GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.367.241
zaaknummer rechtbank Gelderland 11905359 MP VERZ 25-1981
beschikking van 6 augustus 2026
over de persoon van de mentor
in de zaak van
[de dochter]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. D. Kotterman
en
Stichting Innoforte (Innoforte)die is gevestigd in Velpadvocaat: mr. M.J. Roetert Steenbruggen – Hulshof
en
[de belanghebbende] die woont in [woonplaats]
en
[de zoon] die woont in [woonplaats]
en
[de mentor] , h.o.d.n. RechtOp B.V. (de mentor)die is gevestigd in [woonplaats]
en
[kleindochter]
die woont in [woonplaats]
beoogd mentor
als informant
1. Samenvatting
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft RechtOp B.V. tot mentor benoemd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2. De feiten
[de belanghebbende] is geboren op 19 oktober 1946. De dochter en de zoon zijn de kinderen van [de belanghebbende] . [kleindochter] is de dochter van de zoon en de kleindochter van [de belanghebbende] .
[de belanghebbende] verblijft in het verpleeghuis Vreedenhoff van Innoforte. Innoforte is een instelling die zorg verleent aan ouderen in de regio Arnhem/Velp.
3. De procedure bij de kantonrechter
Innoforte heeft de kantonrechter verzocht een mentorschap in te stellen voor [de belanghebbende] en RechtOp B.V. tot mentor te benoemen.
De kantonrechter heeft de verzoeken van Innoforte toegewezen en een mentorschap ingesteld voor [de belanghebbende] . Daarnaast heeft de kantonrechter overeenkomstig het verzoek RechtOp B.V. tot mentor benoemd.
Die beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van 9 januari 2026.
4. De procedure bij het hof
De dochter is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter voor zover het de benoemde mentor betreft. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof die beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt en [kleindochter] als mentor benoemt.
Innoforte is het wel eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter in stand laat. Daarnaast vraagt Innoforte het hof de dochter te veroordelen in de kosten van deze procedure of te bepalen dat iedere partij de eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten).
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
het beroepschrift, ontvangen op 8 april 2026
het verweerschrift van Innoforte
De zitting bij het hof was op 21 juli 2026. Aanwezig waren:
de dochter met mr. R.S.F. ten Kortenaar (als waarnemer van mr. D. Kotterman)
twee vertegenwoordigers van Innoforte met haar advocaat
de mentor
[kleindochter]
5. Het oordeel van het hof
De persoon van de mentor
Wat staat in de wet?
Op grond van 1:452 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Ingevolge het vierde lid van voornoemd artikel wordt, tenzij lid 3 is toegepast, indien de betrokkene is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot mentor benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot mentor benoemd.
Hoe oordeelt het hof?
Van een uitdrukkelijke voorkeur van [de belanghebbende] is in hoger beroep geen sprake. Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat het in het belang van [de belanghebbende] is dat een professionele mentor wordt benoemd. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof kan zich vinden in de door de kantonrechter gegeven motivering. Het hof neemt die motivering na eigen onderzoek over en voegt daar het volgende aan toe.
Het hof vindt het gelet op de complexe familieverhoudingen en de verstoorde verstandhouding tussen de dochter en de zoon aan de ene kant en Innoforte aan de andere kant, net als de kantonrechter, in het belang van [de belanghebbende] dat er een onafhankelijke persoon is die enkel naar het belang van [de belanghebbende] kijkt en daar naar handelt. Hoewel het hof niet twijfelt aan de goede bedoelingen van [kleindochter] , is het voor het hof onvoldoende duidelijk dat [kleindochter] (voldoende) in staat zal zijn om in onafhankelijkheid beslissingen over [de belanghebbende] te nemen. In dat kader vindt het hof van belang dat tijdens de zitting is gebleken dat [kleindochter] sinds de instelling van het professionele mentorschap door de dochter en de zoon naar voren is geschoven als vertegenwoordiger van de familie in het contact met de mentor en zij in dat kader op aandringen van de dochter en de zoon veelvuldig contact met de mentor heeft opgenomen. Daar komt bij dat uit de stukken blijkt dat er in het verleden meermaals sprake is geweest van strubbelingen en onenigheid in de familie en dat dit op momenten tot onrust bij [de belanghebbende] heeft geleid. Gelet daarop bestaat er naar het oordeel van het hof een reëel risico dat [kleindochter] als zij tot mentor zou worden benoemd tussen verschillende familieleden klem zal komen te zitten, dat dit tot spanningen binnen de familie zal leiden en dat [de belanghebbende] daar last van zal hebben. Dat is niet in het belang van [de belanghebbende] .
De proceskosten
Het hof is vanwege de aard van de zaak van oordeel dat iedere partij de eigen proceskosten moet dragen (compensatie van proceskosten).
6. De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 9 januari 2026, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
compenseert de proceskosten;
wijst af wat verder is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, K.A.M. van Os-ten Have en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.