ECLI:NL:GHARL:2026:5091

ECLI:NL:GHARL:2026:5091

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 04-08-2026
Zaaknummer 200.369.980/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Ondertoezichtstelling. Ernstige ontwikkelingsbedreiging door onder meer (zeer) beperkte schoolgang van de minderjarigen over een lange periode. Aanvullende hulp is nu nodig om te kunnen werken aan de ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.369.980/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 347060)

beschikking van 4 augustus 2026

over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2]

in de zaak van

1. [verzoeker] (de vader)

2. [verzoekster] (de moeder)

samen: de ouders

die wonen in [woonplaats]

advocaat: mr. E. Schriemer te Zwolle

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

regio Overijssel, locatie Zwolle

en

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Overijssel (de GI)

die is gevestigd in Zwolle

1. Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft [de minderjarige1] onder toezicht gesteld tot [datum] 2026 en [de minderjarige2] tot 1 mei 2027 Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De ouders hebben drie kinderen: [de meerderjarige] , geboren [in] 2006, [de minderjarige1] , geboren [in] 2008 en [de minderjarige2] , geboren [in] 2009.

De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . [de minderjarige1] en [de minderjarige2] wonen bij hun ouders.

3. De procedure bij de kinderrechter

De raad heeft verzocht [de minderjarige1] onder toezicht te stellen voor de periode tot aan zijn meerderjarigheid en [de minderjarige2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar.

De kinderrechter heeft de verzoeken van de raad toegewezen en

[de minderjarige1] onder toezicht gesteld tot [datum] 2026 en [de minderjarige2] tot 1 mei 2027.

Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 1 mei 2026.

4. De procedure bij het hof

De ouders zijn het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komen daarvan in hoger beroep. Zij willen dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt en de verzoeken van de raad om de kinderen onder toezicht te stellen alsnog afwijst.

De raad wil dat de beslissing in stand blijft.

De GI wil ook dat de beslissing in stand blijft.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift, ontvangen op 8 juni 2026

de stukken van de ouders, ingediend op 22 juni 2026

het verweerschrift van de raad van 30 juni 2026

een brief van de GI van 2 juli 2026

de stukken van de ouders van 2 juli, 15 juli, 19 juli en 20 juli 2026.

Het stuk van de ouders dat is ingediend op 22 juli 2026 is buiten beschouwing gelaten. Alleen de passages die door de advocaat van de ouders zijn benoemd, beschouwt het hof als onderdeel van het dossier.

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben op 20 juli 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van de ondertoezichtstelling.

De zitting bij het hof was op 22 juli 2026. Aanwezig waren:

de ouders met hun advocaat

een vertegenwoordiger van de raad, via een digitale beeldverbinding

een vertegenwoordiger van de GI.

Ter zitting heeft de advocaat van de ouders mede het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota, die hij heeft overgelegd.

5. Het oordeel van het hof

De wet

De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging weer helemaal zelf op zich kunnen nemen binnen een aanvaardbare termijn. Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.

De beslissing

De kinderrechter heeft de kinderen terecht onder toezicht gesteld. De beslissing van de kinderrechter zal in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof legt hierna uit waarom.

[de minderjarige2] is nu 16 en is in groep 7 voor het laatst voor een langere periode naar school geweest. Dit heeft negatieve effecten gehad, niet alleen op haar cognitieve ontwikkeling maar ook op haar sociaal-emotionele ontwikkeling. Het feit dat [de minderjarige2] al zeven jaar niet naar school gaat, is een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [de minderjarige2] wil zelf heel graag weer naar school en daar vrienden maken. De afgelopen jaren is het in het vrijwillige kader, ondanks de inspanningen van de ouders, niet gelukt om een geschikte school voor [de minderjarige2] te vinden. Wat hiervan de precieze oorzaak is, acht het hof van ondergeschikt belang. Er moet nu vooruit gekeken worden en optimaal gebruik worden gemaakt van alle mogelijke en beschikbare hulp en middelen om weer een plek op een school voor [de minderjarige2] te vinden. De regie van de GI is hierbij essentieel. De GI heeft gemeente-overstijgende expertise en de GI kan andere instanties inschakelen, zoals een onderwijsconsulent. Zo kan de GI met de ouders samenwerken om tot de best mogelijke situatie voor [de minderjarige2] te komen. De GI zal ook kunnen zorgen voor aanvullende hulpverlening die van belang is voor de ontwikkeling van [de minderjarige2] . Er wordt gewerkt aan nieuwe diagnostiek, zodat er een beter beeld ontstaat van wat [de minderjarige2] nodig heeft. De GI noemt hierbij in ieder geval een vaste begeleider of coach om taken over te nemen die de moeder nu vervult. Dit zal de moeder kunnen ontlasten en meer evenwicht brengen in de relatie tussen de moeder en [de minderjarige2] .

[de minderjarige1] is nu al een jaar niet naar school geweest en daarvoor was zijn schoolgang moeizaam met meerdere schoolwisselingen en veel schoolverzuim. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. In augustus 2026 start [de minderjarige1] met zijn nieuwe opleiding. Hij heeft een coach met wie hij vier keer per week contact heeft. Verder heeft hij een beperkt sociaal netwerk, Zelf zou hij dit graag anders zien, bijvoorbeeld door aansluiting te vinden bij klasgenoten. Hoewel de ondertoezichtstelling voor [de minderjarige1] voor een relatief beperkte tijd geldt, acht het hof de ondertoezichtstelling in zijn belang. Door de ondertoezichtstelling kan de GI de hernieuwde schoolgang van [de minderjarige1] begeleiden en met de ouders en [de minderjarige1] toewerken naar de overstap van het huidige (jeugd)zorgsysteem naar de WMO.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 1 mei 2026;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, mr. J.G. Knot en mr. K.H.P. Selcraig, bijgestaan door mr. M.C. Eisses als griffier, en is op 4 augustus 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.C. Eisses

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand