[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 29 juni 2026 en het onderzoek op de zitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens verdachte door zijn raadsman,mr. C. Verrillo, is aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft bij vonnis van 30 december 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Tevens heeft de politierechter de gevangenhouding bevolen en het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf.
De politierechter heeft de teruggave gelast van de inbeslaggenomen fiets aan [aangeefster] .
Ten slotte heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de in de zaak onder parketnummer 08-325528-22 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en de in de zaak onder parketnummer 08-077191-23 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 27 dagen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs en de strafoplegging dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 19 december 2024 te [plaats] een (fiets)accu, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.hij op of omstreeks 19 december 2024 te [plaats] , een (elektrische) fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat minst genomen de onder 2 tenlastegelegde schuldheling wettig en overtuigend kan worden bewezen op grond van de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van de onder 2 tenlastegelegde opzet- en schuldheling bepleit. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat waaruit kan worden afgeleid dat verdachte wetenschap had, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat de elektrische fiets van diefstal afkomstig was. Verdachte heeft in het RDW-register middels de app gecontroleerd of de fiets gestolen was en verdachte heeft een redelijke prijs voor de elektrische fiets betaald.
Oordeel van het hof
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij. Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets in zijn bezit kreeg nadat hij deze op 19 september 2024 via Marktplaats heeft gekocht voor € 700,00. Verdachte heeft verder verklaard dat hij diezelfde dag het framenummer heeft gecontroleerd via de app van het RDW-register, waarin de fiets niet als gestolen geregistreerd stond. Het dossier bevat een screenshot van de controle in het RDW-register, op 19 september 2024 om 17:50 uur. Op 20 september 2024 is aangifte gedaan van diefstal van de elektrische fiets, waarin wordt verklaard dat de fiets op 19 september 2024 tussen 17:20 en 17:25 uur is gestolen.
Het hof concludeert dat er onvoldoende aanknopingspunten bestaan waaruit kan worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de elektrische fiets uit misdrijf afkomstig was. Verdachte heeft het framenummer gecontroleerd in het RDW-register en heeft een gangbare prijs betaald voor een gebruikte elektrische fiets. Dat de overeengekomen prijs van € 700,00 lager ligt dan een dergelijke fiets kan opleveren, zoals verdachte op de zitting bij de politierechter heeft verklaard, doet daar niet aan af. Het door verdachte betaalde bedrag was niet zodanig laag dat daaruit kan worden afgeleid dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de fiets van misdrijf afkomstig was. Van andere redenen van wetenschap of redelijkerwijs moeten vermoeden is niet gebleken. Het tijdsverloop tussen het moment waarop de fiets volgens de aangifte gestolen is en het moment van controle in het RDW-register is weliswaar opvallend, maar niet zodanig dat daaruit eenduidige conclusies van bij verdachte te veronderstellen wetenschap of vermoedens over de herkomst van de fiets kunnen worden gedaan.
Het hof spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
Het hof volstaat ten aanzien van het hierna bewezenverklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het hierna bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig op de zitting bij de politierechter heeft bekend en door de verdediging ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak is bepleit. Ieder bewijsmiddel is – ook in onderdelen – slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Bewijsmiddelen
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij op 19 december 2024 te [plaats] een goed, te weten een (fiets)accu, dat geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 dagen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht geen hogere gevangenisstraf op te leggen dan 6 weken, zoals opgelegd door de politierechter. De raadsman heeft daarbij aangegeven dat verdachte deze straf al heeft uitgezeten.
Oordeel van het hof
De hierna genoemde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek op de zitting van het hof is gebleken. Daarbij heeft het hof in bijzonder het navolgende in ogenschouw genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een (fiets)accu. Hiermee heeft verdachte het eigendomsrecht van de [slachtoffer] niet gerespecteerd. Diefstal is een feit dat naast financiële schade voor de benadeelde ook onrustgevoelens en overlast met zich meebrengt.
Het hof heeft ook gelet op het strafblad van verdachte van 1 juni 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het hof constateert daarnaast dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing is.
Ook heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsadvies van 24 december 2024. De reclassering adviseert een straf zonder oplegging van bijzondere voorwaarden, zij ziet geen mogelijkheden om gedragsverandering en daarmee recidivevermindering te bewerkstelligen.
Daarnaast heeft het hof acht geslagen op de door de raadsman naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering en leeft van € 70,00 weekgeld. Verdachte is voornemens om, voor zover hij daartoe in staat is, als tegelzetter aan de slag te gaan.
Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de gebleken recidive, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf – zoals opgelegd door de politierechter – in beginsel passend en geboden. Hoewel verdachte meermaals heeft gerecidiveerd, lijkt hij in iets rustiger vaarwater te zijn gekomen. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden aanleiding om de gevangenisstraf gelijk te stellen aan de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Verdachte heeft 42 dagen in voorarrest gezeten. Dat betekent dat verdachte zijn straf al heeft uitgezeten en niet terug hoeft naar de gevangenis.
Vordering tenuitvoerlegging
Standpunt van de advocaat-generaal
Ten aanzien van parketnummer 08-325528-22
De advocaat-generaal heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de proeftijd van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden moet worden verlengd. Subsidiair heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden toegewezen en omgezet in een taakstraf.
Ten aanzien van parketnummer 08-077191-23
De advocaat-generaal heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de proeftijd van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 27 dagen onder parketnummer 08-077191-23 moet worden verlengd. Subsidiair heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden toegewezen en omgezet in een taakstraf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het hof primair verzocht om ten aanzien van beide vorderingen tot tenuitvoerlegging de proeftijd te verlengen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de resterende duur van 3 maanden onder parketnummer 08-325528-22 en de gevangenisstraf voor de duur van 27 dagen onder parketnummer 08-077191-23 om te zetten in een taakstraf.
Oordeel van het hof
Ten aanzien van parketnummer 08-325528-22
Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Het hof verbindt daar consequenties aan en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 08-325528-22 toe. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat volgens het strafblad van verdachte van 1 juni 2026 bij onherroepelijke beslissing van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 28 juni 2024 deze vordering al deels is toegewezen, voor de duur van 1 maand. Het hof ziet in de door de raadsman naar voren gebrachte omstandigheden aanleiding om de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de (resterende) duur van 3 maanden om te zetten in een taakstraf voor de duur van 200 uren.
Ten aanzien van parketnummer 08-077191-23
Uit het strafblad van verdachte van 1 juni 2026 blijkt dat de politierechter in de rechtbank Overijssel bij onherroepelijke beslissing van 5 maart 2025 de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 08-077191-23 al heeft toegewezen. Het hof zal het openbaar ministerie daarom niet ontvankelijk verklaren in deze vordering.
Beslag
Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal de teruggave aan de rechthebbende gevorderd.
Het hof zal ten aanzien van de inbeslaggenomen elektrische fiets, de Gazelle Oranje C7+ Hmb, de teruggave gelasten aan de rechthebbende persoon.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de teruggave aan rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: Gazelle Oranje C7+ Hmb.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 08-077191-23.
Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 28 december 2022 met parketnummer 08-325528-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met proeftijd van 2 jaren, te weten een gevangenisstraf voor de duur van voor de duur van 3 maanden, een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 3 (drie) maanden hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. G.A. Versteeg, mr. M.B. de Wit en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.A. Norden en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 13 juli 2026.