ECLI:NL:GHARL:2026:4839

ECLI:NL:GHARL:2026:4839

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 23-07-2026
Zaaknummer 200.365.114/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Zorgregeling Wisselmomenten 1:253a lid 4 BW 1:377e BW

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.365.114

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 597274)

beschikking van 23 juli 2026

in de zaak van

[verzoeker] (de vader),

met een briefadres in [woonplaats1] ,verzoeker,

advocaat: mr. K.J. Kanning,

en

[verweerster] (de moeder),

die woont in [woonplaats2] ,

verweerster,

advocaat: mr. A. Oosterhuis-Boeve,

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

als adviseur van het gerechtshof.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 27 november 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer. Het hof zal deze beschikking hierna noemen: de bestreden beschikking.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlagen, ontvangen op 18 februari 2026;

- het verweerschrift met bijlagen;

- een journaalbericht van de moeder van 29 mei 2026 met bijlagen;

- de spreekaantekeningen van mr. Kanning.

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben ieder een brief geschreven. Het hof heeft op 4 juni 2026 nog een brief van [de minderjarige2] ontvangen. De brieven van de kinderen zijn op de zitting besproken.

De mondelinge behandeling heeft op 9 juni 2026 plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig:

- de vader en zijn advocaat;

- de moeder en haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de raad.

3. De feiten

Het huwelijk van de ouders is op 28 september 2021 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

De vader en de moeder zijn de ouders van:

- [de minderjarige1] , geboren [in] 2016, en

- [de minderjarige2] , geboren [in] 2017,

over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De kinderen staan ingeschreven bij de moeder.

De ouders hebben afspraken over de zorgregeling gemaakt in het ouderschapsplan van 2 augustus 2021. In de echtscheidingsbeschikking van 25 augustus 2021 heeft de rechtbank dit ouderschapsplan opgenomen.

De ouders hebben, voor zover hier van belang, in hun ouderschapsplan van 2 augustus 2021 het volgende afgesproken over de reguliere zorgregeling:

De kinderen verblijven bij de vader:

a. in een zich herhalende cyclus van twee weken:

- in week 1 van donderdag na school (+ 14:30 uur) waarbij de vader de kinderen uit

school ophaalt tot vrijdag 19:00 uur, waarbij moeder de kinderen dan bij de vader komt

ophalen;

- in week 2 van donderdag na school (+ 14:30 uur) waarbij de vader de kinderen uit

school ophaalt tot zondag 19:00 uur waarbij vader de kinderen dan terugbrengt naar

moeder.

(…)

Mocht de in hiervoor onder sub a. tot en met c. omschreven zorgregeling naar tevredenheid

van de ouders verlopen, zullen zij met elkaar in overleg treden omtrent uitbreiding van het

aandeel van de vader in de zorg voor de kinderen, Mocht die zorgregeling echter juist niet

naar tevredenheid van de ouders verlopen, zullen zij met elkaar overleg gaan voeren omtrent

beperking van het aandeel van de vader in de zorg voor de kinderen

4. De omvang van het geschil

De rechtbank heeft de wijzigingsverzoeken van de vader en de moeder afgewezen. Verder heeft de rechtbank bepaald dat de vakantie- en feestdagenregeling wordt gewijzigd overeenkomstig de afspraken van de ouders en dat de kinderen in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder verblijven tijdens de voorjaarsvakantie.

De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank en komt met drie grieven in hoger beroep. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, en opnieuw beschikkende, de beschikking van 25 augustus 2025 te wijzigen, in het bijzonder het daarin opgenomen ouderschapsplan onder 3.1 in die zin dat:

- de kinderen de ene week van woensdag uit school tot vrijdag 19.00 uur bij de vader verblijven en,

- de andere week van donderdag uit school tot zondag 19.00 uur bij de vader verblijven.

De moeder voert verweer en verzoekt het hof de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek, dan wel zijn verzoek af te wijzen.

5. De motivering van de beslissing

Procesrechtelijk

De vader heeft in hoger beroep verzocht om verduidelijking van de wisselmomenten in geval van ziekte van de kinderen en gedurende de vakanties. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn verzoek als een aanvullend verzoek moet worden beschouwd. De moeder maakt bezwaar tegen het aanvullend verzoek. Het hof is van oordeel dat het verzoek van de vader is toegestaan en niet in strijd met de goede procesorde is.

Bij de beoordeling van het verzoek van de vader over de zorgregeling hebben de ouders er belang bij dat deze berust op een juiste en volledige waardering van alle relevante omstandigheden op het moment van de uitspraak in hoger beroep. De rechter in hoger beroep mag - en moet in beginsel – in zaken over een zorgregeling rekening houden met een grief of een wijziging van een verzoek dat na het verzoek- of verweerschrift wordt aangevoerd of plaatsvindt. De moeder heeft op de zitting ook inhoudelijk gereageerd op het aanvullend verzoek van de vader. De vader is dan ook ontvankelijk in zijn aanvullend verzoek en het hof zal dit verzoek daarom ook beoordelen.

Juridisch kader zorgregeling

In artikel 1:253a lid 4 BW van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat in samenhang met artikel 1:377e BW de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing over de uitoefening van het ouderlijk gezag en ook een door de ouders onderling getroffen regeling daarover kan wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Dit geldt dan ook voor de zorgregeling in deze zaak.

Tussen de ouders is niet in geschil dat sinds de ondertekening van het ouderschapsplan sprake is van een wijziging van omstandigheden.

Hoe oordeelt het hof

Het hof is, met de raad, van oordeel dat de beslissing van de rechtbank over de zorgregeling in stand moet blijven, ook voor wat betreft de wisselmomenten van de reguliere zorgregeling. Het hof kan zich vinden in de motivering die de rechtbank heeft gegeven. Het hof neemt die motivering na eigen onderzoek over en voegt daaraan het volgende toe.

Het is niet in het belang van de kinderen om de reguliere zorgregeling te wijzigen. De communicatie tussen de ouders verloopt niet goed en dit heeft effect op de gemoedstoestand van de kinderen. Het is voor de kinderen belangrijk dat de communicatie tussen de ouders beter verloopt. De ouders is in de procedure bij de rechtbank al geadviseerd om daar een hulpverleningstraject voor aan te gaan. Toch hebben zij niets ondernomen om tot een verbetering te komen. Zolang de ouders niet goed met elkaar kunnen communiceren, is het niet in het belang van de kinderen om de reguliere zorgregeling te wijzigen. De kinderen zijn gewend aan de huidige zorgregeling en hebben behoefte aan rust en stabiliteit. Het behouden van de reguliere zorgregeling biedt hen duidelijkheid. Dit heeft de raad ook genoemd op de zitting. Datzelfde geldt voor de wisselmomenten van de reguliere zorgregeling. Deze zijn duidelijk in het ouderschapsplan omschreven en zijn dus ook van toepassing op het moment dat de kinderen ziek zijn of vakantie hebben. De noodzaak van een wijziging, zoals de vader aanvullend heeft verzocht, is door de vader onvoldoende onderbouwd.

Daarnaast adviseert de raad de ouders om de kinderen in te schrijven voor een KIES- traject. Dit advies geldt ook indien de kinderen dit traject (of een vergelijkbaar traject) al een keer hebben doorlopen. Het KIES-traject zal de kinderen helpen om beter te kunnen praten over hun gevoelens. Ook zal het de kinderen helpen om hun eigen mening te kunnen vormen. Volgens de raad is een raadsonderzoek niet nodig, omdat het duidelijk is dat de ouders eerst aan hun onderlinge communicatie en verstandhouding moeten werken.

De vader voert aan dat de kinderen een uitbreiding van de zorgregeling willen. De vader legt op de zitting uit dat [de minderjarige2] graag een extra brief wilde sturen. [de minderjarige2] had namelijk het idee dat hij in zijn eerste brief had geschreven dat hij liever niet bij de vader wil zijn. Het hof heeft deze brief gelezen en haalt dit niet uit de brief van [de minderjarige2] . Het lijkt erop dat de kinderen vooral bezig zijn met wat de ouders willen horen.

De moeder stelt dat de wisselmomenten waarover discussie is, duidelijk in het ouderschapsplan en de bestreden beschikking staan. Voor de vakanties is dat zondagavond 19.00 (start van de vakantie) en op de dagen dat de kinderen niet naar school gaan tijdens de reguliere zorgregeling (bijvoorbeeld wegens studiedagen of ziekte) is het tijdstip 14.30, net als op een gewone schooldag. De vader betwist niet, althans onvoldoende, dat het wisselmoment van de reguliere zorgregeling duidelijk in het ouderschapsplan staat vermeld zoals de moeder dat op de zitting heeft uitgelegd. Dat er ook een tijdstip van 09:00 uur is vermeld, is naar het oordeel van het hof - en anders dan vader aanvoert - niet verwarrend. In het ouderschapsplan staat namelijk expliciet vermeld dat dit tijdstip geldt tot [de minderjarige2] naar school gaat en dus tot 15 december 2021. De vader vindt verder dat het aanvangsmoment van de vakanties niet duidelijk in de bestreden beschikking staat vermeld. Het hof is echter met de moeder van mening dat in de bestreden beschikking als wisselmoment duidelijk zondag 19:00 uur staat vermeld. Dit geldt uiteraard voor alle wisselmomenten. Ook het begin van de vakantie is een wisselmoment, dus ook dan geldt dit.

Gelet op het voorgaande, is het hof van oordeel dat de beslissing van de rechtbank in stand moet blijven en de verzochte uitbreiding moet worden afgewezen (de beslissing wordt bekrachtigd).

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 27 november 2025,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, D.J.M van de Voort en L.R. Davila Talavera en is op 23 juli 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand