GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.352.823
(zaaknummer rechtbank Gelderland 11200770)
beschikking van 16 juli 2026
inzake
[appellante] ,
wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: [appellante] ,
advocaat: eerst mr. J.J. Douwes, thans mr. K.C.G.M. Suijker
en
[curator1] ,
wonende te [woonplaats2] ,
en
[curator2] ,
wonende te [woonplaats3] ,
verweerders in hoger beroep,
hierna samen te noemen: de curatoren,
advocaat: mr. E.E. Frenken.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 21 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna ook: de bestreden beschikking).
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 21 januari 2025;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht namens de curatoren van 27 augustus 2025 met producties;
- een journaalbericht namens [appellante] van 15 september 2025 met producties en
- een journaalbericht namens de curatoren van 7 mei 2026 van mr. Frenken.
De mondelinge behandeling heeft op 21 mei 2026 plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig:
- [appellante] , bijgestaan door mr. Suijker en
- de curatoren, bijgestaan door mr. Frenken.
3. De feiten
[appellante] is geboren [in] 1953. De curatoren zijn de zoons van [appellante] .
Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 19 augustus 2019 zijn de goederen van [appellante] onder bewind gesteld en is er een mentorschap ingesteld ten behoeve van [appellante] . Bij beschikking van de kantonrechter van 18 november 2019 zijn het bewind en mentorschap omgezet naar curatele. Hierbij zijn de zoons van [appellante] benoemd tot curatoren.
4. De omvang van het geschil
[appellante] heeft de kantonrechter 25 verzoeken gedaan die verband houden met de curatele, waaronder over de aankoop van zes stoelen, een tafel en een lamp, informatie over banksaldi, het verstrekken van € 250,- per maand contant voor kleine uitgaven, een vakantie naar Bonaire met een vriendin en de afgifte van haar paspoort in verband met vakantie.
De kantonrechter heeft [appellante] niet procesbevoegd verklaard, behalve terzake de verzoeken betreffende de curatele en [appellante] voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
[appellante] is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, haar verzoeken alsnog toe te wijzen.
De curatoren voeren verweer en vragen het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en de voormalige advocaat van [appellante] , mr. Douwes, in de proceskosten te veroordelen.
5. De motivering van de beslissing
Ten tijde van de uitspraak van de kantonrechter gold dat [appellante] onder curatele stond. De beslissing van de kantonrechter om [appellante] in haar verzoeken ten aanzien van haar vermogen niet-ontvankelijk te verklaren zijn dan ook juist. In zoverre zal de beschikking van de kantonrechter in stand worden gelaten.
In de beschikking van 9 juli 2026 van dit hof met zaaknummer 200.342.553 heeft het hof beslist dat de curatele zal worden opgeheven. De verzoeken van [appellante] hangen samen met de curatele. Het hof is van oordeel dat [appellante] vanaf het moment van opheffing van de curatele geen belang meer heeft bij haar verzoeken en zal om die reden het verzoek van [appellante] afwijzen met ingang van de datum van deze beschikking
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt vanwege de familieverhoudingen.
6. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 21 oktober 2024, tot 9 juli 2026,
verklaart [appellante] niet ontvankelijk in haar verzoeken vanaf 9 juli 2026;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, S. Kuijpers en D.J.M. van de Voort, bijgestaan door de griffier, en is op 16 juli 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.