ECLI:NL:GHARL:2026:4698

ECLI:NL:GHARL:2026:4698

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-07-2026
Zaaknummer 21-003585-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2025:3343

Samenvatting

Veroordeling wegens verrichten van seksuele handelingen met 14-jarige, waaronder seksueel binnendringen (ook wel: verkrachting van iemand in leeftijdscategorie 12 tot 16 jaar) tot gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met proeftijd van 3 jaren. Oplegging van contactverbod.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ),

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.A. Rangoe, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 9 juli 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte veroordeeld voor verkrachting van een persoon in de leeftijdscategorie 12 tot 16 jaren tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden, te weten een contactverbod met het slachtoffer. Verder heeft de rechtbank de teruggave bevolen van inbeslaggenomen goederen aan verdachte en het slachtoffer.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring op juiste wijze en gronden heeft beslist. Het vonnis zal in zoverre worden bevestigd. Ten aanzien van de opgelegde straf komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank, zodat het vonnis in zoverre zal worden vernietigd.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met het slachtoffer.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, onder verwijzing naar jurisprudentie, verzocht om oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Daartoe heeft hij aangevoerd dat bij het opleggen van de straf rekening gehouden dient te worden met het feit dat verdachte niet op de hoogte was van het feit dat het slachtoffer 14 jaar oud was. Verder ontkent verdachte drugs te hebben gebruikt of drugs aan het slachtoffer te hebben gegeven. Ook is verdachte niet bewust op zoek gegaan naar een minderjarig meisje jonger dan 16 jaar. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en benadrukt spijt te hebben van zijn acties.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt (hierna cursief weergegeven):

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig zedenmisdrijf. Verdachte, een toen eenendertigjarige man, heeft zich vergrepen aan een veertienjarig meisje en onder meer geslachtsgemeenschap met haar gehad. Het slachtoffer is een kwetsbaar meisje dat op een begeleide woongroep leeft. Verdachte lijkt van haar specifieke kwetsbaarheid niet te hebben geweten.

Het contact tussen verdachte en het slachtoffer is ontstaan via Snapchat. Van daaruit hebben verdachte en het slachtoffer afgesproken om elkaar in [plaats] te ontmoeten. Verdachte heeft haar opgehaald met de auto. Volgens het slachtoffer hebben zij beiden xtc gebruikt, zijn ze naar de [naam] gegaan en hebben ze in de auto een joint gerookt. Vervolgens heeft op de achterbank van de auto seks plaatsgevonden.

Leeftijd van het slachtoffer en drugsgebruik

Voor de bewezenverklaring is niet van belang of verdachte wist dat het slachtoffer minderjarig was, en of hij haar drugs heeft gegeven. Voor de beoordeling van de ernst van het feit en daarmee de hoogte van de straf, zijn dit wel relevante omstandigheden.

Verdachte heeft verklaard dat er die avond geen drugs zijn gebruikt en dat hij niet wist dat het slachtoffer veertien jaar oud was. Hij heeft verklaard dat het slachtoffer via Snapchat tegen hem had gezegd dat zij bijna negentien was. Het slachtoffer zou niet kinderlijk over zijn gekomen. Hij twijfelde naar eigen zeggen dan ook niet over haar leeftijd. Hij zegt niet te hebben gemerkt dat het slachtoffer onder invloed was.

Het slachtoffer heeft verklaard dat verdachte wist dat zij veertien jaar was. Dat heeft zij tegen de politie gezegd, direct nadat zij met verdachte in de auto was aangetroffen, en in haar getuigenverhoor bij de rechter-commissaris. Volgens het slachtoffer heeft verdachte meteen aan het begin van hun Snapchat-contact naar haar leeftijd gevraagd, waarop zij naar waarheid heeft geantwoord. Verder heeft het slachtoffer verklaard dat zij en verdachte allebei een halve pil xtc hebben genomen en een joint hebben gerookt.

De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaringen van het slachtoffer. Ter plaatse verklaarde zij al dat verdachte wist dat zij veertien jaar oud was en dat zij onder invloed was. Bij de rechter-commissaris en bij het informatief gesprek zeden verklaarde zij samen met verdachte te hebben gebruikt. Dat het slachtoffer onder invloed was, blijkt ook uit een sneltest van haar urine: zij testte positief op amfetamine, ecstasy, methamfetamine en marihuana/cannabis (THC). De politie had ter plaatse al het vermoeden dat zij onder invloed was, omdat zij grote pupillen had en nu eens sloom en dan weer druk reageerde.

Wat de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer verder ten goede komt, is het feit dat zij steeds heeft geprobeerd verdachte in bescherming te nemen, in die zin dat zij telkens heeft verklaard dat er niets tegen haar wil was gebeurd en de seks door beiden werd gewild. Bij de rechter-commissaris verklaart zij dat het initiatief van beide kanten kwam en zij geen aangifte wilde doen, maar dat haar moeder aangifte nodig vond. Dit maakt het des te onwaarschijnlijker dat zij zou verklaren dat zij haar juiste leeftijd aan verdachte had verteld, terwijl zij in werkelijkheid tegen verdachte een verkeerde leeftijd had genoemd.

De rechtbank overweegt verder dat verdachte in zijn eerste contact evident loog tegen de politie door te zeggen dat het meisje zijn achttienjarige nichtje was. Volgens verdachte moest hij dit van het slachtoffer zeggen, maar de rechtbank ziet niet in waarom verdachte aan een dergelijk verzoek zou voldoen, als hij in zijn beleving op dat moment niets te verbergen zou hebben. De leugen wijst er juist op dat verdachte wel degelijk wist dat hij verkeerd bezig was.

Verder blijken de verklaring van het slachtoffer over de (specifieke) seksuele handelingen te kloppen, getuige ook de verklaring van verdachte. Haar verklaring dat zij drugs had gebruikt blijkt ook te kloppen, getuige de urinetest. Haar verklaring dat verdachte haar leeftijd kende is aannemelijk gezien de algehele betrouwbaarheid van haar verklaring, en omdat verdachte tegenover de politie een leugen vertelde, waaruit volgt dat hij iets probeerde te verbergen. Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat zij meerderjarig was, dat er geen drugs waren gebruikt en dat hij niet had gemerkt dat zij onder invloed was, maar gezien al het voorafgaande gelooft de rechtbank hem hierin niet.

Verdachte heeft dus seks gehad met het slachtoffer, wetende dat zij veertien jaar oud was en wetende dat zij onder invloed was van verdovende middelen, die hij haar bovendien had gegeven. In het oog springt het grote leeftijdsverschil tussen beiden. De wetgever heeft door de strafbaarstelling van seks met een minderjarige onder de zestien jaar bedoeld de minderjarige te beschermen, ook tegen zichzelf. Een ruimschoots volwassen man als verdachte hoort beter te weten en zich ook daarnaar te gedragen. (…)

Justitiële documentatie

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie (…), waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

In aanvulling op het voorgaande overweegt het hof als volgt.

Het hof heeft, net als de rechtbank, kennis genomen van het reclasseringsrapport van 17 juni 2025. De door de reclassering beschreven stabiele situatie in het leven van verdachte lijkt onder druk te staan gelet op het feit dat verdachte zich op dit moment in voorlopig hechtenis bevindt. Naar eigen zeggen is dat omdat hij van belaging wordt verdacht.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van het feit, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Ook heeft het hof gekeken naar straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.

Alles afwegende acht het hof - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en noodzakelijk. Anders dan de rechtbank ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding tot matiging van de op te leggen straf. Daarbij legt het hof als bijzondere voorwaarde een contactverbod met het slachtoffer op, nu verdachte na het bewezenverklaarde feit nog contact heeft gehad met het slachtoffer.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Met betrekking tot het beslag zal het hof beslissen zoals de rechtbank deed.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast (zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde / zoals zij gelden op het moment van het wijzen van dit arrest).

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

het slachtoffer: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 2] ).

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- Ondergoed (Omschrijving: PL0900-2024382174-3445828)..

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Broek (Omschrijving: PL0900-2024382174-G3446018, JACK & JONES);

- Jas (Omschrijving: PL0900-2024382174-G3446020, ZWART);

- Blouse (Omschrijving: PL0900-2024382174-3446090);

- Schoenen (Omschrijving: PL0900-20243821 74-3446091);

- Ondergoed (Omschrijving: PL0900-2024382174-3446094).

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. E.W. van Weringh, mr. L.J. Hofstra en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand