[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 26 mei 2026 besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman,
mr. J.A.C. van den Brink, is aangevoerd. Namens benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] is de heer mr. H.J. de Groot verschenen.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Het hof constateert dat het strafdossier van verdachte niet compleet is. Het dossier bevat een bericht van de rechtbank waaruit blijkt dat het dossier niet meer te vinden is en dat er geen kopieën beschikbaar zijn. Naspeuringen bij het openbaar ministerie hebben het dossier evenmin opgeleverd.
Het dossier waarover het hof nu beschikt bevat slechts enkele stukken met betrekking tot de benadeelde partijen en een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 24 april 2026. Het hof overweegt dat, hoewel in hoger beroep via de gemachtigde van de benadeelde partijen de dagvaarding nog aan het dossier is toegevoegd, nog altijd sprake is van een dossier waarin (zo goed als alle) essentiële stukken ontbreken. Zo ontbreekt het volledige proces-verbaal van het politieonderzoek. Daarnaast ontbreken de betekeningsstukken van de dagvaarding in eerste aanleg. Aanhouding van de zaak om (opnieuw) pogingen te doen om het dossier boven water te krijgen, is naar het oordeel van het hof niet meer aan de orde, gelet op de ouderdom van de zaak en de al ondernomen pogingen om het dossier te vinden.
Gelet op het voorgaande verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door mr. mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G.A. Versteeg en
mr. H.K. Elzinga, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 9 juni 2026.