ECLI:NL:GHARL:2026:5149

ECLI:NL:GHARL:2026:5149

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 06-08-2026
Zaaknummer 200.366.550
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Gezag

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.366.550

zaaknummer rechtbank Overijssel 288780

beschikking van 6 augustus 2026

over het gezag van [de minderjarige1] ( [de minderjarige1] ) en [de minderjarige2] ( [de minderjarige2] )

in de zaak van

[verzoeker] (de vader)

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. H. Gümüs

en

[verweerster] (de moeder)die woont in [woonplaats]advocaat: mr. M.F. Kiers

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

als adviseur van het gerechtshof

1. Samenvatting

De rechtbank heeft het gezag van de vader beëindigd en bepaald dat alleen de moeder het gezag heeft over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is [in] 2020 ontbonden door echtscheiding.

De vader en de moeder zijn de ouders van:

[de minderjarige1] , geboren [in] 2015

[de minderjarige2] , geboren [in] 2018

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] wonen bij de moeder.

In de echtscheidingsbeschikking is er geen voorziening getroffen voor het gezag over de kinderen. Op grond van de wet behielden ouders daarom het gezamenlijk gezag.

3. De procedure bij de rechtbank

De moeder heeft de rechtbank (op 24 november 2022) verzocht het gezamenlijk gezag van de ouders te wijzigen en te bepalen dat zij alleen nog het gezag over de kinderen uitoefent.

De rechtbank heeft op 6 januari 2023 een tussenbeslissing genomen en de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) verzocht een onderzoek in te stellen en haar te rapporteren en te adviseren over de zorgregeling en de gezagsvoorziening die het meest in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] is.

In een beschikking van 3 juli 2023 heeft de kinderrechter een ondertoezichtstelling uitgesproken over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] voor een half jaar, te weten tot 6 januari 2024. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en loopt nu tot 6 juli 2027.

In de beschikking van 19 juli 2023 heeft de rechtbank iedere beslissing over het gezag (en de zorgregeling) in overeenstemming met het advies van de raad voor de kinderbescherming aangehouden voor negen maanden in afwachting over de voortgang van de hulpverleningsprocedures.

In de beschikking van 17 december 2024 heeft de kinderrechter de beslissing over het gezag nogmaals aangehouden voor de duur van tien maanden in afwachting van de hulpverlening. Het verzoek over de zorgregeling is afgewezen omdat de kinderrechter die dag in een andere procedure (zaaknummer 299012) een zorgregeling heeft bepaald waarbij de vader een keer in de twee weken anderhalf uur begeleid contact heeft met [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en dat contact onder regie van de GI zal worden uitgebreid.

In de beschikking van 18 december 2025 (de bestreden beschikking) heeft de rechtbank het gezag van de vader beëindigd en bepaald dat de moeder alleen het gezag heeft over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

In een beschikking van diezelfde datum heeft de kinderrechter bepaald dat de kinderen een keer per twee weken drie uur begeleid contact hebben met de vader en dat de opbouw van het contact onder regie van de GI zal plaatsvinden.

4. De procedure bij het hof

De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank van 18 december 2025 over het gezag. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en dat het gezamenlijk gezag wordt hersteld, eventueel onder voorwaarden dan wel dat aan de moeder een informatieplicht wordt opgelegd.

De moeder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift ontvangen op 17 maart 2026

het verweerschrift

de stukken van vader ingediend op 1 juni 2026

de stukken van de moeder ingediend op 5 juni 2026

de brief van de raad van 12 mei 2026, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting

[de minderjarige1] heeft op 8 juni 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof.

De zitting bij het hof was op 11 juni 2026.

Aanwezig waren:

de vader met zijn advocaat en een tolk in de Perzische taal (Farsi)

de moeder met haar advocaat

twee vertegenwoordigers van de GI als informant

5. Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

In artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek staat dat de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Hoe oordeelt het hof?

De vader heeft geen grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die een nieuwe beoordeling van het gezag vragen. Het hof gaat daar dan ook vanuit.

De rechtbank heeft het gezag van de vader beëindigd en bepaald dat de moeder alleen het gezag heeft over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . De rechtbank heeft dat als volgt toegelicht. De kinderen raken klem tussen de ouders en er is geen verbetering te verwachten op korte termijn. Dit komt, kort gezegd, vooral door de langdurige ex-partnerproblematiek – waarmee de kinderen worden belast – de instabiele verstandhouding tussen de ouders en het ex-partnergeweld.

Verder heeft de vader meermalen zijn toestemming niet willen geven voor een vakantie, schoolreisje of het aanvragen van belangrijke documenten van de kinderen en heeft de vader een reële dreiging gecreëerd voor de moeder, [de minderjarige2] en haar familie (hof: het incident met de Bahá’i-vereniging). Kortom, de rechtbank ziet geen basis voor gezamenlijk gezag en zij oordeelt dat, gelet op de ernst van de situatie, niet te verwachten is dat de communicatie tussen de ouders op termijn zal verbeteren. Er is al veel hulpverlening ingezet maar dit heeft onvoldoende resultaat opgeleverd.

Het hof kan zich vinden in de door de rechtbank gegeven motivering. Het hof neemt die motivering na eigen onderzoek over. Het hof voegt hieraan het volgende toe. Sinds de bestreden beschikking is de situatie tussen de ouders eerder verslechterd dan verbeterd. Volgens de GI zijn de spanningen sindsdien opgelopen door het gedrag van de vader. De vader stond stelselmatig en tegen de afspraak in bij de school van de kinderen en bij hun sporten. De vader belast de kinderen hierdoor met extra spanningen en dat is niet in hun belang. Verder heeft de vader iemand uit het netwerk van de moeder bedreigd, wat ook gevolgen heeft voor de veiligheid van de moeder en de kinderen. Naar aanleiding van die bedreiging heeft er een stopgesprek plaatsgevonden tussen de vader en de politie.

Daarbij heeft de GI met de politie een SASH-formulier (screening assessment for stalking and harassment) ingevuld op basis waarvan het risico op stalking en intimidatie door de vader als hoog is ingeschat. Ondanks dat de vader vraagtekens zet bij de werkwijze en de inhoud van het formulier, neemt het hof dit mee in zijn oordeel. Vast staat namelijk dat de politie de hoge score serieus neemt en hierop actie onderneemt. Naar aanleiding hiervan zijn ook al veiligheidsafspraken gemaakt, op basis waarvan de moeder de vader heeft geblokkeerd op haar telefoon en ieder contact met de vader vermijdt. Dit blijkt ook uit de brief die de GI op 24 maart 2026 aan de vader heeft verzonden.

Bij de rechtbank waren er nog twijfels over het vermogen van de vader over het kunnen en/of willen begrijpen en inzien van eigen handelen. Het hof heeft daarover inmiddels duidelijkheid, zoals blijkt uit het rapport psychologisch onderzoek van de vader van PsyM van 20 mei 2025. Uit dit rapport blijkt dat de vader geen cognitieve beperking heeft, wat betekent dat hij dus in staat is te begrijpen wat er gebeurt en wat er van hem wordt verwacht. Het beperkte inzicht in eigen handelen van de vader en de boosheid waarmee hij naar de moeder en de situatie kijkt, zijn dus niet toe te schrijven aan een gebrek aan cognitieve vermogens. Dit maakt dat het hof zich afvraagt of de vader moedwillig een intimiderende houding tegenover de moeder en haar netwerk aanneemt. De vader is onvoorspelbaar in zijn houding en gedrag en moeilijk te vertrouwen voor de moeder en de kinderen, wat spanning en onveiligheid voor hen met zich brengt.

Het hof is het met de moeder eens dat de vader jarenlang de tijd heeft gehad om passende hulpverlening te vinden. Naar het oordeel van het hof kan onder deze omstandigheden nu niet meer van de moeder worden verwacht dat zij nog met de vader het gezag uitoefent en dat er – na een periode van zes jaar sinds de echtscheiding – nog wordt gewerkt aan verbetering van de communicatie. De stelling van de vader dat deze situatie niet aan hem te verwijten valt, maakt dit niet anders. Het hof heeft de vader op de mondelinge behandeling nog gevraagd uit te leggen hoe hij de manier waarop hij de moeder benadert en met haar communiceert zou kunnen verbeteren, maar hij wist daarop geen antwoord te geven.

Het hof ziet geen mogelijkheden tot verbetering op afzienbare termijn. Overigens ziet het hof, anders dan de vader, meer dan alleen communicatieproblemen tussen de ouders.

Het hof acht de door de vader benoemde opties om het gezamenlijke gezag te herstellen (op de langere termijn) niet haalbaar.

De vader voert nog aan dat hij zonder gezag mogelijk buiten spel zal worden gezet. Het hof volgt deze stelling niet, omdat de vader ook zonder gezag recht heeft op omgang, zoals hij ook de afgelopen periode contact had met de kinderen.

Verder heeft de moeder onbestreden gesteld dat de vader via derden – hulpverlening en school – voldoende wordt geïnformeerd over belangrijke aangelegenheden rondom de kinderen. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om een informatieverplichting op te leggen. Zoals hiervoor is uitgelegd kan de moeder bij de huidige stand van zaken ook geen rechtstreeks contact met de vader hebben en hem dus ook niet informeren.

De beslissing van de rechtbank zal in stand blijven (worden bekrachtigd). [de minderjarige1] zal een brief van het hof krijgen waarin de beslissing aan hem wordt verteld.

Proceskosten

Iedere partij moet de eigen kosten dragen (compensatie van proceskosten), omdat het hier gaat om een beslissing in de familiesfeer.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 18 december 2025;

compenseert de proceskosten;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, P.B. Kamminga en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand