ECLI:NL:GHARL:2026:495

ECLI:NL:GHARL:2026:495

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer 200.359.302
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Wijziging kinderalimentatie in verband met uithuisplaatsing.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.359.302

(zaaknummer rechtbank Overijssel 332338)

beschikking van 29 januari 2026

in de zaak van

[vrouw] ,

wonende te [woonplaats1] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: voorheen mr. W. Geersen-Janssen,

en

[man] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. H. Versluis.

1. De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 18 juni 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2. De procedure in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het beroepschrift met producties, ingekomen op 17 september 2025;

het verweerschrift met producties;

een journaalbericht van mr. Geersen-Janssen van 24 november 2026 waarin zij zich als advocaat van de vrouw in deze zaak onttrekt.

De mondelinge behandeling heeft op 3 december 2025 te Zwolle plaatsgevonden. Aanwezig waren de man en zijn advocaat.

De vrouw is niet verschenen.

3. De feiten

Het huwelijk van partijen is [in] 2018 ontbonden door inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.

De man en de vrouw zijn de ouders van:

[minderjarige1] , geboren [in] 2012 te [geboorteplaats] , en

[minderjarige2] , geboren [in] 2014 te [geboorteplaats] .

De kinderen zijn onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel. De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 januari 2025 een spoedmachtiging verleend om beide kinderen uit huis te plaatsen voor de duur van twee weken. De uithuisplaatsing van de kinderen is daarna steeds verlengd. De beide kinderen verblijven sinds 1 februari 2025 in een instelling.

Mr. Versluis heeft met toestemming van het hof na de mondelinge behandeling een kopie van de echtscheidingsbeschikking tussen de vrouw en de man van 7 februari 2018 overgelegd. In deze beschikking heeft de rechtbank Overijssel de inhoud van het door partijen op 22 januari 2018 respectievelijk 30 januari 2018 ondertekende convenant, tevens houdende een door partijen op 22 januari 2018 ondertekend ouderschapsplan, opgenomen en aangehecht.

In het echtscheidingsconvenant en het ouderschapsplan zijn de man en de vrouw overeengekomen dat de man met ingang van 1 augustus 2017 aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (verder ook: kinderalimentatie) een bedrag van € 347,- per maand zal betalen, voor het eerst te indexeren per 1 januari 2018.

4. Het geschil

In de bestreden beschikking heeft de rechtbank de kinderalimentatie op verzoek van de man gewijzigd en de bijdrage voor de beide kinderen met ingang van 1 februari 2025 op nihil vastgesteld. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De vrouw is het niet eens met de nihilstelling van de kinderalimentatie en komt daarom in hoger beroep. De vrouw verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek van de man alsnog af te wijzen, althans een kinderalimentatie vast te stellen die het hof juist acht.

De man voert verweer en verzoekt het hof het verzoek van de vrouw af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5. De overwegingen voor de beslissing

De vrouw heeft in het beroepsschrift tegen de bestreden beschikking aangevoerd dat zij nog steeds kosten voldoet voor de kinderen, onder andere voor kleding, schoeisel, schoolspullen, zakgeld, medicijnen, ziekenhuiskosten, een fiets, een laptop, cadeautjes en extraatjes. Ook stelt de vrouw dat zij de lasten van haar woning moet doorbetalen, zodat de kinderen straks weer bij haar kunnen komen wonen. Zij is niet in staat om deze kosten alleen te dragen. De man is nog steeds onderhoudsplichtig voor de kinderen en moet aan deze kosten bijdragen. Voor zover het hof van oordeel is dat de onderhoudsbijdrage moet worden aangepast, kan het hof dat in goede justitie bepalen.

De man voert verweer. Hij betwist niet dat hij nog steeds onderhoudsplichtig is, maar wel dat de vrouw in de huidige situatie nog een bijdrage van hem nodig heeft. De vrouw moet inzichtelijk maken welke kosten zij sinds 1 februari 2025 nog voor de kinderen voldoet. Vermoedelijk zijn de gelden die de vrouw voor de kinderen ontvangt vanuit de overheid (zoals de kinderbijslag en het kindgebonden budget) hiervoor toereikend. Voor zover hem bekend is hoeft de vrouw geen bijdrage voor het verblijf van de kinderen in de instelling te voldoen. Ook heeft de vrouw geen stukken overgelegd van haar eigen inkomen.

De man legt bewijsstukken over van zijn eigen inkomen en lasten en ook van de uitgaven die hij de laatste maanden voor de kinderen heeft gedaan.

Omdat de gegevens van de uitgaven van de vrouw voor de kinderen en haar inkomen ontbreken kunnen er geen berekeningen worden gemaakt.

Het hof overweegt als volgt. Er is sprake van een wijziging van omstandigheden, omdat de kinderen sinds medio januari 2025 uit huis zijn geplaatst. Tijdens een uithuisplaatsing wordt de behoefte van een minderjarige begrensd door de kosten die de verzorgende ouder daadwerkelijk voor het kind maakt. Voor de vaststelling van de omvang van de behoefte van de minderjarige mag van de (oorspronkelijk) verzorgende ouder worden verlangd dat hij of zij alle kosten aannemelijk maakt die hij of zij voor de minderjarige dan nog moet voldoen.

De vrouw heeft in eerste aanleg geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de man. In haar beroepschrift doet de vrouw dat wel, maar zij heeft haar stellingen over de uitgaven die zij stelt te doen voor de kinderen niet nader met bewijsstukken onderbouwd. Zij heeft ook geen overzicht opgesteld waarin de concrete uitgaven voor de kinderen zijn opgenomen. Voor zover de vrouw op dit moment nog kosten voor de kinderen voldoet is de hoogte daarvan voor het hof onbekend. De vrouw heeft ook niet inzichtelijk gemaakt of zij nog vergoedingen voor de kinderen - zoals kinderbijslag – ontvangt en of de eventuele kosten die zij maakt niet vanuit die vergoedingen kunnen worden betaald. Het hof is daarom niet in staat om vast te stellen of er sinds 1 februari 2025 nog sprake is van enige behoefte bij de kinderen op grond waarvan de man een bijdrage voor de kinderen aan de vrouw zou moeten voldoen. Dit komt voor rekening en risico van de vrouw.

Het hof is daarom net als de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de man om de kinderalimentatie met ingang van 1 februari 2025 op nihil te stellen moet worden toegewezen. In eerste aanleg heeft de man weliswaar verzocht de beschikking van de rechtbank Overijssel van 14 september 2017 (een beschikking houdende een voorlopige voorziening) te wijzigen, maar de man bedoelde wijziging van de alimentatiebeslissing in de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Overijssel van 7 februari 2018. In het dictum van de bestreden beschikking heeft de rechtbank in overeenstemming met dit verzoek de beschikking van 14 september 2017 gewijzigd, waar dit de beschikking van 7 februari 2018 had moeten zijn. Het hof zal echter beslissen naar de daadwerkelijke bedoeling van de man en voor de duidelijkheid een nieuwe beslissing geven.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 18 juni 2025 en

wijzigt de bij de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 7 februari 2018 vastgestelde - en in het door partijen op 22 januari 2018 respectievelijk 30 januari 2018 ondertekende convenant, tevens houdende een door partijen op 22 januari 2018 ondertekend ouderschapsplan, overeengekomen - bijdrage van de man aan de vrouw in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen [minderjarige1] en [minderjarige2] en stelt deze bijdrage met ingang van 1 februari 2025 op nihil;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, L. van Dijk en K.H.P. Selcraig, bijgestaan door de griffier, en is op 29 januari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?