ECLI:NL:GHARL:2026:3649

ECLI:NL:GHARL:2026:3649

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 21-004561-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Veroordeling rijden met ingevorderd rijbewijs. Verdachte ging ervan uit weer te mogen rijden, omdat de officier van justitie niet binnen 10 dagen een beslissing had genomen over de inhouding van zijn rijbewijs. Geen sprake van een situatie waarbij aan verdachte geen enkel verwijt kan worden gemaakt en hem een beroep op afwezigheid van alle schuld toekomt.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing zowel betrokken wat op de zitting van het hof van 17 april 2026 als op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.B. Lisi, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde, inhoudende het rijden met een ingevorderd rijbewijs, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 6 oktober 2023 te [plaats] als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [straatnaam] , een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat op grond van het dossier onvoldoende kan worden vastgesteld op welke datum het rijbewijs van verdachte bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (het CVOM) is binnengekomen. Gelet daarop kan ook niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het openbaar ministerie rechtmatig, namelijk binnen 10 dagen, heeft beslist gebruik te maken van de invorderingsbevoegdheid van artikel 164 , zesde juncto vierde lid, van de Wegenverkeerswet. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte voorafgaand aan de pleegdatum van het onderhavige feit ervan in kennis is gesteld dat het rijbewijs zou worden ingehouden. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door de verdediging gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Daarbij geldt in het bijzonder het volgende.

Verbalisanten hebben op 12 september 2023 de overgifte van het rijbewijs van verdachte gevorderd. Verdachte heeft het rijbewijs toen niet ingeleverd. Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij het rijbewijs toen niet bij zich had omdat het rijbewijs kort daarvoor in Frankrijk door de politie was ingevorderd vanwege een snelheidsovertreding. Verdachte heeft verder verklaard dat hij niet weet hoe en op welk moment zijn rijbewijs vervolgens bij het CVOM is binnengekomen. Hij heeft zelf geen stappen ondernomen om zijn rijbewijs vanuit Frankrijk terug te krijgen en gaat ervan uit dat de Franse autoriteiten zijn rijbewijs aan het CVOM hebben gestuurd. Verdachte heeft erkend dat hij vervolgens op 6 oktober 2023 zijn auto heeft bestuurd, terwijl zijn rijbewijs toen nog niet was teruggegeven. Hij heeft naar voren gebracht dat hij ervan uitging dat hij op 6 oktober 2023 desondanks weer mocht rijden, omdat de officier van justitie niet binnen 10 dagen na 12 september 2023 een beslissing had genomen over de inhouding van zijn rijbewijs. Het hof gaat daaraan voorbij.

In de beslissing van de officier van justitie van 28 september 2023 tot het inhouden van het rijbewijs van verdachte voor een periode van 3 maanden tot uiterlijk 19 december 2023 staat als “datum vordering” 20 september 2023 vermeld. Hieruit leidt het hof af dat het rijbewijs van verdachte op 20 september 2023 bij het CVOM is binnengekomen en dat de officier van justitie aldus binnen 10 dagen na ontvangst van het rijbewijs, namelijk op 28 september 2023, een beslissing heeft genomen over de inhouding daarvan. De omstandigheid dat de brief van het CVOM over de inhouding van het rijbewijs eerst op 5 oktober 2023 aan verdachte is verzonden doet aan het voorgaande niet af.

Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 9, zevende lid van de Wegenverkeerswet, door een auto te besturen terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 6 oktober 2023 te [plaats] als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [straatnaam] , een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van verdachte

De raadsman van verdachte heeft ter zitting in hoger beroep aangevoerd dat verdachte een beroep toekomt op afwezigheid van alle schuld. Verdachte heeft verontschuldigbaar gedwaald ten aanzien van de wederrechtelijkheid van zijn handelen. Verdachte was in de veronderstelling dat op 12 september 2023, de datum dat de overgifte van zijn rijbewijs werd gevorderd, de 10-dagentermijn van artikel 164, zesde lid,van de Wegenverkeerswet van toepassing was. In de periode na de vordering tot overgifte heeft verdachte meermalen telefonisch gesprekken gevoerd met het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna: CVOM). De medewerkers zijn daarbij herhaaldelijk ingegaan op voornoemde 10-dagentermijn, zonder hem duidelijk te maken dat die termijn in zijn geval niet van toepassing was, omdat hij op 12 september 2023 zijn rijbewijs niet bij zich had en dus toen nog niet had ingeleverd. Ook is hij er niet op gewezen dat zijn rijbewijs op 12 september 2023 niet is ingevorderd. Het onderscheid tussen een ‘vordering tot overgifte’ en ‘een invordering door de officier van justitie’ is voor een burger allesbehalve vanzelfsprekend. Verdachte heeft op 5 oktober 2023 nog contact gehad met het CVOM waarbij hem is medegedeeld dat er nog geen besluit was genomen. Bij zijn weten mocht hij vanaf 6 oktober 2023 dan ook weer rijden.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Naar het oordeel van het hof is geen sprake van een situatie waarbij aan verdachte geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Verontschuldigbare rechtsdwaling zal in beginsel niet kunnen bestaan uit onbekendheid met (het juiste begrip van) wet- en regelgeving. Zeker niet nu verdachte heeft verklaard voorafgaand aan 6 oktober 2023 overleg te hebben gehad met zijn advocaat.

Voor zover verdachte ter zitting een beroep heeft gedaan op de door het CVOM-gedane telefonische mededelingen op basis waarvan hij erop mocht vertrouwen dat hij op 6 oktober weer mocht rijden, geldt – als daarvan al op basis van enkel zijn weergave van de gesprekken kan worden uitgegaan – hij naar eigen zeggen op 26 september 2023 in ieder geval ook van het CVOM heeft vernomen dat zijn rijbewijs nog niet was ontvangen en de beslistermijn (van 10 dagen) dus nog niet was aangevangen. Van een door de raadsman bepleitte verontschuldigbare dwaling is dan ook naar het oordeel van het hof geen sprake. Daarbij komt dat (de medewerker van) het CVOM volgens verdachte weliswaar uitleg heeft gegeven over de 10-dagen termijn maar niet heeft gezegd dat hij na afloop van die termijn direct weer mocht rijden.

Verdachte is aldus strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan rijden met een ingevorderd rijbewijs. Door zijn handelen heeft verdachte ervan blijk gegeven zich niet te houden aan een door het bevoegd gezag genomen besluit genomen met het oog op de verkeersveiligheid.

Het hof heeft gelet op het strafblad van verdachte van 17 maart 2026, waaruit volgt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, onder andere vanwege (andersoortige) verkeersovertredingen. Deze omstandigheid weegt het hof in strafverzwarende zin mee.

Het hof is van oordeel dat een schuldigverklaring zonder strafoplegging, zoals subsidiair verzocht door de verdediging, onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde.

Gelet op het voorgaande acht het hof de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf, inhoudende een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, passend en noodzakelijk.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, mr. Z.J. Oosting en mr. R. Godthelp, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand