ECLI:NL:GHARL:2026:3700

ECLI:NL:GHARL:2026:3700

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 200.364.180
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Verzoek grootouders tot vaststelling omgangsregeling. Ontvankelijkheid. Nauwe persoonlijke betrekking die kan worden aangemerkt als ‘family life’. Art. 3:77a BW, art. 8 EVRM, art. 8 IVRK.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.364.180

zaaknummer rechtbank Gelderland 454520

beschikking van 9 juni 2026

over de omgangsregeling met betrekking tot [minderjarige]

in de zaak van

[grootmoeder] en [grootvader] (de grootouders)

die wonen in [woonplaats]

advocaat: mr. H.J.P.M. van Berckel-van der Rijken

en

[naam moeder] (de moeder)

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. W. van de Velde

1. Samenvatting

De rechtbank heeft de grootouders niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek om een omgangsregeling tussen hen en [minderjarige] vast te stellen en hun verzoek tot vaststelling van een informatieregeling afgewezen. Het hof beslist dat dit niet zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

Uit de relatie van de moeder met [de vader] is op [geboortedatum] geboren [minderjarige] ( [minderjarige] ). De vader heeft [minderjarige] erkend. Op [overlijdensdatum] is de vader op [x-jarige] leeftijd overleden. De grootouders zijn de ouders van de vader.

De moeder heeft het gezag over [minderjarige] .

3. De procedure bij de rechtbank

De grootouders hebben de rechtbank verzocht een omgangsregeling tussen hen en [minderjarige] vast te stellen dan wel een informatieregeling waarbij de moeder regelmatig informatie over [minderjarige] verstrekt.

De rechtbank heeft de grootouders niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling en hun verzoek een informatieregeling vast te stellen, afgewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 10 november 2025 (de bestreden beschikking).

4. De procedure bij het hof

De grootouders zijn het niet eens met de beschikking van de rechtbank. Zij komen daarvan in hoger beroep en willen dat het hof de bestreden beschikking vernietigt en alsnog een omgangsregeling dan wel een informatieregeling vaststelt.

De moeder is het eens met de beslissing van de rechtbank.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift

het verweerschrift

de overige stukken

de pleitaantekeningen van de moeder

De zitting bij het hof was op 28 april 2026. Aanwezig waren:

de grootouders met hun advocaat

de moeder met haar advocaat

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming

5. Het oordeel van het hof

In artikel 1:377a BW staat dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De rechter stelt op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een omgangsregeling vast.

Het hof stelt voorop dat de grootouders in hun verzoek kunnen worden ontvangen als zij voldoende concrete omstandigheden stellen die tot de conclusie kunnen leiden dat er tussen hen en [minderjarige] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat (in de zin van artikel 1:377a BW, oftewel ‘family life’ als bedoeld in artikel 8 lid 1 EVRM). Biologische verwantschap is een relevante omstandigheid, maar er moeten wel bijkomende omstandigheden worden gesteld voordat kan worden geconcludeerd dat tussen de grootouders en [minderjarige] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als ‘family life’.

De grootouders stellen (kort gezegd) dat [minderjarige] gedurende het overgrote deel van haar leven, vanaf april 2023 tot en met augustus 2024, diverse (vaste) oppasdagen per week bij hen heeft verbleven en door hen werd verzorgd (voornamelijk bij hen thuis maar soms ook in het huis van de ouders) en dat [minderjarige] vaak bleef overnachten.

De moeder stelt dat [minderjarige] in de periode juni 2023 tot en met februari 2024 gemiddeld één oppasdag per week met overnachting bij de grootouders was (en in september en oktober 2023 één oppasdag per maand met overnachting) en vanaf maart 2024 een aantal dagen per maand als volgt:

- in maart 2024 : zes dagen / twee overnachtingen;

- in april 2024: acht dagen / vier overnachtingen;

- in mei 2024: vier dagen / een overnachting;

- in juni 2024: vijf dagen / twee overnachtingen;

- in juli 2024: twaalf dagen / vier overnachtingen;

- in augustus 2024: zeven dagen / vier overnachtingen.

Ook als wordt uitgegaan van de juistheid van de stellingen van de moeder is naar het oordeel van het hof voldoende komen vast te staan dat de grootouders een nauwe persoonlijke betrekking hebben met [minderjarige] . Weliswaar is het niet zo dat de grootouders [minderjarige] hebben opgevoed, maar dat heeft met de zeer jonge leeftijd toen van [minderjarige] te maken, waarbij het nog niet zozeer over opvoeden maar om verzorgen ging. Vast staat wel dat zij, zeker in verhouding tot de leeftijd van [minderjarige] , relatief veel op haar hebben gepast en een deel van haar verzorging op zich hebben genomen. In een periode van ongeveer anderhalf jaar (vanaf het voorjaar van 2023 tot en met augustus 2024) verbleef [minderjarige] vrijwel wekelijks meerdere keren bij de grootouders gedurende hele dagen en geregeld ook met overnachting. Daarmee is sprake van een band tussen de grootouders en [minderjarige] die verder gaat dan de normale band tussen grootouders en kleinkinderen.

De grootouders kunnen dan ook worden ontvangen in hun verzoeken.

Net als de rechtbank vindt het hof dat [minderjarige] recht heeft om inzicht te krijgen in het leven van haar overleden vader en dat het om die reden belangrijk is dat [minderjarige] op enigerlei wijze contact kan hebben met de grootouders. Het hof betrekt hierbij ook artikel 8 van het IVRK, waarin het recht van het kind op behoud en eerbiediging van haar familiebetrekkingen (waaronder die met de grootouders) in het kader van de ontwikkeling van haar eigen identiteit is vastgelegd.

De raad heeft op de zitting ook benoemd dat het in het algemeen in het belang van een kind is dat zijn grootouders een plek krijgen in zijn leven. [minderjarige] heeft geen vader meer en de moeder kan zeker informatie over de vader aan [minderjarige] meegeven, maar het is ook belangrijk dat zij gewoontes en gebruiken vanuit de familie van de vader meekrijgt. De grootouders zijn daarin belangrijk; zij vormen een schakel tussen [minderjarige] en de vader en representeren zijn plek. Grootouders zijn in het algemeen belangrijk, omdat zij verbinding leggen tussen de verschillende generaties en met de normen, waarden en gebruiken binnen een familie, op basis waarvan een kind mede zijn eigen identiteit ontwikkelt, aldus de raad.

Van gronden die zich verzetten tegen omgang tussen [minderjarige] en de grootouders is het hof (vooralsnog) niet gebleken. Nu de grootouders kunnen worden ontvangen, ligt de vraag voor hoe het contact tussen [minderjarige] en de grootouders kan worden hersteld en vormgegeven en hoe de moeder de invulling hiervan ziet. Het hof verlangt van de moeder dat zij het hof informeert over wat er nodig is voor het contactherstel tussen [minderjarige] en de grootouders en hoe een omgangsregeling eruit zou kunnen zien. Het is namelijk ook haar verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat er contact is tussen [minderjarige] en de familie van haar vader zonder dat zij [minderjarige] belast. Daarom zal het hof de behandeling van de zaak aanhouden en de moeder in de gelegenheid stellen zich hierover en over het verdere verloop van de procedure uit te laten, waarna de grootouders kunnen reageren. Daarna zal het hof verder beslissen en/of de mondelinge behandeling van de zaak voortzetten op een nader te bepalen datum.

Het hof acht het van belang dat de moeder – vooruitlopend op het vervolg van deze procedure – informatie verstrekt over [minderjarige] aan de grootouders en zal een informatieregeling vaststellen zoals hierna is vermeld.

6. De beslissing

Het hof:

stelt vast als informatieregeling dat de moeder aan het begin van ieder kwartaal een e-mail of brief zal sturen aan de grootouders met informatie over de gezondheid en ontwikkeling van [minderjarige] en over belangrijke aangelegenheden in haar leven, waarbij de moeder iedere keer een recente foto van [minderjarige] meestuurt;

alvorens verder te beslissen:

stelt de moeder in de gelegenheid zich uit te laten zoals hiervoor onder 5.7 omschreven vóór 30 juni 2026;

stelt de grootouders in de gelegenheid hierop te reageren vóór 14 juli 2026;

bepaalt dat de mondelinge behandeling van de zaak zo nodig zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum, waarvoor de grootouders, de moeder en de raad voor de kinderbescherming zullen worden opgeroepen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, H. Phaff en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 9 juni 2026 uitgesproken in het openbaar.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Th.H.M. Lueb

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand