ECLI:NL:GHARL:2026:439

ECLI:NL:GHARL:2026:439

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 200.360.879
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Niet-ontvankelijk. Beroepstermijn. Datum mondelinge uitspraak heeft te gelden als aanvangsdatum voor beroepstermijn van drie maanden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.360.879

(zaaknummer rechtbank Gelderland 453086)

beschikking van 27januari 2026

inzake

[vader] (de vader)

die woont in [woonplaats1]advocaat: mr. G.J.P.C.G. Verheijen

en

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland

die is gevestigd in Arnhem.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[moeder] (de moeder)

die woont in [woonplaats2]

en

[grootmoeder] (de grootmoeder)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. K.J.M. Slangen

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 24 juli 2025, op schrift gesteld op 31 juli 2025 en uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- een beroepschrift met producties, ingekomen op 30 oktober 2025;

- een journaalbericht van mr. Verheijen van 6 november 2025;

- een journaalbericht van mr. Slangen van 13 november 2025;

- een journaalbericht van mr. Verheijen van 10 december 2025.

De op 10 november 2025 geplande mondelinge behandeling (ten aanzien van de ontvankelijkheid van de vader in hoger beroep) heeft niet plaatsgevonden.

3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

Namens de vader heeft mr. Verheijen het hof op 10 november 2025 laten weten dat het verzoek in hoger beroep wordt ingetrokken en dat de mondelinge behandeling geen doorgang hoeft te vinden.

De vraag die daaraan voorafgaat is de vraag of de vader wel tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Op grond van het bepaalde in artikel 806 lid 1 onder a Rv moet binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld. De termijn voor het instellen van het hoger beroep was, gerekend vanaf de datum van de bestreden beschikking (24 juli 2025), op de dag van het indienen van het verzoekschrift in hoger beroep (30 oktober 2025) dan ook verstreken.

Mr. Verheijen heeft namens de vader verzocht om hem (toch) te ontvangen in het door hem ingestelde hoger beroep, omdat de beschikking op 31 juli 2025 pas op schrift is gesteld en op 1 augustus 2025 in afschrift is afgegeven. Volgens de vader is (daarmee) het beroepschrift wel tijdig ingediend.

Wat de vader heeft aangevoerd doet niet af aan wat hiervoor onder 3.1 is overwogen. Voorop staat dat termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel van openbare orde zijn. In het belang van een goede rechtspleging moet duidelijkheid bestaan over het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt. Aan de beroepstermijn moet dan ook strikt de hand worden gehouden. Zoals ook mr. Slangen namens de grootmoeder heeft geschreven, is de termijn voor het instellen van hoger beroep drie maanden vanaf 24 juli 2025, de datum waarop mondeling uitspraak is gedaan.

De omstandigheid dat de schriftelijke uitwerking van de beschikking is vastgesteld op 31 juli 2025 en dat de griffier van de rechtbank op 1 augustus 2025 het afschrift van de beschikking heeft verzonden, doet niet af aan het feit dat op 24 juli 2025 in het openbaar uitspraak is gedaan. Die datum heeft te gelden als aanvangsdatum voor de beroepstermijn van drie maanden. De vader had dus tot en met 24 oktober 2025 de gelegenheid om hoger beroep in te stellen tegen die beschikking.

Hieruit volgt dat de vader niet kan worden ontvangen in zijn verzoek in hoger beroep.

4. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en R. Feunekes, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 27 januari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Th.H.M. Lueb

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?