GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.466
(zaaknummer rechtbank Gelderland 458212)
arrest in kort geding van 21 juli 2026
in de zaak van
[appellant] (de man)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. P.K. de Blieck-Willemsen
tegen
[geïntmeerde] (de vrouw)
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. D. Brouwer.
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
De man heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, (hierna: de voorzieningenrechter) van 8 december 2025 (hierna: het bestreden vonnis).
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep (met producties)
- een H4-formulier van mr. De Blieck-Willemsen strekkende tot intrekking van het beroep
- de memorie van grieven, tevens akte wijziging eis
- de memorie van antwoord (met producties)
- een H12-formulier met aanvullende producties van mr. De Blieck-Willemsen
- de mail van mr. De Blieck-Willemsen van 2 juni 2026
- de ongedateerde brief van mr. D. Brouwer
De vrouw heeft het hof laten weten dat zij alleen met intrekking akkoord gaat als de proceskosten worden vergoed.
2. De beoordeling in hoger beroep
Het hof begrijpt de intrekking zo, dat de man de gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Daarom zal het hof de man niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
Dat leidt er ook toe dat de man moet worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij in de procedure in hoger beroep. Het hof veroordeelt hem daarom in de proceskosten van de vrouw. Deze kosten bedragen € 362 aan griffierecht en € 1.290 aan salaris van haar advocaat (1 punt voor de memorie van antwoord, tarief II). Onder de kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.
De veroordeling in de proceskosten kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).
3. De beslissing
Het hof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in het hoger beroep,
veroordeelt de man tot betaling van de volgende proceskosten van de vrouw;
- € 362 aan griffierecht
- € 1.290 aan salaris van de advocaat
totaal € 1.652, maar ook tot betaling van de nakosten,
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, en
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.J.M. van de Voort, H. Phaff en L.R. Davila Talavera, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.