ECLI:NL:GHARL:2026:4559

ECLI:NL:GHARL:2026:4559

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 14-07-2026
Zaaknummer 200.369.163
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Alsnog uitgesproken faillissement

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.369.163

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 608853

arrest van 14 juli 2026

in de zaak van

[appellant]

die is gevestigd in Amsterdam

hierna: [appellant]

advocaat: mr. R.J.G. Mengelberg

tegen

Power of Cooperation International Holding B.V.

die is gevestigd in Bilthoven

hierna: Poci

advocaat: mr. J.M.R. Vlaar

1. De procedure bij de rechtbank

[appellant] heeft bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) een verzoek ingediend om Poci in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank heeft bij beschikking van 13 mei 2026 het verzoek van [appellant] tot faillietverklaring van Poci afgewezen.

2. De procedure bij het hof

Bij op 20 mei 2026 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 13 mei 2026 . Dorsman verzoekt die beschikking te vernietigen en Poci alsnog in staat van faillissement te verklaren.

Het hof heeft kennisgenomen van:

- het beroepschrift,

- de akte verweerschrift/aanvullend verzoek van Poci,

- een brief van [appellant] van 22 juni 2026 met als bijlage het procesdossier in eerste aanleg (bijlagen 1 tot en met 10)

- een e-mail van [appellant] van 24 juni 2026 met bijlagen 3 en 4

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026 , waarbij namens [appellant] haar bestuurder [bestuurder] , is verschenen, bijgestaan door mr. Mengelberg. Namens Poci zijn de [middellijk bestuurder1] en [middellijk bestuurder2] , beiden middellijk bestuurder van Poci, verschenen, bijgestaan door mr. Vlaar. Ter zitting heeft mr. Mengelberg spreekaantekeningen overgelegd die door hem gedeeltelijk zijn voorgedragen.

3. De motivering van de beslissing in hoger beroep

Kern van de zaak

Poci is een onderneming die zich bezighoudt met het samenbrengen van zakelijke en particuliere partijen en (buitenlandse) overheden voor het realiseren van grootschalige (voedsel)projecten, inclusief de financiering daarvan. Voor haar lopende bedrijfsvoering is Poci afhankelijk van de inbreng van participanten. Na het realiseren van een project ontvangt Poci een vergoeding waarmee zij het geleende geld en de investeringen kan terugbetalen, vermeerderd met rente en/of een premie. De bestuurder van [appellant] , [bestuurder] , heeft van 1 juni 2022 tot en met 31 december 2023 (middellijk via zijn vennootschap) een bestuurlijke rol vervuld bij Poci (of in één van de aan haar verbonden entiteiten).

[appellant] heeft gevraagd om het faillissement van Poci en stelt een opeisbare vordering te hebben op [appellant] van (inmiddels) € 167.139,01. [appellant] heeft op 1 mei 2022 door middel van een overeenkomst van geldlening € 50.000,- aan Poci geleend. Dit bedrag is nadien in 2023 en 2024 verhoogd en bedraagt nu € 95.000,- , te vermeerderen met rente. Volgens [appellant] zijn de uiterste termijnen voor terugbetaling van die lening inmiddels verstreken. [appellant] stelt daarnaast dat zij in 2024 en 2025 managementwerkzaamheden voor Poci heeft verricht en dat Poci de door haar verzonden facturen tot een bedrag van € 40.218,37 onbetaald heeft gelaten. [appellant] heeft verder aangevoerd dat er sprake is van steunvorderingen, waaronder van de belastingdienst, en dat Poci in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden met betalen.

De rechtbank heeft geoordeeld dat niet summierlijk is vast komen te staan dat Poci in een toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen. Naast de vordering van [appellant] is de rechtbank niet gebleken dat Poci ook andere vorderingen onbetaald laat. Vanwege het ontbreken van ondersteunend bewijs kan de rechtbank niet concluderen dat de belastingdienst een vordering heeft. Ook de enkele verwijzing naar de jaarrekening kan - gelet op de gemotiveerde betwisting door Poci – niet de stelling dragen dat Poci in de toestand verkeert te hebben opgehouden te betalen, aldus de rechtbank. De toestand is de rechtbank ook anderszins niet gebleken. De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] afgewezen.

De beoordeling door het hof

Het hof stelt voorop dat een faillietverklaring kan worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager alsmede van het (thans) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.

Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft, is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het zogenoemde pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, dient te worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.

- Opeisbare vordering [appellant]

Tussen partijen is niet in geschil dat Poci gelden heeft geleend van [appellant] . De eerste leningsovereenkomst dateert van 1 mei 2022. In de leningsovereenkomst van 21 december 2023 – die de voorafgaande leningsovereenkomsten tussen partijen vervangt – is onder punt 6 opgenomen dat aflossing dient plaats te vinden in 3 gelijke termijnen van € 25.000,-, voor het eerst op 31 december 2024 en respectievelijk per 31 december 2025 en 2026. Ter zitting bij het hof heeft Poci desgevraagd erkend dat in ieder geval de eerste termijn van 31 december 2024 verschuldigd is geworden en daarmee opeisbaar is. Gelet op deze erkenning heeft Poci onvoldoende onderbouwd dat er nadien nog andersluidende afspraken zijn gemaakt tussen partijen. Dat [appellant] een opeisbare vordering heeft op Poci staat daarmee vast.

- Misbruik van omstandigheden onvoldoende onderbouwd

Voor zover Poci heeft aangevoerd dat [appellant] misbruik van omstandigheden heeft gemaakt bij de totstandkoming van de leningsovereenkomst van 21 december 2023 en dat deze overeenkomst daarom partieel (het hof begrijpt) vernietigbaar zou zijn, heeft zij haar standpunt onvoldoende onderbouwd. Volgens Poci heeft [appellant] haar in 2023, terwijl zij wist dat Poci de storting van januari 2023 bedrijfsmatig nodig had, onder druk gezet om de lening inclusief de einddatum te ondertekenen. Zonder nadere toelichting is deze stelling onvoldoende om te concluderen dat [appellant] daarmee misbruik van omstandigheden heeft gemaakt. Zij is immers als leninggever in beginsel gerechtigd om aan deze lening voorwaarden te verbinden, waarbij het vervolgens aan Poci is om deze voorwaarden al dan niet te aanvaarden. Dat er hier omstandigheden zijn die maken dat [appellant] in dit geval redelijkerwijs niet de door haar bedongen voorwaarden had mogen stellen, is door Poci volstrekt onvoldoende onderbouwd.

Evenmin is gebleken dat [appellant] met de faillissementsaanvraag misbruik van recht maakt. Dat de aanvraag van [appellant] niet is gericht op de terugbetaling van de verstrekte gelden, maar op het belemmeren van Poci in het nastreven van haar doelstellingen, is door [appellant] voldoende gemotiveerd betwist en ook niet gebleken.

- Pluraliteit van schuldeisers

[appellant] heeft onbetwist aangevoerd dat uit de jaarstukken van Poci over de jaren 2021 tot en met 2024 volgt dat de kortlopende schulden zijn gestegen van € 2.076,- naar € 192.792,- . Ter zitting bij het hof heeft Poci nader verklaard dat deze kortlopende schulden bestaan uit de managementfees van de twee bestuurders. Volgens Poci zijn dit kosten die voorgefinancierd worden en die niet opeisbaar zijn, zolang er geen kasstroom is. Naar het oordeel van het hof is niet van belang of de vordering betreffende de managementfees al dan niet opeisbaar is, omdat een steunvordering niet opeisbaar hoeft te zijn. Het is voldoende dat het een vordering betreft die ter verificatie in het faillissement kan worden ingediend. Poci heeft ter zitting bij het hof erkend dat het vorderingen op de onderneming zijn en dat zij op dit moment niet kunnen worden voldaan. Aan het pluraliteitsvereiste is dan ook voldaan.

- Toestand van te hebben opgehouden te betalen

Poci heeft op de mondelinge behandeling bij het hof verder erkend dat zij de vordering van [appellant] en de kortlopende schulden onbetaald laat, omdat er op dit moment geen kasstroom is. Naar het oordeel van het hof is daarmee voldoende gebleken dat Poci in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

De conclusie

Op grond van al het voorgaande is het hof van oordeel dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van [appellant] , van pluraliteit van schuldeisers en dat Poci verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. Het hoger beroep slaagt. De beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd en het hof zal beslissen zoals hierna in het dictum is vermeld.

Borgstelling

Poci heeft haar verzoek om aan haar een termijn van vier weken te verlenen om een borgstelling te regelen voor de vordering van [appellant] , op de mondelinge behandeling bij het hof ingetrokken, zodat dit verzoek geen nadere beoordeling behoeft.

Proceskosten

De kosten van de faillissementsaanvraag door [appellant] kunnen in het faillissement worden ingediend als preferente vordering. Het hof zal daarom geen aparte kostenveroordeling uitspreken.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 13 mei 2026 en beslist als volgt:

verklaart in staat van faillissement:

Power of Cooperation International Holding B.V. gevestigd in Bilthoven

bezoekadres: Dijkleger 51, 4131 MA Vianen,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 70546401 ;

benoemt tot rechter-commissaris het lid van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, mr. P.J. Neijt;

stelt aan tot curator mr. D.H. de Haan, advocaat bij Kienhuis Legal, kantoorhoudende aan Newtonlaan 265, 3584 BH Utrecht, telefoon: 088-4804178;

geeft aan de curator last tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Meijer, M.P.M. Hennekens en A.E. de Vos en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 om 14:00 uur.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand