[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 juli 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn (waarnemend) raadsvrouw, mr. D. Karademir, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft bij vonnis van 28 februari 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte voor diefstal in vereniging door middel van braak veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken.
In het proces-verbaal van de zitting van de politierechter in de rechtbank Overijssel zijn de gebruikte bewijsmiddelen niet uitgewerkt. Hierdoor kan het hof het vonnis niet bevestigen. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in/op of omstreeks de periode van 7 november 2023 tot en met 8 november 2023 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een zitmaaier,
- een grastrimmer,
- een bladblazer,
- een zaagmachine en/of
- een of meerdere tuingereedschappen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam kerk] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor de ten laste gelegde diefstal in vereniging door middel van braak.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aan zien van de ten laste gelegde diefstal in vereniging door middel van braak. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de herkenning door [verbalisant 1] onvoldoende betrouwbaar is vanwege het ontbreken van een tweede, onafhankelijke herkenning, het tijdsverloop van minimaal 8 maanden sinds de laatste persoonlijke ontmoeting met verdachte en het risico van confirmation bias.
Oordeel van het hof
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen:
Het hof komt tot een bewezenverklaring en gebruikt daarvoor de hierna genoemde bewijsmiddelen:
1. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 10 november 2023, opgenomen op pagina 7 en volgende van het dossier van Politie Oost-Nederland met nummer PL0600-2023521395 van 31 juli 2024, inhoudende de verklaring van [naam 1] :
Plaats delict: [adres 2]
Pleegdatum/tijd: tussen dinsdag 7 november 2023 om 22:00 uur en woensdag 8 november 2023 om 09:30 uur.
Ik ben kosteres van de kerk [naam kerk] te [plaats 1] en heb vanmorgen (het hof begrijpt: op 8 november 2023) ontdekt dat er in de schuur van de kerk is ingebroken. De zitmaaier en alle apparatuur met stekker is uit de schuur gehaald.
Hieronder de lijst van door mij ingevoerde goederen die geen uniek identificerend nummer hebben. Eventuele goederen die wel een uniek identificerend nummer hebben staan genoemd in de bijlage goederen.
GRASTRIMMER
Merk: ECHO
Type: GT 222ES
Aantal: 1 stuks
Kleur: GROEN
Serienummer: [nummer 1]
ZITMAAIER
Merk: STIGA
Type: PARK 540 PX
Aantal: 1 stuks
Kleur: GEEL
Serienummer: [nummer 2]
Goednummer: 3091355
Categorie: DK19
Object: Zaagmachine
Merk/type: Makita Duc400z Lxt
Kleur: Groen
Serienummer: [nummer 3]
Goednummer: 3091356
Categorie: DK19
Object: Tuingereedschap
Merk/type: Makita Duh523z Lxt
Kleur: Groen
Serienummer: [nummer 4]
Goednummer: 3091357
Categorie: DK19
Object: Tuingereedschap
Merk/type: Echo Pb 580
Kleur: Groen
Serienummer: [nummer 5]
2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 november 2023, opgenomen op pagina 10 e.v. van voornoemd dossier, met fotobladen pagina 26 tot en met 28, inhoudende het relaas van [verbalisant 2] :
Op vrijdag 10 november 2023 ontving ik, verbalisant, van een medewerker van [naam kerk] , een usb-stick met daarop de beelden van de inbraak in de schuur die gelegen is bij de kerk. De beelden beginnen bij 8 november 2023 om 00:12 uur. Dit betreft het beeld van de oprit waar een witte bus komt aanrijden.
De bestuurder stapt uit, deze draagt een zwarte jas, grijze trainingsbroek met een wit vlak aan de bovenkant van de benen. De bestuurder heeft zwart haar. De tweede persoon heeft een blauwe jas aan en draagt een pet of een muts, donkere broek. De derde persoon heeft een soort trainingsjas aan met aan de bovenzijde een oranje gedeelte en de onderzijde van de jas is grijs. Hij heeft de capuchon van de jas over zijn hoofd. Verder draagt hij een zwarte broek. De drie mannen lopen allen in de richting van de schuur waar later de goederen worden gestolen.
00:14 uur. Op de beelden van de camera positie gericht op de fietsenhokken is te zien dat de drie mannen zonder twijfelen naar de schuur lopen. Op de beelden is te zien dat het licht boven de schuur brandt, de drie personen hebben nu hun gezicht bedekt. Duidelijk is te zien dat de deur van de schuur wordt geforceerd met de handen.
Om 00:15 uur wordt het licht boven de deur gesaboteerd.
Om 00:16 uur gaan de mannen via de achterzijde van de schuur weg, mogelijk hebben zij iets gehoord. Zij hebben dan de schuurdeur nog niet geopend. Enkele seconden later staan zij alle drie weer bij de deur en wordt de deze met grof geweld geforceerd. De drie mannen gaan vervolgens de schuur in.
Om 00:21 uur is te zien dat de mannen de zitmaaier uit de schuur halen en in de richting van de bestelbus drukken. De persoon met de oranje/grijze jas heeft een bladblazer en andere gereedschap onder zijn armen en loopt ook in de richting van de bestelbus. Op de beelden van de parkeerplaats is te zien dat om 00:21 uur de persoon met de oranje/grijze jas aan komt lopen met meerdere goederen. Ook de andere twee mannen komen met de zitmaaier in de richting van de bus. De bus wordt naar voren geduwd waardoor ruimte ontstaat om de zitmaaier naar de achterzijde van de bus te duwen. Hierna wordt de zitmaaier in de bus getild.
Om 00:23 uur komt de bestuurder weer in de richting van de schuur gerend en neemt nog een bosmaaier weg uit de schuur. De bestuurder laadt de bosmaaier in de bus en rijdt met gedoofde lichten weg, het is dan 00:24 uur.
3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 februari 2024, opgenomen op pagina 32 van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van [verbalisant 1] :
Collega [naam 2] gaf aan dat er tussen 7 en 8 november een zitmaaier was weggenomen in [plaats 1] in het proces-verbaal met nummer PL0600-2023521395 en vroeg mij om beelden, horende bij deze zaak, te bekijken. (…)
Ik zag dat om 13:05 (het hof begrijpt: 00:13:05) uur een witte bus aan komt rijden deze tot stilstand wordt gebracht. Ik zie drie personen uit deze bus komen. Ik zie dat zij allen in de richting van het pand rechts in beeld lopen.
Toen persoon 1 zichtbaar in beeld kwam met zijn gezicht herkende ik deze persoon direct als de mij ambtshalve [verdachte] , geboren op [geboortedag] -2000 en woonachtig in [plaats 2] . Ik herken [verdachte] aan zijn gezicht, gezichtsbeharing en postuur. Ik heb [verdachte] meerdere malen getroffen tijdens mijn werkzaamheden toen ik nog werkzaam was op het politiebureau in [plaats 2] vanaf 2016 tot en met 2022. Daarnaast heb ik vanuit mijn rol als senior tactische opsporing een onderzoek op [verdachte] gedraaid begin 2023 in verband met meerdere diefstallen van katalysatoren. Toen heb ik ook nog gesproken met [verdachte] terwijl hij was aangehouden en op het politiebureau zat. Derhalve weet ik goed hoe hij eruit ziet.
[verdachte] draagt een donkere jas, grijze broek met lichte vlakken op de zijkant van de broek.
Bewijsoverweging
In de nacht van 7 op 8 november 2023 is er ingebroken in de schuur van de kerk ‘ [naam kerk] ’ te [plaats 1] , waarbij door drie personen verscheidene goederen zijn weggenomen. Deze inbraak is vastgelegd op camerabeelden.
[verbalisant 1] heeft de camerabeelden bekeken en herkent verdachte direct als zijnde één van de betrokkenen. [verbalisant 1] heeft verdachte herkend aan zijn gezicht, gezichtsbeharing en postuur.
Het hof stelt vast dat de herkenning van [verbalisant 1] op grond van bewegende (camera)beelden heeft plaatsgevonden en dat deze camerabeelden duidelijk, helder en van goede kwaliteit zijn. Verder stelt het hof vast dat [verbalisant 1] verdachte meerdere malen heeft getroffen tijdens zijn werkzaamheden op het politiebureau in [plaats 2] in een lange periode van 2016 tot en met 2022. Ook heeft [verbalisant 1] in 2023 als senior tactische opsporing een onderzoek gedraaid op verdachte in verband met meerdere diefstallen, en heeft hij met verdachte gesproken op het politiebureau toen deze was aangehouden. Gelet op het voorgaande, te weten de voldoende specifieke en directe herkenning, alsmede de duidelijke en heldere bewegende beelden en de lange periode waarin de verbalisant op verschillende momenten contact met verdachte heeft gehad, heeft het hof geen reden om aan de betrouwbaarheid van deze herkenning te twijfelen. Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd is niet vereist dat sprake moet zijn van een tweede, onafhankelijke herkenning. Die stellingname vindt geen steun in het recht. Ook zijn er geen aanwijzingen dat de herkenning door [verbalisant 1] door voorinformatie is beïnvloed.
Het hof verwerpt daarom het verweer van de raadsvrouw en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging door middel van braak.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij in de periode van 7 november 2023 tot en met 8 november 2023 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen,
- een zitmaaier,
- een grastrimmer,
- een bladblazer,
- een zaagmachine en
- een tuingereedschap,
die aan [naam kerk] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich niet uitgelaten over een eventuele op te leggen straf.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig aan diefstal in vereniging door middel van braak. In de nacht van 7 op 8 november 2023 heeft verdachte samen met twee anderen de schuur van de kerk ‘ [naam kerk] ’ opengebroken en vervolgens uit de schuur verscheidene goederen weggenomen. Door zo te handelen heeft verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor het eigendomsrecht van een ander. Diefstal is een zeer ergerlijk feit, dat naast schade ook hinder en overlast veroorzaakt voor de slachtoffers.
Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het strafblad van verdachte van 18 juni 2026, waaruit blijkt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Verder heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die blijken uit het dossier en tijdens het onderzoek op de terechtzitting van het hof door zijn raadsvrouw naar voren zijn gebracht.
Alles afwegende is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, een passende en noodzakelijke bestraffing is.
Wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. Deuring, mr. M.B. de Wit en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 5 augustus 2026.