GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.359.940
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: 11306953
arrest van 27 januari 2026
in het incident ex artikel 217 Rv van
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CNV
die is gevestigd in Utrecht
hierna: CNV
advocaat: mr. A.M. Schippers
in de zaak van
FlexWork Payrolling B.V.
die is gevestigd in ’s-Heerenberg
hierna: FlexWork
advocaat: mr. S.J. Snellenburg
en
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats]
hierna: [geïntimeerde]
advocaat: mr. A.M. Schippers
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
FlexWork heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de kantonrechter) op 5 maart 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep van FlexWork
de memorie in het incident van CNV
de memorie van antwoord in het incident van [geïntimeerde]
de memorie van antwoord in het incident van FlexWork
Hierna heeft het hof arrest bepaald in het incident.
2. De kern van de zaak
[geïntimeerde] is meerdere jaren in dienst geweest bij FlexWork en heeft bij de kantonrechter gevorderd dat FlexWork haar over die periode achterstallig loon en emolumenten betaalt, alsook aan te melden bij het pensioenfonds en premies af te dragen. CNV heeft (in diezelfde procedure) bij de kantonrechter gevorderd dat FlexWork haar een schadevergoeding betaalt van € 5.000,- op grond van artikel 15 en 16 van de Wet CAO wegens het niet-naleven van de NBBU-cao.
De kantonrechter heeft de vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en de vordering van CNV afgewezen. FlexWork is vervolgens in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de kantonrechter, maar heeft alleen [geïntimeerde] en niet ook CNV gedagvaard.
Omdat CNV niet is gedagvaard in hoger beroep, vordert zij in dit incident dat zij in het hoger beroep in de hoofdzaak tot de procedure wordt toegelaten – primair – als tussenkomende partij of – subsidiair – als gevoegde partij aan de zijde van [geïntimeerde] .
Het hof zal de incidentele vordering van CNV tot tussenkomst afwijzen, maar CNV wel toestaan zich te voegen aan de kant van [geïntimeerde] . Het hof licht dit hierna toe.
3. De toelichting op de beslissing van het hof
juridisch kader
Het hof stelt het volgende voorop. Een partij kan vragen om in een lopende rechtszaak te mogen tussenkomen als zij een eigen vordering wil instellen tegen (een van) de procederende partijen en als zij voldoende belang heeft om aan de procedure deel te nemen vanwege de mogelijk nadelige gevolgen die de procedure voor haar kan hebben (artikel 217 Rv). Dat belang kan zijn dat door de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt of dat haar positie op een andere manier kan worden benadeeld.
Een partij die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangige procedure kan ook vragen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een dergelijk belang is voldoende dat de partij die voeging vraagt nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van de procedure voor de partij aan de zijde van wie zij zich wil voegen. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die (1) de toe- of afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of (2) het gezag van gewijsde van de eindbeslissingen in die procedure zullen kunnen hebben voor degene die de voeging vraagt. In de mogelijke precedentwerking van die uitspraak is dus op zichzelf niet een voldoende belang gelegen. Dat is ook niet het geval als sprake is van sterk op elkaar lijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen. Een vordering tot tussenkomst of voeging kan worden afgewezen als toewijzing daarvan in strijd is met de eisen van een goede procesorde.
standpunten partijen
CNV vraagt te mogen tussenkomen in de zaak van FlexWork tegen [geïntimeerde] , althans zich te mogen voegen aan de kant van [geïntimeerde] . Zij onderbouwt haar incidentele vordering als volgt. Zij heeft in de eerste plaats belang bij tussenkomst omdat zij in eerste aanleg een eigen vordering heeft ingesteld tegen FlexWork tot betaling van schadevergoeding en de kantonrechter die vordering heeft afgewezen. Ten tweede heeft zij ook belang bij tussenkomst althans voeging in verband met de nadelige gevolgen voor haar van een toe- of afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] . Als het hoger beroep van FlexWork niet slaagt en de toewijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] in stand blijft, heeft CNV zonder tussenkomst geen mogelijkheid om schadevergoeding van FlexWork te vorderen. Als het hoger beroep van FlexWork slaagt en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog worden afgewezen, heeft CNV ook grond om schadevergoeding van FlexWork te vorderen voor materiële schade, onder meer bestaande uit kosten die gemaakt zijn voor onderzoek naar de melding van [geïntimeerde] en het nagaan of de cao correct wordt nageleefd. Als cao’s niet worden nageleefd doet dit afbreuk aan het vertrouwen van cao-partijen. Er is daarnaast bij tussenkomst van CNV of voeging aan de kant van [geïntimeerde] geen sprake van strijd met de goede procesorde. De hoofdzaak zal niet onredelijk worden belast en de procedure niet onredelijk worden vertraagd, omdat er in hoger beroep nog geen grieven zijn ingediend. [geïntimeerde] heeft geen bezwaar tegen tussenkomst van CNV of voeging van CNV aan haar kant.
FlexWork voert gemotiveerd verweer. CNV heeft ervoor gekozen geen hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de kantonrechter. De toelating van tussenkomst van CNV in hoger beroep zou daarom neerkomen op een ontoelaatbare omzeiling van de appeltermijn en een doorbreking van het gezag van gewijsde van de beslissing op de vordering van CNV. Voor voeging is evenmin plaats als CNV daarmee haar schadevergoedingsvordering wil handhaven. Indien voeging al wordt toegestaan, kan dit alleen zien op een louter accessoire ondersteuning zonder zelfstandige stellingen, vorderingen of uitbreiding van de rechtsstrijd. Tussenkomst of voeging van CNV zal bovendien forse vertraging betekenen voor de procedure: allereerst moet het hof een beslissing nemen op deze incidentele vordering en het CNV in de gelegenheid stellen om haar inhoudelijke bezwaren tegen het vonnis van de kantonrechter in te dienen, levert ook vertraging op.
oordeel hof
Het hof is van oordeel dat toewijzing van de vordering tot tussenkomst van CNV in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Omdat CNV zelf een vordering heeft ingesteld bij de kantonrechter en deze is afgewezen, had CNV hoger beroep moeten instellen om haar vordering nogmaals geldend te maken. Nu CNV dat niet heeft gedaan, zou toelating van tussenkomst van CNV in hoger beroep neerkomen op een ontoelaatbare omzeiling van de hoger beroepstermijn en een doorbreking van het gezag van gewijsde van de beslissing op de vordering van CNV. Om deze reden zal het hof het door CNV primair gevorderde afwijzen.
Het hof zal CNV wel toestaan zich in de hoofdzaak te voegen aan de kant van [geïntimeerde] . CNV heeft voldoende onderbouwd dat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van de procedure voor [geïntimeerde] . CNV heeft aangevoerd dat werknemers erop moeten kunnen vertrouwen dat zij conform de cao(‘s) betaald worden en dat als [geïntimeerde] in het ongelijk zal worden gesteld, dit afbreuk zal doen aan het vertrouwen in cao-partijen, waar CNV er een van is. FlexWork heeft dit belang van CNV als zodanig niet betwist. Zoals FlexWork echter terecht aandraagt, verdraagt het karakter van voeging zich niet met het instellen van een eigen (schadevergoedings)vordering door CNV. De rol van CNV als gevoegde partij zal dus beperkt zijn tot het aandragen van feiten en gronden ten behoeve van het standpunt van [geïntimeerde] .
Het hof verwerpt de stelling van FlexWork dat toewijzing van de vordering van CNV tot voeging onredelijke vertraging van de procedure zal inhouden. Dit gaat in algemene zin al niet op voor een in beginsel toewijsbare vordering tot voeging, met uitzondering van bijzondere omstandigheden waar FlexWork echter niets over heeft gesteld. CNV zal daarbij als gevoegde partij steeds gelijktijdig met [geïntimeerde] haar memories moeten indienen. Omdat er in dit hoger beroep nog geen memories zijn uitgewisseld, zal voeging van CNV op dit moment de procedure niet ophouden.
De conclusie
Het hof zal CNV niet toestaan tussen te komen in de hoofdzaak, maar laat CNV wel toe zich te voegen aan de kant van [geïntimeerde] . Het hof houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.
De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.
4. De beslissing
Het hof:
in het incident
laat CNV toe zich als partij te voegen in de hoofdzaak aan de kant van [geïntimeerde] ;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;
in de hoofdzaak in hoger beroep
bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, G.R. den Dekker en G.A. Diebels en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.