ECLI:NL:GHARL:2026:4699

ECLI:NL:GHARL:2026:4699

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 17-07-2026
Zaaknummer 21-005484-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Veroordeling wegens mishandeling tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Verweer ontbreken opzet mishandeling wordt verworpen. Beroep op noodweer wordt verworpen. Vordering tot schadevergoeding deels toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en oplegging schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. Visscher, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft bij vonnis van 29 november 2024, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte veroordeeld voor mishandeling tot een taakstraf van 40 uren, bij niet voldoen te vervangen door 20 dagen hechtenis. Verder heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toegewezen, te weten tot € 200,00, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in diens vordering ten aanzien van het overige gevorderde.

In het proces-verbaal van de zitting van de politierechter zijn de gebruikte bewijsmiddelen niet uitgewerkt. Hierdoor kan het hof het vonnis niet bevestigen. Het hof zal daarom het vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 juli 2023 te [Plaats] , gemeente [gemeente] [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] - meermalen, althans eenmaal, (met kracht) aan haar haren te trekken en/of

- te schoppen en/of te trappen tegen haar linkerbeen en/of

- met de knie in haar buik te schoppen en/of te trappen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft bewezenverklaring gevorderd ten aanzien van de ten laste gelegde mishandeling, en zich op het standpunt gesteld dat het beroep op noodweer van verdachte dient te worden verworpen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde mishandeling, omdat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad op de ten laste gelegde mishandeling, dan wel omdat verdachte een geslaagd beroep op noodweer toekomt.

Oordeel van het hof

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Het hof komt tot een bewezenverklaring en gebruikt daarvoor de hierna genoemde bewijsmiddelen:

1. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de politierechter van 29 november 2024:

Ik heb tijdens het opruimen van de partytent ruzie gekregen met mijn zus. [benadeelde] ging zich ermee bemoeien. Ik heb gezegd dat zij zich er niet mee moest bemoeien en moest “opkankeren”. Ik heb vervolgens haar hoofd weggeduwd en haar een schop gegeven tegen haar been.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 19 juli 2023 opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2023187028 van 20 november 2023, inhoudende de verklaring van [benadeelde] :

In de nacht van 15 op 16 juli 2023 pakte [verdachte] mij beet bij mijn haar. Ik voelde dat er hard aan mijn haar werd getrokken. [verdachte] sleurde mij op deze manier zo mee naar buiten. [verdachte] heeft een hele harde schop gegeven tegen mijn linkerbeen. Ik voelde een brandende pijn op de zijkant van mijn bovenbeen.

3. De geneeskundige verklaring van 1 augustus 2023 opgemaakt en ondertekend door [Arts] , GGD-arts, opgenomen op pagina 14 e.v. van voornoemd dossier:

Onderzoekgegevens

Naam: [benadeelde]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Gemelde toedracht

Datum incident: 16-07-2023

Letsel(s)

Beschrijving: Op de zij/achterkant van het linker dijbeen bevindt zich een blauwe verkleuring van ongeveer 13 bij 8 cm.

Soort: Bloeduitstorting.

Gemelde toedracht bij het letsel: Mevrouw geeft aan geschopt te zijn.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: Zeer goed.

4. Het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van 28 juli 2023, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2] :

Op zondag 16 juli 2023 ben ik getuige geweest van een mishandeling. Deze mishandeling heeft plaats gevonden bij mijn woning aan de [straat] in [Plaats] . Ik vierde mijn verjaardag. Hierbij had ik vrienden en vriendinnen uitgenodigd, ook mijn broertje [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) was aanwezig.

Mijn broertje had die avond veel alcohol gedronken. Mijn broertje was het er niet mee eens dat de partytent werd afgebroken. [verdachte] bleef mij maar provoceren waarop ik besloot hem te negeren. [verdachte] besloot daarom mijn gasten te provoceren.

[verdachte] belde met onze vader met de mededeling dat onze vader hem op moest halen. [benadeelde] liep vervolgens de serre in en zei tegen [verdachte] dat hij zijn vader met rust moest laten en naar bed moest gaan. Hierop is [benadeelde] met [verdachte] in gesprek gegaan om hem rustig te krijgen. Ik zag dat [verdachte] flink te keer ging tegen [benadeelde] . Op dat moment hoorde ik [benadeelde] schreeuwen dat [verdachte] op moest houden. Ik zag dat beiden in de deuropening van de serre stonden en dat [verdachte] [benadeelde] bij haar haren vasthield. Terwijl [verdachte] [benadeelde] bij haar haren vasthield, pakte [benadeelde] [verdachte] bij zijn keel. Ik zag dat [verdachte] daarop vervolgens met zijn been op de buitenkant van de been van [benadeelde] trapte terwijl [verdachte] [benadeelde] nog steeds bij haar haren vasthield.

5. Het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van 28 juli 2023, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige] :

Ik was op 15 juli 2023 op een feestje aan de [straat] te [Plaats] . Dit feest werd georganiseerd door Corien [getuige 2] . Er waren diverse mensen op het feestje waaronder [verdachte] .​​​​​​​

Er werd op een gegeven moment, rond 03:00 uur, afgesproken dat we het zeil van de partytent vast weg gingen halen. Dit schoot bij [verdachte] in het verkeerde keelgat.

Hierna leek het of er een knop om ging in het hoofd van [verdachte] . In herkende hem niet meer als dezelfde man van de gezellig gesprekken eerder die dag. Ik werd bang van zijn gedrag. Hij hield niet op met schelden en we verzochten hem naar binnen te gaan om af te koelen. Dit deed hij ook en [benadeelde] liep hem achterna om hem te kalmeren. Ze waren nog maar net binnen toen we geluiden hoorden uit de woning waar we ons zorgen over maakten dus ik ben de woning in gelopen.

Ik liep weer naar buiten en met dat ik net buiten stond hoorde ik geschreeuw uit de woning. Ik ben er heen gerend en ik zag dat [verdachte] tegenover [benadeelde] stond en haar bij haar haar vast had. Dit ging zichtbaar met kracht.

Bewijsoverweging

Op grond van het dossier en het onderzoek op de terechtzitting van het hof stelt het hof vast dat er op 16 juli 2023 in [Plaats] tijdens een verjaardagsfeest een geweldsincident heeft plaatsgevonden tussen verdachte en aangeefster [benadeelde] . Verdachte had die avond - naar eigen zeggen - behoorlijk wat glazen alcohol genuttigd en was op een vervelende manier aanwezig. Dit wordt door meerdere getuigen bevestigd. Nadat getuige [getuige 2] besloten had de partytent op te ruimen, is verdachte - die het daar niet mee eens was - de serre binnengelopen om zijn vader te bellen om hem op te halen. Aangeefster is hem achterna gelopen om te zeggen dat hij zijn vader met rust moest laten en naar bed moest gaan. Over hetgeen daarna is gebeurd, lopen de verklaringen uiteen.

Aangeefster verklaart dat verdachte haar vervolgens heeft uitgescholden voor ‘kankermongool’. Nadat zij hem gevraagd had dit niet te doen, heeft verdachte aangeefster hard aan haar haren getrokken. Daarop heeft aangeefster verdachte bij de keel gegrepen, waarna verdachte aangeefster een harde schop tegen haar linkerbeen heeft gegeven.

Verdachte verklaart echter dat hij tegen aangeefster heeft gezegd dat zij zich er niet mee moest bemoeien en moest ‘opkankeren’. Daarop heeft aangeefster verdachte bij zijn keel gepakt en hem in de keel geknepen, waarna verdachte aangeefsters hoofd heeft weggeduwd en haar een schop tegen haar been heeft gegeven.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad op de ten laste gelegde mishandeling. Immers, uit de aangifte, de geneeskundige verklaring, alsmede de verklaring van getuige [getuige 2] , volgt dat verdachte aangeefster opzettelijk aan haar haren heeft getrokken en tegen haar linkerbeen heeft geschopt, ten gevolge waarvan aangeefster pijn en/of letsel heeft ondervonden. Verdachte heeft bovendien zelf verklaard aangeefster te hebben geschopt. Verdachte beroept zich ten aanzien van deze geweldshandelingen echter op noodweer.

Het hof stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op noodweer aannemelijk moet worden dat sprake is van een noodweersituatie waarbij de noodzakelijke verdediging is geboden van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor.

Naar het oordeel van het hof zijn de feiten en omstandigheden die door de verdediging zijn aangevoerd voor het beroep op noodweer, namelijk dat verdachte eerst werd aangevallen door aangeefster, niet aannemelijk geworden omdat die geen steun vinden in het dossier. Daartegenover staat de verklaring van aangeefster, die op belangrijke onderdelen wel steun vindt in de bewijsmiddelen waaronder de geneeskundige verklaring, alsmede de verklaring van verdachte zelf. Ook vindt de verklaring van aangeefster steun in de bij de politie afgelegde getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige] . Dat deze getuigen bij de raadsheer-commissaris voor een deel anders hebben verklaard, zoals door de verdediging is aangevoerd, maakt het oordeel van het hof niet anders. Daarbij weegt het hof mee dat beide getuigen op belangrijke punten niet anders verklaarden dan zij bij de politie deden.

Getuige [getuige 2] verklaarde bij de raadsheer-commissaris dat het omsloeg toen zij de partytent wilde afbreken, dat verdachte vervelend deed, dat verdachte op zeker moment hun vader belde en dat aangeefster zich daarmee ging bemoeien. Getuige hoorde vervolgens een hoop geschreeuw en gescheld. Ze zegt dat verdachte een aangeefster elkaar hebben gegrepen. Het begon binnen maar het ging al snel naar buiten. “ [verdachte] had [benadeelde] bij de haren vast en [benadeelde] had [verdachte] bij de keel vast. [verdachte] heeft uiteindelijk een schop verkocht.”

Getuige [getuige] verklaarde bij de raadsheer-commissaris over een “switch” bij verdachte toen de partytent zou worden afgebroken. Op zeker moment ontstond er een woordenwisseling. “Dat werd groter en groter”, op een gegeven moment kwam [benadeelde] daarbij. Dat was in de serre van het huis. [getuige] verklaarde dat hij naar binnen ging toen hij kreten hoorde en dat hij toen zag dat verdachte een aangeefster elkaar vast hadden. Ook heeft hij gezien dat verdachte aan het haar van aangeefster trok.

Het hof stelt vast dat uit alle verklaringen blijkt dat het verdachte was die al enige tijd erg vervelend was en dat aangeefster bij verdachte binnen was juist om hem te kalmeren. Dat aangeefster verdachte vervolgens zou hebben aangevallen omdat hij tegen haar zou hebben gezegd dat ze moest “opkankeren” is niet aannemelijk geworden. Aangeefster ontkent het en uit de bewijsmiddelen komt niet aangeefster, maar verdachte naar voren als agressief. Het hof acht het dan ook niet aannemelijk geworden dat aangeefster verdachte aanviel. Het was verdachte die aangeefster aanviel.

Voor het ten laste gelegde schoppen in de buik ziet het hof onvoldoende aanknopingspunten in de bewijsmiddelen zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Nu er geen sprake was van een noodweersituatie slaagt het beroep op noodweer van verdachte niet. Het hof verwerpt dan ook het daartoe strekkende verweer en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde mishandeling.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 16 juli 2023 te [Plaats] , gemeente [gemeente] , [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] met kracht aan haar haren te trekken en te schoppen tegen haar linkerbeen.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, bij niet voldoen te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de door de politierechter opgelegde straf te matigen en een geldboete van € 200,00 à € 300,00 aan verdachte op te leggen, omdat aangeefster een eigen aandeel in het geweldsincident heeft gehad.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Tijdens een verjaardagsfeest van zijn zus, is er tussen verdachte en het slachtoffer een woordenwisseling ontstaan, waarbij verdachte het slachtoffer hard aan haar haren heeft getrokken en vervolgens tegen haar linkerbeen heeft geschopt. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 5 juni 2026. Daaruit blijkt dat verdachte in het verleden niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Omdat het niet plegen van strafbare feiten de norm is, heeft dit geen invloed op de hoogte van de straf.

Verder heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die blijken uit het dossier en tijdens het onderzoek op de terechtzitting van het hof door verdachte en zijn raadsman naar voren zijn gebracht.

Alles afwegende, acht het hof, net als de advocaat-generaal en de politierechter, de oplegging van een taakstraf van 40 uren, bij niet voldoen te vervangen door 20 dagen hechtenis, een passende en noodzakelijke bestraffing. Uit wat het hof hiervoor heeft overwogen over het noodweerverweer volgt dat er geen reden is de straf te matigen vanwege een eigen aandeel van aangeefster.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.811,50 ingediend. De politierechter heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 200,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de politierechter gevorderde schadevergoeding.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van € 660,50, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en dat de benadeelde partij ten aanzien van het overig gevorderde niet-ontvankelijk wordt verklaard in diens vordering.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, omdat uit de onderbouwing blijkt dat de geleden schade niet enkel het gevolg is van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Verder heeft de raadsman verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen.

Oordeel van het hof

Materiële schade

Naar het oordeel van het hof is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Het hof zal de vordering voor wat betreft de gevorderde kosten voor IEMT-therapie ter hoogte van € 460,50 toewijzen. Het verweer dat het in de therapie vooral gaat om trauma’s uit het verleden passeert het hof. Er is niet betwist dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit therapie nodig had. Uit niets blijkt dat zij zonder de tegen haar gepleegde mishandeling therapie nodig zou hebben gehad.

De benadeelde partij wordt ten aanzien van de gevorderde toekomstige kosten voor IEMT-therapie niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade

Naar het oordeel van het hof is voldoende gebleken dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, omdat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. Gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan verdachte gemaakte verwijt, stelt het hof de immateriële schade naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag van € 550,00. Bij de begroting van die schade heeft het hof verder gelet op bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en de Rotterdamse schaal. De gevorderde immateriële schade valt binnen de marge van de categorie ‘Licht letsel’, hoofdstuk 13 sub c en wordt aldus toegewezen. Het hof ziet geen aanleiding de gevorderde immateriële schade te matigen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast (zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde / zoals zij gelden op het moment van het wijzen van dit arrest).

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.010,50 (duizend tien euro en vijftig cent) bestaande uit € 460,50 (vierhonderdzestig euro en vijftig cent) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.010,50 (duizend tien euro en vijftig cent) bestaande uit € 460,50 (vierhonderdzestig euro en vijftig cent) materiële schade en € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 9 januari 2024 en van de immateriële schade op 16 juli 2023.

Dit arrest is gewezen door mr. E.W. van Weringh, mr. L.J. Hofstra en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand