GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.363.861
zaaknummer rechtbank Gelderland 452565
beschikking van 6 augustus 2026
in de zaak van
[verzoeker] (de vader)
die woont op een bij het hof bekend adres
advocaat: mr. B. Anik
en
[verweerster] (de moeder)die woont op een bij het hof bekend adresadvocaat: mr. M. Roerdink
en
de raad voor de kinderbescherming (de raad)
als adviseur van het gerechtshof
1. Samenvatting
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft op 28 oktober 2025 het gezag van de vader over de kinderen beëindigd en bepaald dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn de ouders van:
[de minderjarige1] , geboren [in] 2009;
[de minderjarige2] , geboren [in] 2009;
[de minderjarige3] , geboren [in] 2010.
De ouders hadden tot de beslissing van de rechtbank van 28 oktober 2025 samen het gezag over de kinderen.
De ouders zijn gehuwd geweest. Zij zijn in 2015 van elkaar gescheiden. De ouders hebben in hun ouderschapsplan van 13 juni 2015 afgesproken dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. Verder zijn de ouders een zorgregeling overeengekomen.
De kinderen hebben van 25 september 2018 tot 24 september 2020 onder toezicht gestaan van Jeugdbescherming Gelderland.
De rechtbank heeft op 24 juni 2024 de zorgregeling gewijzigd en bepaald dat het contact tussen de vader en de kinderen in overleg tussen de ouders en de kinderen wordt vormgegeven zonder een vaste zorgregeling. De kinderen hebben al jarenlang, namelijk sinds 2021, geen contact met de vader.
3. De procedure bij de rechtbank
De moeder heeft de rechtbank verzocht om het gezag van de vader te beëindigen en te bepalen dat zij alleen het gezag over de kinderen heeft.
De vader was het niet eens met het verzoek van de moeder en heeft de rechtbank verzocht om het verzoek af te wijzen en haar in de proceskosten te veroordelen.
De rechtbank heeft op 28 oktober 2025 het gezamenlijk gezag beëindigd en bepaald dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft. Verder heeft de rechtbank bepaald dat beide ouders de eigen proceskosten moeten betalen.
De rechtbank heeft bepaald dat de beslissing mag worden uitgevoerd, ook al is er hoger beroep ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad verklaard).
4. De procedure bij het hof
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. De vader wil dat het hof die beslissing ongedaan maakt en de verzoeken van de moeder alsnog afwijst, zodat het gezamenlijk gezag van de ouders in stand blijft.
De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof die beslissing in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift, ontvangen op 19 januari 2026;
het verweerschrift.
[de minderjarige1] heeft op 8 juni 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van de beëindiging van het gezag van de vader. [de minderjarige2] en [de minderjarige3] hebben in een brief geschreven wat zij vinden van de gezagsbeëindiging.
De zitting bij het hof was op 11 juni 2026. Aanwezig waren:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad).
5. Het oordeel van het hof
Wat in de wet staat
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen als de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt als:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het standpunt van de vader
De vader voert aan dat geen sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken. De vader verleent telkens tijdig toestemming voor schoolactiviteiten en vakanties en belemmert geen noodzakelijke beslissingen. De vader handelt in het belang van de kinderen. Hij veroorzaakt geen onnodige druk of spanning en benadert de kinderen niet tegen hun wens in. De vader heeft het gevoel dat hij steeds verder van de kinderen af komt te staan. Door het gezag over de kinderen te hebben, kan hij nog iets voor hen betekenen.
Het standpunt van de moeder
De moeder voert aan dat de vader niet bereikbaar is als gezagsbeslissingen moeten worden genomen. Hij verleent niet direct toestemming voor schoolactiviteiten, vakanties en andere beslissingen. De vader reageert vaak niet en is een aantal weken volledig onbereikbaar voor de moeder geweest. De rechtbank heeft in de beschikking van 24 juni 2024 de vader aangespoord om sneller te reageren en initiatief te tonen richting de kinderen. De vader heeft nooit initiatief genomen om samen met de moeder om tafel te gaan of in contact te komen met de kinderen. De moeder informeert de vader over de ontwikkelingen van de kinderen, maar hij reageert hier niet op. De vader vraagt nooit iets over de kinderen aan de moeder. Nergens blijkt uit dat de vader feitelijke invulling wil geven aan het ouderlijk gezag.
Het advies van de raad
De raad adviseert om het gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft. De kinderen ervaren rust, nu de vader het gezag niet meer heeft. Het is daarom in het belang van de kinderen dat de moeder alleen het gezag heeft.
Het oordeel van het hof
Wijziging van omstandigheden
Het hof is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat de spanningen tussen de ouders en bij de kinderen toenemen sinds de moeder voor verschillende beslissingen toestemming aan de vader heeft gevraagd. Het hof zal daarom de verzoeken van de vader inhoudelijk beoordelen.
Het gezag
Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag over de kinderen heeft. Het hof zal daarom de beschikking van de rechtbank bekrachtigen.
De vader heeft sinds eind 2021 geen contact meer met de kinderen. Sindsdien geeft de vader geen invulling aan zijn gezag. Het hebben van gezag houdt meer in dan alleen toestemming geven voor beslissingen over de kinderen. Het betekent ook dat een ouder verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van een kind. Daarin oefent de vader zijn gezag niet uit. Hij is niet betrokken bij de kinderen en weet niet wat er in hun leven speelt, waardoor de vader niet in staat is om samen met de moeder de kinderen op te voeden en te overzien welke beslissingen in het belang van de kinderen zijn. Hoewel de moeder de vader informeert over de kinderen en die informatievoorziening goed verloopt, is de communicatie tussen de ouders over de te nemen beslissingen gebrekkig. De rechtbank heeft in de beschikking van 24 juni 2024 overwogen dat het belangrijk is dat de vader sneller reageert op berichten van de moeder en zelf initiatief toont. De vader heeft hier geen verbetering in laten zien. Hij is niet altijd bereikbaar en laat op zich wachten met het geven van toestemming, zoals bij de toestemmingsformulieren voor buitenlandse reizen. Uiteindelijk geeft de vader wel toestemming. De kinderen ervaren echter stress en spanningen bij de onduidelijkheid die ontstaat als beslissingen niet snel worden genomen, doordat de vader wacht met het geven van toestemming. Hier hebben de kinderen last van. De kinderen zijn stellig in hun wens om geen contact met de vader te hebben. Dit hebben zij ook bij het hof duidelijk gemaakt in het gesprek en de brieven, waarin de kinderen hun mening hebben gegeven. De kinderen hebben een leeftijd waarop zij hun wensen goed duidelijk kunnen maken en hun belangen goed naar voren kunnen brengen. Zij hebben behoefte aan rust en duidelijkheid. Het hof hecht hier waarde aan. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het in belang van de kinderen noodzakelijk dat de moeder alleen het gezag heeft.
Het hof benadrukt dat de moeder de plicht heeft om de vader over de kinderen te informeren, ook nu zij alleen het gezag heeft. Tijdens de zitting heeft de vader bevestigd dat hij door de moeder wordt geïnformeerd en hoort hoe het met de kinderen gaat. Het is belangrijk dat de moeder hiermee doorgaat. Op de zitting heeft zij verteld dat zij de vader blijft informeren. Op die manier blijft de vader betrokken bij het leven van de kinderen.
Het hof zal in een brief aan de kinderen de beslissing vertellen.
6. De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 28 oktober 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, P.B. Kamminga en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.