O: Onderstaand een citaat uit het verhoor van [naam 2] .V: Waar woont [verdachte] ?A: [plaats 4] . [plaats 3] .V: In wat voor auto rijdt [verdachte] ?A: Mercedes [type] .V: Wat is zijn rol met betrekking tot de hennepteelt?A: Leider zeg ik niet. Hij regelt eigenlijk de meeste dingen, soort projectleider. Ik weet niet of de hennep daar heen gaat, dat gaat altijd heel snel. Ik heb daar geen zicht op. Als er betaalt moet worden komt het van hem. Ik kan het wel gaan ontkennen, maar jij weet toch ook wel genoeg?Einde citaat uit het verhoor van [naam 2] . V: Wil je hier op reageren?A: Dat is correct wat [naam 2] zegt in het citaat. (...)V: Bij de zoeking bij [naam 3] troffen wij een briefje met aantekeningen, bedragen aan, kennelijk betrekking hebbend op de hennepkwekerij aan de [adres 3] te [plaats 2] . O: Verdachte wordt bijlage 6 getoond en gevoegd bij dit verhoor.V: Wat kun jij hierover verklaren?(...)V: Als jij dit zo ziet op de bijlage en de bedragen, wat kan je hier over verklaren?A: Dat is een schatting. Dit heeft betrekking op de kwekerij aan de [adres 3] in [plaats 2] maar het zijn schattingen. De bedragen die er op staan van 3 * 12.500 euro zijn toezeggingen aan mensen en nog niet daadwerkelijk uitbetaald. V: Wat is jou daar in toegezegd?A: 12.500 euro. V: Aan wie zijn de andere bedragen toegezegd van 12.500 euro?A: Dat zijn [naam 1] (de rechtbank begrijpt: [naam 1] ) en [naam 2] . (...)V: [naam 2] verklaarde dat het geld van [verdachte] kwam, jij bevestigde dat, is hier ook deze bedragen toegezegd door [verdachte] ? A: De bedragen worden door [verdachte] bepaald.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 november 2017, opgenomen op pagina 1811 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, als verklaring van [naam 2]

V: in wat voor auto rijdt [verdachte] ?A: Mercedes [type] .V: Wat is zijn rol met betrekking tot de hennepteelt?A: Leider zeg ik niet. Hij regelt eigenlijk de meeste dingen, soort projectleider. Ik weet niet of de hennep daar heen gaat, dat gaat altijd heel snel. Ik heb daar geen zicht op. Als er betaalt moet worden komt het van hem. Ik kan het wel gaan ontkennen, maar jij weet toch ook wel genoeg?(...)V: Hoe zit het met de onderlinge rolverdeling tussen jou, [verdachte] , [naam 4] , [naam 3] en [naam 1] ?A: Ik sta in ieder geval voor mijn gevoel onderaan en [verdachte] bovenaan.(...)V: Hoe vaak heb jij het pand aan de [adres 3] bezocht?A: In het begin 2 keer in de week. Toen ben ik er een tijdje niet geweest. Wel 20 keer denk ik?V: Sinds wanneer zit er hennep in het pand?A: Vanaf het begin af aan, eerst zijn ze gaan bouwen. In april is het gehuurd, toen zijn ze gaan bouwen en in mei is er begonnen met hennep kweken. De deur naar de kwekerij zat altijd op slot. De sleutel was altijd verstopt zoals ik begrepen had. Ik ging wel eens mee naar boven om te kijken, verder kwam ik er niet. (...)V: Hoe vaak is er geoogst op de [adres 3] ?A: Twee keer.(...)V: Hoe ging de betaling dan?A: Niet. De eerste keer kreeg ik een paar 100. De tweede keer kreeg ik 1.400 euro. V: Van wie kreeg je dat dan?A: De laatste keer heb ik van [verdachte] gehad. Ik haalde het bij hem thuis op. Hij stelde het steeds uit. Ik kreeg het ook wel eens via via. V: Even over de [adres 2] te [plaats 1] : Wat kun je hier over vertellen?A: Dat het telen van hennep al bestond toen ik er kwam in juli 2016 ongeveer. Nee ik ben daar later geweest, want het is vrij snel opgerold nadat ik kwam. Ze hebben 1 keer geoogst, de tweede keer is gepakt. (...)V: Even over de [adres 4] te [plaats 3] : wat kun je hier over vertellen?A: Alleen ik, [naam 4] en [verdachte] . Ik heb de vloer gebouwd. Ik en [naam 4] hebben de kwekerij ingericht. (...)V: Hoe lang heeft de kwekerij daar gezeten?A: Heel kort. We hebben 1 keer geoogst, de tweede keer is al gepakt.

Overwegingen

Betrokkene is bij arrest van dit hof van 4 juni 2026 veroordeeld voor (onder meer) telkens opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Deze veroordeling heeft, voor zover hier van belang, betrekking op betrokkenheid bij het samen met anderen telen van hennep in drie hennepkwekerijen. Aan het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt niet precies een indicatie te ontlenen voor de verdeling van de opbrengst tussen betrokkene en zijn medeveroordeelden. Hoewel verdachte als een soort projectleider een grotere rol heeft gehad dan andere betrokkenen en het dossier ook aanwijzingen bevat dat zijn financiële voordeel groter is geweest, zal het hof in het voordeel van betrokkene het totale wederrechtelijk verkregen voordeel per hennepkwekerij niet hoger vaststellen dan het resultaat van een pondspondsgewijze toerekening tussen de betrokken personen. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt het hof de rapporten wederrechtelijk verkregen voordeel als uitgangspunt.

[adres 4] te [plaats 3]

Op 6 maart 2017 zijn in een pand aan de [adres 4] in een voormalige mestsilo twee kweekruimtes aangetroffen met daarin in totaal 1306 hennepplanten. Het hof is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat hier in ieder geval één eerdere oogst heeft plaatsgevonden. Het hof baseert dit op de verklaringen van medeveroordeelden [naam 2] en [naam 4] en de aangetroffen indicatoren in de kwekerij, zoals deze naar voren komen in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel [adres 4] .

Dit levert de volgende berekening op:

In de kwekerij stonden verdeeld over de begane grond en de eerste verdieping in totaal 1306 hennepplanten. In het rapport van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 is een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 28,2 gram.

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 1306 planten x 28,2 gram = 36,829 kilogram.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,- per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 36.829 gram x € 4.070 = € 149.849,03.

Het totaal aan kosten per kweekcyclus voor de begane grond van de mestsilo wordt in het rapport wederechtelijk verkregen voordeel gesteld op € 5.436,95 en voor de eerste verdieping op € 5.406,19. Het hof ziet geen aanleiding hiervan af te wijken. De totale kosten voor 1 oogst bedragen derhalve (€ 5.436,95 + € 5.406,19 =) € 10.843,14.

Het totaal verkregen netto voordeel voor de [adres 4] komt hiermee gesteld op:

Bruto opbrengst 1 oogst x € 149.894,03 = € 149.894,03

Totale kosten 1 oogst x € 10.843,14 = € 10.843,14 -

Netto wederrechtelijk verkregen voordeel € 139.050,89

Gelet op de verklaringen van [naam 2] en [naam 4] zijn in ieder geval drie personen betrokken geweest bij het opzetten en exploiteren van deze hennepkwekerij. Het hof zal het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel daarom schatten op 1/3e deel van het hiervoor berekende netto wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof komt aldus tot het oordeel dat betrokkene (1/3e van € 139.050,89 =) € 46.350,29 voordeel heeft genoten als gevolg van de hennepkwekerij aan de [adres 4] te [plaats 3] .

[adres 2] te [plaats 1]

Op 2 februari 2017 zijn in een pand aan de [adres 2] te [plaats 1] twee kweekruimtes aangetroffen met daarin in totaal 1880 hennepplanten. In het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel [adres 2] wordt uitgegaan van ten minste één eerder gerealiseerde oogst.

Verdachte heeft betwist dat deze oogst heeft plaatsgevonden, maar het hof hecht daaraan geen geloof en stelt op grond van de verklaringen van medeveroordeelden [naam 2] en [naam 4] , in combinatie met het feit dat er gedroogde hennepresten en knipscharen in de loods zijn aangetroffen, vast dat ook in deze kwekerij één eerdere oogst heeft plaatsgevonden.

De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de opbrengst van een eventueel vastgestelde oogst lager, en de kosten hoger, zijn geweest dan is verondersteld. Het in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel [adres 2] berekende bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel zou daarom moeten worden gematigd.

Het hof is van oordeel dat de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd dat en waarom de oogst niet succesvol zou zijn geweest. De enkele verklaring van medeveroordeelde [naam 1] over de hoogte van de opbrengst van de oogst, acht het hof onvoldoende om af te wijken van de normen uit het BOOM-rapport. Datzelfde geldt voor de kosten die zijn gemaakt met betrekking tot de aanschaf van hennepstekjes. [naam 1] heeft hier weliswaar over verklaard, maar hij heeft de hennepstekjes niet zelf aangeschaft of geleverd en zodoende niet uit eigen wetenschap verklaard. Wat betreft de hoogte van de opbrengsten en van de gemaakte kosten ziet het hof daarom geen aanleiding om af te wijken van de bedragen zoals die zijn opgenomen in het BOOM-rapport.

Dit levert de volgende berekening op:

In de kwekerij stonden minimaal 1880 hennepplanten. In het rapport van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 is een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant.

De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 28,2 gram. De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 1880 planten x 28,2 gram = 53,016 kilogram.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,- per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 53,016 kilogram x € 4070 =

€ 215.775,12.

Het totaal aan kosten per kweekcyclus wordt in het rapport wederechtelijk verkregen voordeel gesteld op € 42.686,33.

Het totaal verkregen netto voordeel voor de [adres 2] komt hiermee op:

Bruto opbrengst 1 oogst x € 215.775,12 = € 215.775,12

Totale kosten 1 oogst x € 42.686,33 = € 42.686,33 -

Netto wederrechtelijk verkregen voordeel € 173.088,79

Blijkens de verklaringen van [naam 2] en [naam 4] waren er in ieder geval vier personen betrokken bij de hennepkwekerij aan de [adres 2] . Het hof zal daarom het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel schatten op 1/4e deel van het hiervoor berekenende netto wederrechtelijk verkregen voordeel en komt aldus tot het oordeel dat betrokkene (1/4e van € 173.088,79 =) € 43.272,19 voordeel heeft genoten als gevolg van de hennepkwekerij aan de [adres 2] in [plaats 1] .

[adres 3] te [plaats 2]

Op 22 januari 2018 zijn op 22 november 2017 in een pand aan de [adres 3] te [plaats 2] twee kweekruimtes aangetroffen met daarin in totaal 1379 hennepplanten. In het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van twee eerdere oogsten.

De verdediging heeft dit niet betwist, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] kan worden geconcludeerd dat deze oogsten zijn mislukt. Dit zou volgens de verdediging worden bevestigd door de tapgesprekken tussen [naam 1] en [naam 3] .

Het hof is van oordeel dat op basis van de verklaringen van [naam 1] , [naam 2] en [naam 4] niet kan worden geconcludeerd dat er inderdaad sprake zou zijn geweest van twee mislukte oogsten. [naam 2] heeft enkel van betrokkene zelf gehoord dat de oogsten zouden zijn mislukt en heeft op dit punt derhalve niet uit eigen wetenschap verklaard. Ook aan de hand van de tapgesprekken waarin gesproken wordt over de hennepstekken die niet zouden ‘aanspringen’ en die eruit gehaald moesten worden, kan naar het oordeel van het hof niet worden geconcludeerd dat eerdere oogsten niet succesvol zijn geweest. Deze gesprekken hebben omstreeks 13 november 2017 plaatsgevonden, waarna er op 15 november 2017 nieuwe stekken zijn geplaatst. Dit terwijl op 22 november 2017 de hennepkwekerij is aangetroffen door de politie. In de loods aan de [adres 3] zijn daarnaast verdroogde resten van hennepplanten aangetroffen in vuilniszakken, wat wijst op eerdere (succesvolle) oogsten.

De verklaringen van [naam 1] dat de oogsten minder geld hebben opgebracht, acht het hof op zichzelf onvoldoende reden om af te wijken van de normen zoals gesteld in het BOOM-rapport. [naam 1] heeft niet zelf de hennep verkocht en heeft op dit vlak dus niet uit eigen waarneming verklaard. Datzelfde geldt voor de kosten die zijn gemaakt met betrekking tot de aanschaf van hennepstekjes. [naam 1] heeft hier weliswaar over verklaard, maar hij heeft de hennepstekjes niet zelf aangeschaft of geleverd en zodoende niet uit eigen wetenschap verklaard. Wat betreft de hoogte van de opbrengsten en van de gemaakte kosten ziet het hof daarom geen aanleiding om af te wijken van de bedragen zoals die zijn opgenomen in het BOOM-rapport.

Dit levert de volgende berekening op:

In de kwekerij stonden minimaal 1379 hennepplanten. In het rapport van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 is een tabel opgenomen met daarin de opbrengst per hennepplant. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel minimaal 27,7 gram. De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 1379 planten x 27,7 gram = 38.198,3 gram. De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,- per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 38.198,3 gram x € 4.070,- = € 155.467,08.

Het totaal aan kosten per kweekcyclus wordt in het rapport wederechtelijk verkregen voordeel gesteld op € 21.104,51.

Het totaal verkregen netto voordeel voor de [adres 3] komt hiermee op:

Bruto opbrengst 2 oogsten x € 155.467,08 = € 310.934,16

Totale kosten 2 oogsten x € 21.104,51 = € 42.209,02 -

Netto wederrechtelijk verkregen voordeel = € 268.725,14

Blijkens de verklaringen van [naam 4] en [naam 2] waren in ieder geval vier personen betrokken bij de hennepkwekerij aan de [adres 3] . Het hof zal het door betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel daarom schatten op 1/4e deel van het hiervoor berekenende netto wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof komt aldus tot het oordeel dat betrokkene (1/4e van € 268.725,14 =) € 67.181,28 voordeel heeft genoten als gevolg van de hennepkwekerij aan de [adres 3] te [plaats 2] .

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Het totaal door betrokkene verkregen netto voordeel uit drie kwekerijen komt hiermee op:

[adres 4] te [plaats 3] € 42.350,29

[adres 2] te [plaats 1] € 43.272,19

[adres 3] te [plaats 2] € 67.181,28 +

Netto wederrechtelijk verkregen voordeel € 152.803,76

Het hof stelt op grond van het bovenstaande vast dat betrokkene € 152.803,76 aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Het hof stelt het hof vast dat de behandeling van deze zaak in hoger beroep niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het hof zal daarom een bedrag van € 5.000,- in mindering brengen bij het vaststellen van de betalingsverplichting, zodat deze € 147.803,76 bedraagt.

Wetsartikelen

De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold op het moment van de procedure.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 152.803,76 (honderdtweeënvijftigduizend achthonderddrie euro en zesenzeventig cent).

Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 147.803,76 (honderdzevenenveertigduizend achthonderddrie euro en zesenzeventig cent).

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.

Dit arrest is gewezen door mr. L.T. Wemes, mr. M.C. Fuhler en mr. G.A. Versteeg, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand