GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.368.267
(zaaknummer rechtbank Overijssel 341309)
beschikking van 23 juli 2026
over de verlenging van de ondertoezichtstelling
in de zaak van
[verzoekster] (de moeder),
die woont op een bij het hof bekend adres,
advocaat: mr. R.A. Remport Urban,
en
de gecertificeerde instelling,
Stichting Jeugdbescherming Overijssel (de GI),
die is gevestigd in Hengelo,
en
[belanghebbende] (de vader van [de minderjarige1] ),
belanghebbende ten aanzien van [de minderjarige1] ,
die woont in [woonplaats] ,
en
de raad voor de kinderbescherming (de raad),
als adviseur van het hof.
1. Samenvatting
De kinderrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] verlengd tot aan zijn meerderjarigheid. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] verlengd voor de duur van een jaar.
Het hof beslist dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige3] en [de minderjarige2] in stand moet blijven en dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] moet worden beëindigd. Het hof legt hierna uit waarom.
2. De feiten
De moeder heeft drie minderjarige kinderen:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2008 ( [de minderjarige1] ),
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2010 ( [de minderjarige2] ),
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2010 ( [de minderjarige3] ).
[belanghebbende] is de vader van [de minderjarige1] en is samen met de moeder belast met het gezag over [de minderjarige1] . [naam] is de vader van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] . De moeder is alleen belast met het gezag over [de minderjarige2] en [de minderjarige3] .
[de minderjarige1] woont bij de moeder in Nederland. [de minderjarige2] en [de minderjarige3] wonen sinds januari 2026 bij hun meerderjarige halfzus in Hongarije.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 januari 2025 [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] onder toezicht gesteld tot 23 januari 2026.
3. De procedure bij de kinderrechter
De kinderrechter heeft de verzoeken van de GI toegewezen en de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] verlengd tot aan zijn meerderjarigheid [in] 2026. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] verlengd voor een duur van een jaar, tot 23 januari 2027.
Die beslissing is mondeling uitgesproken op 13 januari 2026 en op schrift gesteld op 20 januari 2026.
4. De procedure bij het hof
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen.
De GI heeft het hof geïnformeerd over de actuele stand van zaken.
De informatie die het hof heeft ontvangen
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift;
een brief van de GI 22 mei 2026;
de brief van de raad waarin de raad zich afmeldt voor de zitting.
De kinderen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
De zitting bij het hof was op 9 juni 2026. Aanwezig waren:
de moeder met haar advocaat en een tolk;
een vertegenwoordiger van de GI.
5. Het oordeel van het hof
De rechtsmacht en toepasselijk recht
Deze zaak heeft internationale aspecten omdat de moeder en de kinderen de Hongaarse nationaliteit hebben. Het hof zal daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.
De voorliggende verzoeken gaan over ouderlijke verantwoordelijkheid. Gelet op artikel 7 lid 1 Brussel II-ter zijn ten aanzien van de ouderlijke verantwoordelijkheid de gerechten van de lidstaat bevoegd op het grondgebied waarvan het kind de gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Omdat de kinderen op het moment van indiening van het verzoekschrift in eerste aanleg, 20 november 2025, hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.
De rechtbank heeft op het verzoek Nederlands recht toegepast. Omdat tegen dit oordeel geen grief is gericht, zal ook het hof bij de beoordeling Nederlands recht tot uitgangspunt nemen.
Juridisch kader
De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen. Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling. De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling verlengen. Dat mag steeds voor maximaal een jaar.
Hoe oordeelt het hof?
Over [de minderjarige1]
Het hof is van oordeel dat er nog steeds sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van [de minderjarige1] .
[de minderjarige1] woont in Nederland met zijn moeder. De moeder heeft op de zitting verteld dat zij nog steeds contact heeft met de vader van [de minderjarige1] . [de minderjarige1] heeft al vaker kenbaar gemaakt dat hij geen contact wil met zijn vader, zolang zijn vader kampt met een alcoholverslaving. Hij wil dit niet omdat zijn vader zich agressief op kan stellen. Zo is [de minderjarige1] getuige geweest van huiselijk geweld. Het lukt de moeder echter niet om het contact met de vader van [de minderjarige1] te verbreken. De veiligheid van [de minderjarige1] kan daardoor niet gewaarborgd worden.
[de minderjarige1] werd genoodzaakt om op een jonge leeftijd veel verantwoordelijkheid te nemen. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn broertjes en moeder. Daardoor rust er veel op zijn schouders en houdt hij zich voornamelijk bezig met de behoeften van het gezin.
Het hof is van oordeel dat de kinderrechter terecht heeft overwogen dat [de minderjarige1] bijna meerderjarig is en daarop dient te worden voorbereid, waarvoor de inzet van de jeugdbeschermers op het moment van de bestreden beschikking noodzakelijk was. Op de zitting is echter ook gebleken dat de situatie inmiddels is veranderd, waardoor de ondertoezichtstelling niet langer nodig is voor [de minderjarige1] . [de minderjarige1] is zelfstandig en heeft zijn zaken op orde. Momenteel is [de minderjarige1] bezig met het afronden van zijn opleiding. Hij wil vanaf zijn achttiende zelfstandig wonen. Daarvoor volgt hij een zelfstandig woontraject. [de minderjarige1] accepteert hulp vanuit de GI en ook de moeder werkt hieraan mee. De GI heeft op de zitting verklaard dat alle hulp voor [de minderjarige1] loopt en dat er geen ondertoezichtstelling nodig is voor de komende periode. Naar het oordeel van het hof kan de nodige hulp voor [de minderjarige1] en voor de moeder verder in een vrijwillig kader plaatsvinden. Het hof acht een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling daarom niet nodig voor [de minderjarige1] .
Over [de minderjarige2] en [de minderjarige3]
Het hof is net als de kinderrechter van oordeel dat voldaan is aan de vereisten voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] . Er is nog steeds sprake van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] die niet in het vrijwillig kader kan worden weggenomen.
De kinderen hebben meerdere periodes van grote onveiligheid en instabiliteit gekend vanwege de vele verhuizingen naar verschillende landen en het huiselijk geweld dat de vader van [de minderjarige1] tegen de moeder pleegde. Hoewel de kinderen nu niet meer bij de moeder verblijven maar bij hun halfzus in Hongarije en de vader van [de minderjarige1] daardoor op afstand is, is dit naar het oordeel van het hof onvoldoende om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Op de zitting is namelijk gebleken dat onduidelijk is wat de moeder zal gaan doen. Eén van de opties is om de kinderen terug naar Nederland te halen, terwijl op de zitting ook is gebleken dat de vader van [de minderjarige1] nog niet uit beeld is. De moeder heeft op de zitting verteld dat zij nog steeds contact heeft met hem. Ook de kinderen hebben contact gehad met hem.
Ook in het geval dat de moeder voor de optie kiest om de kinderen in Hongarije te laten wonen, is er nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Momenteel wonen [de minderjarige2] en [de minderjarige3] bij hun 22-jarige halfzus en haar partner. De halfzus heeft op jonge leeftijd de verantwoordelijkheid gekregen over twee kwetsbare kinderen. De kinderen hebben immers veel meegemaakt. Ook hebben zij een cognitieve beperking. Zij hebben daarom behoefte aan extra zorg en ondersteuning. Voor het hof is niet duidelijk geworden of de halfzus deze zware verantwoordelijkheid aankan en of de benodigde hulpverlening voor beide jongens in Hongarije wordt ingeschakeld. De GI heeft de situatie van de kinderen in Hongarije ook niet in beeld.
De moeder heeft vanuit Nederland onvoldoende zicht op de kinderen en hun verzorging en opvoeding. De kinderen gaan in Hongarije niet naar school en hebben ook geen structurele dagbesteding. De moeder heeft op de zitting gezegd dat zij bezig is om de kinderen in te schrijven op een school in Hongarije. Dit is de moeder echter tot nu toe niet gelukt. Ook heeft de moeder op de zitting verteld dat zij contact heeft met de Hongaarse raad voor de kinderbescherming.. Zij heeft echter geen inzicht gegeven noch met stukken onderbouwd welke afspraken zij heeft gemaakt en wie nu tijdelijk bevoegd is om beslissingen over [de minderjarige3] en [de minderjarige2] te nemen in Hongarije. Het baart het hof zorgen dat de moeder vindt dat het goed gaat met de kinderen en de zorgen over de kinderen niet lijkt te zien. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
Het hof merkt ten slotte nog het volgende op. Er zijn grote zorgen over de kinderen, terwijl er in de afgelopen periode in het kader van de ondertoezichtstelling door het vertrek van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] naar Hongarije nagenoeg niets meer is gebeurd. Dat acht het hof onwenselijk. Het is, gelet op de ernstige ontwikkelingsbedreiging, aan de GI om alles in het werk te stellen die bedreiging weg te nemen, bijvoorbeeld door contact te leggen met de Hongaarse autoriteiten. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de GI zich daarvoor de komende periode zal inzetten.
Conclusie
Het hof is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank, voor zover deze betrekking heeft op de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] , en die van [de minderjarige1] tot aan deze beschikking van het hof, in stand zal blijven (worden bekrachtigd). Het hof is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank, voor zover het gaat om de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] , voor de periode na deze beschikking van het hof, ongedaan zal worden gemaakt (worden vernietigd).
6. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 13 januari 2026 ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige2] en [de minderjarige3] en ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] tot heden;
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 13 januari 2026 ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] met ingang van heden;
wijst het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] af voor zover dat zit op de periode vanaf heden.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L.R. Davila Talavera, H. Phaff en
D.J.M van de Voort, en is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.