ECLI:NL:GHARL:2026:514

ECLI:NL:GHARL:2026:514

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer Wahv 200.355.765/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Voertuig met handelsreclame parkeren met als kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Het hof oordeelt dat de betrokkene zijn voertuig niet ter plaatse had geparkeerd met het doel om handelsreclame te maken. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 april 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De gemachtigde van de betrokkene is mr. L.P. Kabel, advocaat te Eindhoven.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De griffier van het hof heeft de gemachtigde van de betrokkene bij brief van 14 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren op een arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025.

Bij schrijven van 10 november 2025 heeft de gemachtigde van de betrokkene gebruik gemaakt van de gelegenheid te reageren op de brief van de griffier van het hof.

De advocaat-generaal heeft daar niet op gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 210,- voor: “zonder ontheffing op een weg een voertuig met handelsreclame parkeren met als doel handelsreclame te maken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 januari 2023 om 01:04 uur op de Burgemeester Jamessingel in Gouda met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich -kort samengevat- op het standpunt dat een taxi, gelet op artikel 41a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), verplichte transparanten die informatie bieden over de bestemming of het gebruik van het voertuig mag voeren. Op het transparant werd reclame gemaakt voor het taxibedrijf. Verder bepaalt 5:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van de gemeente Gouda dat het verboden is om een voertuig, dat is voorzien van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken. In dit geval was het doel van het parkeren niet het maken van handelsreclame, maar het ophalen van klanten. Het voertuig stond op een taxistandplaats bij het station.

3. Uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht van het CJIB blijkt dat de sanctie is opgelegd ter zake van een overtreding van de "PL.V" (het hof begrijpt: plaatselijke verordening), en uit de door hem gehanteerde feitcode R496, blijkt dat de ambtenaar de sanctie heeft opgelegd op basis van de APV Gouda 2020.

4. Artikel 5:4 luidt:

“Het is verboden een voertuig, dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.”

5. In artikel 1:1 van de APV is bepaald:

“In deze verordening wordt verstaan onder: handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.”

6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Wij, verbalisanten, zagen dat betrokkene voertuig voor het NS station, gelegen aan de James Singel te Gouda geparkeerd stond. Wij zagen dat het betrokken voertuig op het dak een verlicht transparant had staan. Dit transparant veranderde telkens na onbepaalde tijd van afbeelding/reclame tekst van het taxi bedrijf.”

8. In het dossier bevinden zich twee foto’s van het voertuig. Op het dak van het voertuig staat een verlicht transparant.

9. De betrokkene erkent dat hij zijn voertuig met aanhangwagen op de onder 1. genoemde tijd, datum en plaats heeft geparkeerd. Het hof stelt vast dat de schermen, die bovenop het voertuig staan, kunnen worden aangemerkt als handelsreclame in de zin van artikel 1:1 van de APV. In geding is de vraag of de betrokkene het voertuig aldaar heeft geparkeerd met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken.

10. Niet ieder parkeren van een voertuig dat is voorzien van handelsreclame is in strijd met artikel 5:4 van de APV. Van belang voor de beoordeling van een dergelijke gedraging zijn onder andere: de duur en frequentie van het parkeren en de plaats waar dit geschiedt (vlg. onder meer het arrest van dit hof van 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1904). Uit het dossier volgt dat het voertuig, een taxi, op een taxistandplaats geparkeerd stond bij het NS station en dat de betrokkene ter plaatse ook is staandegehouden. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de betrokkene zijn voertuig niet met het doel om handelsreclame te maken ter plaatse heeft geparkeerd.

11. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, te weten met gegrondverklaring van het beroep daartegen de beslissing van de officier van justitie vernietigen, het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond verklaren en die inleidende beschikking vernietigen. Nu de sanctie wordt vernietigd, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking.

12. De gemachtigde voert daarover aan dat artikel 13a, tweede lid, van de Wahv buiten toepassing moet blijven omdat geen sprake is van het verlenen van rechtsbijstand op basis van no cure no pay. Aan de betrokkene wordt rechtsbijstand verleend op basis van een uurtarief. Daarnaast zijn er in het onderhavige geval geen afspraken gemaakt dat het bedrag van de eventuele proceskostenvergoeding aan de gemachtigde of het kantoor van de gemachtigde wordt afgedragen. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de onderhavige procedure niet op een zodanige wijze is gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoeding de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen.

13. Het hof stelt vast dat aan het indienen van het administratief beroepschrift (1 punt), het telefonisch horen door de officier van justitie (volgens vaste rechtspraak van het hof een half punt), het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter (1 punt), het verschijnen ter zitting van de kantonrechter (1 punt), het indienen van het hoger beroepschrift (1 punt) en de nadere toelichting (een half punt) in totaal vijf punten dienen te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Naar het oordeel van het hof is gebleken van een bijzonder geval zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985). Dat brengt mee dat dat de vermenigvuldigingsfactor als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv in het onderhavige geval niet van toepassing is. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 2.134,- (= (1,5 x € 666,- x 0,5) + (3,5 x € 934,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;

vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 2.134,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Pranger

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?