ECLI:NL:GHARL:2026:5151

ECLI:NL:GHARL:2026:5151

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 06-08-2026
Zaaknummer 200.357.083
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

1:251a BW. Het hof oordeelt het in het belang van de minderjarigen noodzakelijk dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder alleen wordt belast met het gezag over de kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

zaaknummer gerechtshof 200.357.083

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 573924

beschikking van 6 augustus 2026

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder),

die woont in [woonplaats1] ,

advocaat: mr. M.P.L.M. Buijsrogge,

en

[verweerder] (de vader),

die woont in [woonplaats2] ,

advocaat: mr. K. van Bijsterveld,

en

de gecertificeerde instelling

Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (de GI),

die is gevestigd in Amersfoort,

informant in hoger beroep.

1. Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft op 9 april 2025 het verzoek van de moeder om haar alleen met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] te belasten afgewezen. Deze beschikking wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.

Het hof beslist dat de moeder alleen moet worden belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en legt deze beslissing hierna uit.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn de ouders van:

[de minderjarige1] , geboren [in] 2012 in [plaats1] ;

[de minderjarige2] , geboren [in] 2012 in [plaats1] ;

[de minderjarige3] , geboren [in] 2015 in [plaats2] .

Het hof noemt [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hierna ook de kinderen.

De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. De kinderen wonen bij de moeder.

[de minderjarige2] en de vader hebben sinds juli 2022 geen contact meer. Sinds oktober 2023 hebben de vader en [de minderjarige1] ook geen contact meer.

3. De procedure bij de rechtbank

De moeder heeft de rechtbank verzocht om:

te bepalen dat zij alleen het gezag over [de minderjarige2] en [de minderjarige1] heeft;

de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige2] en [de minderjarige1] te beëindigen;

de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige3] te wijzigen;

aan haar vervangende toestemming te verlenen voor het opzeggen van het lidmaatschap van [de minderjarige3] bij voetbalclub Wasmeer in [woonplaats2] en voor aanmelding van [de minderjarige3] bij een voetbalvereniging in [woonplaats1] .

De kinderrechter heeft op 20 maart 2025 [de minderjarige2] , [de minderjarige1] en [de minderjarige3] onder toezicht van de GI gesteld voor de duur van een jaar. De ondertoezichtstelling is daarna verlengd.

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking:

de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige3] gewijzigd;

een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de vader en [de minderjarige2] en [de minderjarige1] inhoudende dat er geen omgang zal zijn tussen de vader en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en er onder regie van de GI wordt gekeken naar mogelijkheden voor contactherstel;

de beslissing over de definitieve zorgregeling aangehouden in afwachting van het verloop van het contactherstel; en

de verzoeken van de moeder over het gezag en de vervangende toestemming afgewezen.

De kinderrechter heeft bepaald dat de beslissing over de zorgregeling mag worden uitgevoerd, ook al is hoger beroep ingesteld (dat heet: uitvoerbaar bij voorraad).

4. De procedure bij het hof

De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over het gezag over [de minderjarige2] en [de minderjarige1] . Zij komt daarvan in hoger beroep. De moeder heeft geen bezwaren tegen de overige beslissingen van de rechtbank. De moeder wil dat het hof de beslissing van de rechtbank over het gezag ongedaan maakt en alsnog bepaalt dat de moeder alleen wordt belast met het gezag over [de minderjarige2] en [de minderjarige1] .

De vader wil dat de beslissing van de rechtbank in stand blijft en dat het hof de moeder veroordeelt in de proceskosten.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift van de moeder, ontvangen op 8 juli 2025;

het verweerschrift;

een journaalbericht namens de moeder van 7 juli 2026 met producties.

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben op 13 juli 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van het verzoek in hoger beroep.

De zitting bij het hof was op 14 juli 2026. Aanwezig waren:

de moeder met haar advocaat;

de vader met zijn advocaat;

twee vertegenwoordigers van de GI;

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad).

5. Het oordeel van het hof

Wat in de wet staat

Op grond van artikel 1:251a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of op verzoek van de ouders of van een van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt als:

er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Het standpunt van de moeder

Volgens de moeder is een wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk. Er is al geruime tijd geen contact meer tussen de kinderen en de vader. De kinderen hebben daar veel weerstand tegen, en wijzen contact consequent af. De jongens zijn daarin duidelijk en volhardend. Zij voelen zich niet gehoord en lijden daaronder. De vader is niet meer betrokken in het leven van [de minderjarige2] en [de minderjarige1] en kan daarom ook niet beoordelen welke gezagsbeslissingen in hun belang zijn. Dat de vader nooit toestemming heeft geweigerd als hem om toestemming werd gevraagd maakt dit niet anders. De communicatie tussen de ouders is slecht en niet te verwachten is dat daarin op korte termijn verbetering zal komen. De ouders hebben twee keer mediation geprobeerd, maar zonder resultaat. Er is over en weer veel wantrouwen. Van ouderverstoting is geen sprake. De moeder heeft de kinderen bij herhaling voorgehouden dat hun hart groot genoeg is om van beide ouders te houden.

Het standpunt van de vader

Volgens de vader is het hoger beroep niet in lijn met de adviezen die de ouders hebben gekregen om hulpverlening te aanvaarden en te werken aan de doelen die in het kader van de ondertoezichtstelling zijn meegegeven. Anders dan de moeder meent is volgens hem wel degelijk sprake van ouderverstoting. Alle kenmerken daarvan zijn aanwezig maar de moeder weigert dit te onderkennen. De moeder laat zich al jaren negatief over hem uit, erkent de jongens niet langer te motiveren om naar hem toe te gaan en ondermijnt zijn gezagspositie. De moeder handelt hiermee in strijd met de belangen van [de minderjarige2] en [de minderjarige1] . Het is voor de ontwikkeling van de jongens zorgwekkend dat zij hun vader totaal afwijzen. Zij zitten in een enorm loyaliteitsconflict en hebben gekozen voor de moeder. Daar waar nodig kunnen de ouders communiceren, zoals over school, vakanties of het aanvragen van een ID/paspoort en de vader heeft altijd zijn toestemming verleend. Dat [de minderjarige3] wel omgang heeft met de vader en het verzoek tot eenhoofdig gezag niet [de minderjarige3] betreft maakt dit niet anders. Hij is dezelfde vader voor alle drie zijn zonen. Wanneer het gezag wordt beëindigd voelt het alsof hij niet heeft bestaan.

Het advies van de raad

Op 3 januari 2025 heeft de raad aan de rechtbank gerapporteerd en geadviseerd. In het rapport van de raad is, voor zover hier van belang, het volgende te lezen:

“Uit het onderzoek blijkt dat beide ouders ontevreden zijn over hun onderlinge communicatie en dat deze ook invloed heeft op de kinderen. Het ontbreken van adequate communicatie tussen ouders is op zich zelf staand echter geen onderbouwing voor het wijzigen van de gezagssituatie. De RvdK heeft daarnaast ook zorgen over het loyaliteitsconflict waar de kinderen zich in bevinden, maar ziet hiervoor en voor de communicatieproblemen tussen ouders mogelijkheden om hier verbetering in te krijgen middels gespecialiseerde hulpverlening.

Uit het onderzoek blijkt ook dat vader de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet ter discussie stelt. Er is geen belemmering van de dagelijkse opvoed- en verzorgingstaken tussen ouders. Uit het onderzoek komen geen incidenten naar voren waarbij vader of moeder geen toestemming heeft gegeven (bijv, inschrijven van school, medische behandelingen, etc.) en/of waar een rechterlijke beslissing over genomen moest worden. Verder verschillen ouders In visie over hoe zij de zorg over de kinderen verdeelden tijdens hun relatie. Moeder heeft bij de RvdK aangegeven dat zij vader niet meer informeert over het welzijn van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Hoewel vader bepaalde informatie als gezaghebbende ouder zelf tot zich kan nemen, is vader grotendeels afhankelijk van moeder (nu er al geruime tijd geen contact is tussen hem en [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ) om te horen en zien hoe het met [de minderjarige1] en [de minderjarige2] gaat. Beide ouders hebben zorgen over de thuissituatie bij de ander. Zo heeft vader zorgen over hoe er over hem gesproken wordt bij moeder thuis. Moeder heeft zorgen over de veiligheid van de kinderen bij vader. De RvdK is van mening dat vader realistische verwachtingen heeft ten aanzien van

eventueel contactherstel tussen [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en hem.

Alles overwegend, is de RvdK van mening dat er op dit moment onvoldoende aanleiding is om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De RvdK is van mening dat er nog van ouders verwacht kan worden dat zij met behulp van hulpverlening en een regievoerder tot een acceptabel niveau van communiceren kunnen komen.”

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de raad geen eenduidig advies kunnen geven over het gezag over de kinderen. De kinderen zitten volgens de raad in een heel lastige situatie. Zij ervaren ieder voor zich geen enkele ruimte om iets over de vader te horen of anderszins met zijn bestaan te worden geconfronteerd. Het lijkt er op dat de kinderen de vader volledig uit hun leven willen vlakken. De raad vindt het zorgelijk dat de kinderen deze gedachten hebben en dat zij zo veel van de strijd tussen de ouders mee krijgen. De kinderen hebben behoefte aan rust, maar het is volgens de raad niet realistisch om te denken dat de kinderen die rust vinden als de moeder alleen wordt belast met het gezag over hen. In die zin zal een gezagswijziging volgens de raad niets oplossen. Aan de andere kant heeft de raad ook het Jeugdhulpplan Eindevaluatie van [naam1] gelezen waarin de weerstand van de kinderen tegen hun vader is beschreven. Daarmee zijn er zowel argumenten om het gezamenlijk gezag in stand te laten als voor eenhoofdig gezag van de moeder. De raad heeft de moeder tot slot meegegeven dat het op haar weg ligt om de kinderen te stimuleren om hulpverlening te accepteren. De boosheid en het verdriet dat de kinderen nu ervaren, is schadelijk voor de ontwikkeling van de kinderen.

Hoe het hof oordeelt

Het hof overweegt dat het gezamenlijk gezag van de ouders slechts op twee gronden kan worden beëindigd. Uit de stukken blijkt en tijdens de mondelinge behandeling is bevestigd dat het gezamenlijk gezag van de ouders niet kan worden beëindigd, op grond van het feit dat de kinderen klem en verloren zitten tussen de ouders. Er is immers al langdurig geen contact tussen de vader en de kinderen en de vader heeft nooit zijn toestemming onthouden of op een andere manier zijn gezag misbruikt. De vader valt hierin ook geen verwijt te maken.

Dat betekent dat het hof dient te beoordelen of beëindiging van het gezamenlijk gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.

Het hof overweegt allereerst dat de weerstand van de kinderen tegen de vader diepgeworteld en in negatieve zin allesoverheersend is. De kinderen wijzen elk contact met de vader af en zij zien hem niet meer als hun vader. De kinderen willen niet dat de vader iets van hen weet, zij gebruiken de achternaam van de moeder en zij verwachten niet dat zij ooit nog betrokkenheid van de vader in hun leven willen. Deze extreme weerstand drukt zo zwaar op de kinderen dat het risico bestaat dat de kinderen in hun verdere ontwikkeling worden geschaad als het gezamenlijk gezag in stand blijft.

Dit beeld wordt bevestigd in de Jeugdhulpplannen Eindevaluatie van [naam1] van 1 juni 2026 over beide jongens. Zo is in de evaluatie van [de minderjarige2] onder meer te lezen:

"Reden van afsluiting:

Tijdens de intake op 1 juni 2026 wordt zichtbaar dat [de minderjarige2] aanzienlijke weerstand ervaart ten aanzien van hulpverlening. Deze weerstand lijkt mede voort te komen uit eerdere ervaringen met instanties, waarin hij zich onvoldoende erkend heeft gevoeld. [de minderjarige2] is ervan overtuigd dat hij door vader is mishandeld, wat vader ontkent, en het gevoel dat hij daarin niet erkend is of wordt, versterkt deze weerstand.

Daarnaast is er sprake van lopende juridische procedures met betrekking tot gezag, omgang en naamswijziging. Deze processen leggen op dit moment zodanig beslag op het dagelijks functioneren van [de minderjarige2] , dat er geen ruimte is om stil te staan bij de mogelijke meerwaarde van hulpverlening. In dit kader is het voorstelbaar dat bij [de minderjarige2] de overtuiging is ontstaan dat zijn welbevinden zal verbeteren wanneer moeder eenhoofdig gezag verkrijgt, er geen omgang met vader meer plaatsvindt en hij de achternaam van moeder draagt. Er is zorgvuldig overwogen wat het voor [de minderjarige2] kan betekenen om op dit moment een hulpverleningstraject te starten. Verwacht wordt dat in eerste instantie intensief geïnvesteerd zal moeten worden in het opbouwen van een samenwerkingsrelatie, hetgeen mogelijk gepaard gaat met verhoogde spanning en weerstand. Tegelijkertijd is de inschatting dat het traject [de minderjarige2] op dit moment niet zal kunnen bieden wat hij hoopt of verwacht, mede gezien de uitkomsten die hij nastreeft binnen de lopende procedures. Om die reden wordt het niet verantwoord geacht om van [de minderjarige2] te vragen een behandelrelatie aan te gaan die veel van hem vraagt, zonder dat hier voor hem voldoende perspectief tegenover staat. Tot slot bestaat het risico dat dit kan bijdragen aan het ontwikkelen van een negatief beeld van hulpverlening, hetgeen hem in de toekomst mogelijk belemmert in het zoeken van passende ondersteuning wanneer zijn hulpvraag en motivatie anders liggen.”

Het Jeugdhulpplan Eindevaluatie van [de minderjarige1] is vrijwel gelijkluidend.

Daarnaast heeft de GI tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat er, ondanks de duidelijke opdracht van de kinderrechter, ook uit gesprekken met de kinderen is gebleken dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn om te werken aan contactherstel of zelfs het verbeteren van het beeld dat de kinderen van de vader hebben. Het afdwingen van hulpverlening wordt op dit moment niet in het belang van de kinderen geacht, zo valt te lezen in de afsluitrapportage van de GI.

Het hof heeft grote twijfel hoe de enorme weerstand van de kinderen is ontwikkeld en welke rol de moeder hierin speelt. Het hof benadrukt in dit kader dat het gezag niet alleen rechten met zich meebrengt, maar ook verplichtingen om de vader in het leven van de kinderen te betrekken. De omstandigheid dat de moeder de kinderen heeft betrokken in onderwerpen die alleen volwassenen aangaan en daarmee in de strijd tussen de ouders, oordeelt het hof nadrukkelijk niet in het belang van de kinderen.

Dit neemt niet weg dat de vader al langdurig geen contact meer heeft met de kinderen. Daardoor ontbreekt het de vader aan een eigen beeld van de kinderen en van hun ontwikkeling, terwijl dit wel nodig is om goed te kunnen inschatten welke beslissingen in hun belang moeten worden geacht. Het hof ziet op basis van de huidige situatie ook geen perspectief dat de vader binnen afzienbare termijn alsnog invulling kan geven aan het gezamenlijk gezag.

Het voorgaande leidt, alles afwegende, tot de conclusie dat het hof nu niet anders kan dan de moeder alleen belasten met het gezag over de kinderen, omdat dit thans in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Alleen bij eenhoofdig gezag zullen de kinderen (enige) rust ervaren. Het hof benadrukt, overeenkomstig de visie van de raad, dat eenhoofdig gezag de problemen van de kinderen niet zal wegnemen. Zij zullen hier hulpverlening voor nodig hebben, maar daarvoor is op dit moment geen ruimte.

De wens van de vader om belast te blijven met het gezag over de kinderen is zeer invoelbaar, zeker nu de vader steeds verder wordt uitgevlakt uit het leven van de kinderen, maar het hof is van oordeel dat het risico dat onder de huidige geschetste omstandigheden

de kinderen niet aan hun ontwikkelingstaken toekomen bij gezamenlijk gezag te groot is.

Het hof benadrukt dat de vader ook zonder gezag recht heeft op informatie over de kinderen (artikel 1:377b BW). Het ligt op de weg van de moeder om de vader op regelmatige basis te informeren over de kinderen. De weerstand van de kinderen is hierin niet leidend.

Nu het hof het verzoek van de moeder om alleen te worden belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] toewijst, ziet het hof geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure, zoals de vader heeft verzocht.

6. De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen, voor zover deze beschikking ziet op het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , en beslissen als volgt.

7. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 9 april 2025, voor zover deze beschikking ziet op het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , en in zoverre opnieuw beschikkende:

belast de moeder met het gezag over [de minderjarige1] , geboren [in] 2012 in [plaats1] , en [de minderjarige2] , geboren [in] 2012 in [plaats1] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, R. Feunekes en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 6 augustus 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. van Esveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand