ECLI:NL:GHARL:2026:4697

ECLI:NL:GHARL:2026:4697

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-07-2026
Zaaknummer 21-000742-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Veroordeling wegens bedreiging met zware mishandeling van wijkagent tot gevangenisstraf van 1 dag en taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Verweer dat (voorwaardelijk) opzet van verdachte niet gericht was op het bij wijkagent bekend raken met bedreiging wordt verworpen.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. J.C. Stam, is aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft bij vonnis van 11 februari 2025 verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit vrijgesproken en ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de politierechter verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, bij niet voldoen te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Het hof komt tot een andere kwalificatie dan de politierechter. Hierdoor kan het hof het vonnis niet bevestigen. Het hof zal daarom het vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 7 augustus 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] , [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend tegen een persoon (bestuurder van een bus), de woorden toe te voegen: "Die wijkagent is een lapzwans hier die schiet ik zo dwars door de knieschijven heen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreiging/dreigende woorden voornoemde [slachtoffer] kennis heeft genomen, terwijl dit feit werd gepleegd tegen die [slachtoffer] in diens hoedanigheid van ambtenaar van de politie, te weten wijkagent/brigadier bij de Eenheid Oost-Nederland.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft bewezenverklaring gevorderd ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak verzocht ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, omdat niet bewezen kan worden dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte gericht was op het bij de wijkagent bekend raken met de bedreiging. Verdachte heeft de woorden niet tegen de wijkagent geuit; hij stond op straat met een vriend te praten. De woorden die verdachte heeft geuit zijn bij de wijkagent terechtgekomen omdat een buurtbewoner verdachte heeft gefilmd. Verdachte wist niet dat hij op dat moment gefilmd werd en hoefde daar ook geen rekening mee te houden.

Oordeel van het hof

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Het hof komt tot een bewezenverklaring en gebruikt daarvoor de hierna genoemde bewijsmiddelen:

1. De verklaring van verdachte, afgelegd op het onderzoek ter terechtzitting van de politierechter van 11 februari 2025, inhoudende:

Op 7 augustus 2024 heb ik in [plaats] met een vriend staan praten. Ik heb op die dag en plaats de woorden zoals ten laste gelegd geuit. Het klopt dat ik niet fluisterde. Het is niet netjes geweest van mij.

2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 8 augustus 2024, opgenomen op pagina 9 en volgende van het dossier van Politie Oost-Nederland met nummer PL0600-2024369737 van 31 oktober 2024, inhoudende de verklaring van [naam] :

Op donderdag 8 augustus 2024 vernam ik, verbalisant, uit informatie van de basisteamrecherche, dat een wijkagent van [plaats] werd bedreigd door [verdachte] . Door een buurtbewoner is op woensdag 7 augustus 2024 een filmpje gemaakt van [verdachte] . [verdachte] staat hierbij te praten met iemand, die in een busje zit. Op het filmpje is, onder andere, te horen dat [verdachte] zegt: “Die wijkagent is een lapswans hier, die schiet ik zo dwars door de knieschijven heen”.

3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 11 augustus 2025, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas:

Op 8 augustus 2024 werd ik telefonisch benaderd door mijn operationeel expert [naam] . Hij bracht mij op de hoogte van het filmpje waarop verdachte [verdachte] bedreigingen uit richting mij als wijkagent. Hierbij zou hij mogelijk beschikken over een vuurwapen achter zijn broeksband. [naam] heeft namens mij aangifte gedaan. Gezien de uitlatingen door [verdachte] en het mogelijk in het bezit zijn van een vuurwapen bestond bij mij de overtuiging, dat de verdachte zijn bedreiging werkelijk ten uitvoer zou leggen. Ik voel mij daarom bedreigd door [verdachte] .

4. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met fotobijlage van 9 augustus 2024, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas:

Op donderdag 8 augustus 2024, bekeek ik verbalisant een filmpje van een buurtbewoner aan de [straatnaam] te [plaats] . Ik zag op beeld een parkeerplaats met parkeervakken met daarin een aantal geparkeerde voertuigen. Ik zag dat voor deze parkeervakken een weg en dat er een rode bus stapvoets rijd. Ik zag dat er een man in beeld komt lopen. Ik zag dat de bus stopt. Ik zag dat de man naar de bus loopt. Ik zag dat het raam van de bestuurdersportier naar beneden was. Ik hoorde dat de man tegen de bestuurder van de bus praatte. De man die naast de bus staat zegt onder andere: “Die wijkagent is een lapzwans hier, die schiet ik zo dwars door de knieschijven heen”.

5. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 8 augustus 2024, opgenomen op pagina 14 van voornoemd dossier, inhoudende het relaas:

Melder vertelde dat op 7 augustus 2024 [verdachte] bij een rood busje stond te schreeuwen. Hier is een filmpje van. Dit is gefilmd door een flatbewoner. Hij zei: ''Ik belde de wouten, die wijkagent is een lapzwans. Die schiet ik zo dwars door zijn knieschijven heen'. Dit zou op het filmpje te horen zijn. Ik zal u dit filmpje sturen.

Bewijsoverweging

Op 7 augustus 2024 bevond verdachte zich in de [straatnaam] te [plaats] . Daar heeft verdachte tijdens een gesprek met een bestuurder van een bestelbus de ten laste gelegde bewoordingen, te weten: ‘Die wijkagent is een lapzwans hier, die schiet ik zo dwars door de knieschijven heen’ geuit. Verdachte bevond zich op dat moment op de openbare weg, nabij een voor het publiek toegankelijke parkeerplaats en een flatgebouw. Daarbij praatte verdachte (kennelijk) op dusdanig luide toon, dat dit voor een buurtbewoner van het nabijgelegen flatgebouw duidelijk hoorbaar was. De buurtbewoner hoorde verdachte schreeuwen.

Met de politierechter is het hof van oordeel dat door op deze wijze te handelen verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de wijkagent van de bedreiging op de hoogte zou raken. Verdachte stond immers te schreeuwen op de openbare weg, vlakbij een flat. Het is naar het oordeel van het hof volstrekt te verwachten dat bewoners van een flat op geschreeuw reageren door te gaan kijken wat er loos is. Dat is ook hier gebeurd. Het is ook volstrekt te verwachten dat als er dan dingen worden gezegd zoals verdachte deed, dat dit wordt gemeld aan de politie; het ging immers om de wijkagent. Er bestond dus een aanmerkelijke kans dat de door verdachte geuite bedreiging bij de betreffende agent terecht zou komen. Door degelijke bedreigingen luidruchtig te doen op de openbare weg en in de nabijheid van een bewoonde flat heeft verdachte die aanmerkelijke kans bovendien bewust aanvaard.

Het hof verwerpt daarom het verweer van de raadsman en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij op 7 augustus 2024 te [plaats] , gemeente [gemeente] , [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend tegen een persoon, de woorden toe te voegen: “Die wijkagent is een lapzwans hier die schiet ik zo dwars door de knieschijven heen”, van welke bedreiging voornoemde [slachtoffer] kennis heeft genomen, terwijl dit feit werd gepleegd tegen die [slachtoffer] in diens hoedanigheid van ambtenaar van de politie, te weten wijkagent bij de Eenheid Oost-Nederland.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:

bedreiging met zware mishandeling, terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van ambtenaar van politie.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en tot een taakstraf van 30 uren, bij niet voldoen te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over een eventuele strafoplegging.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van een wijkagent. Door zo te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de wijkagent en diens gevoel van veiligheid.

Het hof heeft bij de strafoplegging in strafverzwarende zin gelet op het strafblad van verdachte van 5 juni 2026. Daaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten en dat verdachte voor deze feiten een taakstraf opgelegd heeft gekregen, die hij voor het nu bewezenverklaarde feit heeft uitgevoerd. Daardoor is het zogenoemde taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

Verder heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die blijken uit het dossier en tijdens het onderzoek op de terechtzitting van het hof door zijn raadsman naar voren zijn gebracht.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 30 uren, bij niet voldoen te vervangen door 15 dagen hechtenis, een passende en noodzakelijke bestraffing is.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast (zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde / zoals zij gelden op het moment van het wijzen van dit arrest).

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. E.W. van Weringh en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand