ECLI:NL:GHARL:2026:519

ECLI:NL:GHARL:2026:519

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer Wahv 200.359.655/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Zekerheid. De kantonrechter heeft het draagkrachtverweer ongegrond kunnen achten. Bij het geven van een nadere termijn om alsnog zekerheid te stellen heeft de kantonrechter echter een te hoog bedrag aan zekerheidstelling verlangd. De beslissing van de kantonrechter kan daarom niet in stand blijven.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 11 augustus 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

Op 7 januari 2026 is nog een e-mail van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld (binnen de daarvoor gestelde termijn) en er geen aanleiding bestaat om te oordelen dat dit verzuim niet aan de betrokkene zou mogen worden toegerekend.

2. De betrokkene voert aan dat, nadat hij erachter kwam dat hij zekerheid moest stellen, hij direct telefonisch contact heeft opgenomen met de rechtbank Den Haag en zijn situatie heeft uitgelegd. De betrokkene is niet in staat om zekerheid te stellen gelet op zijn financiële situatie. Degene met wie de betrokkene telefonisch heeft gesproken, heeft geadviseerd om toch een klein bedrag (€ 25,-) over te maken, zodat de rechter zich over de zaak van de betrokkene kon buigen. De betrokkene heeft € 25,- overgemaakt. Meer geld was er niet op dat moment. De betrokkene heeft met bewijstukken (bankafschriften) bewezen dat wat hij beweert de waarheid is. De betrokkene vraagt zich af of deze stukken wel in het dossier zijn opgenomen. De betrokkene voelt zich ongehoord. Elke keer legt hij zijn situatie duidelijk uit. De zaak zou allang geseponeerd moeten zijn.

3. Artikel 11 van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter bij sancties van € 225,- of meer zekerheid te stellen voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten.

4. Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen.

5. Wordt tijdig een draagkrachtverweer gevoerd, dan behoort de kantonrechter de betrokkene uit te nodigen voor een openbare zitting. Oordeelt de kantonrechter vervolgens dat de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig is, dan vermindert hij de zekerheidstelling tot een bedrag dat voor de betrokkene wel is op te brengen en geeft hij een nieuwe termijn voor betaling van dat bedrag of stelt hij het bedrag op nihil en behandelt het beroep zonder dat zekerheid is gesteld. Oordeelt de kantonrechter dat het draagkrachtverweer ongegrond is, dan geeft hij de betrokkene een nieuwe termijn voor betaling van het volledige bedrag.

6. De betrokkene heeft bij het indienen van het beroep bij de kantonrechter op 5 augustus 2023 aangegeven dat hij geen zekerheid kan stellen in verband met zijn financiële situatie en daarbij een bankafschrift overgelegd. Bij brief van 15 augustus 2024 is de betrokkene uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter van 20 september 2024. In deze uitnodiging is (onder meer) vermeld dat de betrokkene op de zitting kan toelichten waarom het stellen van zekerheid zijn financiële positie te boven gaan en dat het raadzaam is bewijsstukken mee te brengen waaruit zijn financiële positie blijkt. Op 20 september 2024 heeft de kantonrechter op de zitting, waar de betrokkene niet is verschenen, een tussenbeslissing genomen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de betrokkene onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet in staat is de zekerheid te betalen. Gelet op de overgelegde bankafschriften, waarop de inkomsten van de betrokkene te zien zijn, is er naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aanleiding om de door de betrokkene te stellen zekerheid te verlagen. De kantonrechter heeft de betrokkene vervolgens in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na verzending van de beslissing alsnog het gehele bedrag, te weten € 289,-, te voldoen. De betrokkene heeft bij brief, door de griffie van de rechtbank ontvangen op 18 november 2024, nogmaals aangegeven dat hij geen zekerheid kan stellen en er daarbij op gewezen dat hij meerdere malen heeft gebeld met een medewerker van de griffie en dat die persoon hem heeft verteld dat het wijs was om maar één bedrag over te maken en dat de betrokkene dit heeft gedaan. Op 31 augustus 2023 is een bedrag van € 25,- van de betrokkene ontvangen.

7. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het draagkrachtverweer nader te onderbouwen, maar heeft dit niet gedaan. De kantonrechter heeft het draagkrachtverweer ongegrond geacht en de betrokkene een nadere termijn gegeven om alsnog zekerheid te stellen. Niet kan worden geoordeeld dat de kantonrechter, gelet op de hem ter beschikking staande informatie, niet tot die beslissing heeft kunnen komen. Dat een medewerker van de griffie de betrokkene heeft geadviseerd € 25,- over te maken, zodat de kantonrechter zich over de zaak kon buigen, is niet aannemelijk geworden en zou bovendien nog niet meebrengen dat de betrokkene ervan mocht uitgaan dat zijn beroep inhoudelijk zou worden behandeld. Het is namelijk niet aan de griffier, maar aan de kantonrechter of een lager bedrag aan zekerheidstelling mag worden betaald.

8. Het hof stelt echter vast dat de kantonrechter een te hoog bedrag aan zekerheidstelling van de betrokkene heeft verlangd. Er is sprake van een sanctie van meer dan € 225,-. De kantonrechter had moeten bepalen dat de betrokkene een bedrag van € 234,- (€ 225,- en € 9,- administratiekosten) aan zekerheid diende te stellen. De beslissing van de kantonrechter kan daarom niet in stand blijven.

9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van der Zee-Venema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?