ECLI:NL:GHARL:2026:5196

ECLI:NL:GHARL:2026:5196

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer 25/1608
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Parkeerbelasting. Dwangsom wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 25/1608

uitspraakdatum: 4 augustus 2026

Uitspraak van de achttiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 2 juli 2025, nummer ARN 23/3370, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zevenaar (hierna: de heffingsambtenaar)

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag.

Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar in gebreke gesteld.

Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de Rechtbank wegens niet tijdig beslissen.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd en beslist dat aan belanghebbende geen dwangsom toekomt.

De Rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Partijen zijn met kennisgeving niet verschenen.

2. Vaststaande feiten

Op 20 juli 2022 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, omdat de parkeercontroleurs van de gemeente Zevenaar hebben geconstateerd dat voor het voertuig van belanghebbende aan de Kampsingel in Zevenaar geen parkeerbelasting is voldaan.

Op 23 augustus 2022 heeft de gemachtigde van belanghebbende per online formulier bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. In het bezwaarschrift is als digitaal correspondentieadres vermeld [e-mailadres1] en als [postadres1] . In het bezwaarschrift heeft de gemachtigde in algemene bewoordingen het belastbare feit betwist en heeft hij de heffingsambtenaar verzocht alle op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen.

Per e-mail van 16 januari 2023 heeft de gemachtigde de heffingsambtenaar in gebreke gesteld en gemaand om binnen 14 dagen op het bezwaarschrift te beslissen, op straffe van een dwangsom indien die termijn wordt overschreden. In de ingebrekestelling vermeldt de gemachtigde dat uitsluitend kan worden gemaild naar [e-mailadres2] en is wederom als [postadres1] vermeld.

Op 23 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar gedaan. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en geen dwangsom toegekend, omdat binnen 14 dagen na ontvangst van de ingebrekestelling uitspraak op bezwaar is gedaan. Het bezwaar is per post verzonden naar het [postadres2] .

Op 17 maart 2023 heeft de gemachtigde beroep aangetekend wegens het uitblijven van de uitspraak op bezwaar en de dwangsombeschikking. De gemachtigde heeft de Rechtbank verzocht het beroep met toepassing van artikel 8:54, lid 1 onder d, kennelijk gegrond te verklaren en de heffingsambtenaar op te dragen om, op straffe van een dwangsom, binnen twee weken na de uitspraak van de Rechtbank uitspraak op bezwaar te doen. Voorts heeft belanghebbende de Rechtbank verzocht een dwangsom vast te stellen van € 1.442 te verhogen met wettelijke rente, en verzocht de heffingsambtenaar te veroordelen in het griffierecht en de proceskosten, eveneens te verhogen met wettelijke rente.

Op 23 juni 2023 heeft de heffingsambtenaar een e-mail naar de gemachtigde verzonden, waarin hij het volgende heeft geschreven:

“Van de Rechtbank ontving ik een kopie van uw beroepschrift vanwege het uitblijven van een beslissing op uw bezwaarschrift welke u heeft ingediend voor uw client [belanghebbende] . De uitspraak is 23 januari 2023 naar u verzonden. Bijgaand ontvangt u een kopie.”

De gemachtigde heeft op 20 juli 2023 naar de heffingsambtenaar gemaild dat uit intern onderzoek naar voren is gekomen dat de uitspraak op bezwaar van 23 januari 2023 nimmer is ontvangen.

De Rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 14 februari 2024 geschorst om de heffingsambtenaar in de gelegenheid te stellen nadere gegevens over de verzending in te dienen.

De heffingsambtenaar heeft op 27 februari 2024 nadere informatie aangeleverd over de verzending van de uitspraak op bezwaar naar het [postadres2] .

De Rechtbank heeft beslist dat de heffingsambtenaar de verzending van de uitspraak op bezwaar aannemelijk heeft gemaakt. De Rechtbank heeft daarbij overwogen dat de uitspraak op bezwaar weliswaar is verzonden naar het kantooradres van de gemachtigde in plaats van naar het opgegeven postbusadres, maar dat deze niet bij de heffingsambtenaar onbezorgd retour is gekomen, zodat de Rechtbank het aannemelijk acht dat de uitspraak op bezwaar ook op het kantooradres is bezorgd en de gemachtigde heeft bereikt. De Rechtbank concludeert daarom dat het beroep wegens niet tijdig beslissen is gedaan, nadat uitspraak op bezwaar is gedaan, en heeft het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard.

In hoger beroep heeft de gemachtigde de ontvangst van de uitspraak op bezwaar opnieuw betwist en erop gewezen dat het adres waarnaar deze is verzonden, [postadres2] , nimmer als correspondentieadres is opgegeven. Voorts heeft hij gesteld dat de uitspraak op bezwaar ten onrechte is gericht aan ‘ [bedrijf1] ’.

3. Geschil

In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en of de heffingsambtenaar een dwangsom (met wettelijke rente) heeft verbeurd.

4. Beoordeling van het geschil

Op grond van artikel 3:40 van de Awb treedt een besluit niet in werking voordat het is bekendgemaakt. De bekendmaking van een uitspraak op bezwaar geschiedt door toezending aan de (gemachtigde van) belanghebbende. Indien de zending de (gemachtigde van) belanghebbende niet heeft bereikt en dat het gevolg is van een fout van het bestuursorgaan – bijvoorbeeld een verkeerde adressering die aan dat bestuursorgaan is te verwijten – , kan niet worden gezegd dat bekendmaking van de uitspraak op bezwaar op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden. In de regel mag een bestuursorgaan ervan uitgaan dat het adres vermeld op het briefpapier van het bezwaarschrift juist is.

Door het door de gemachtigde opgegeven [postadres1] niet te gebruiken, heeft de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar niet naar het juiste adres – dat wil zeggen, naar het door (de gemachtigde van) belanghebbende bij het bestuursorgaan bekendgemaakte postadres – verzonden. Het Hof is daarom van oordeel dat de heffingsambtenaar met de verzending van de uitspraak op bezwaar naar het [postadres2] , de uitspraak op bezwaar niet op de voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt. De argumenten van de heffingsambtenaar dat het door hem gebruikte adres het kantooradres is van [bedrijf1] , en dat dit adres bij [bedrijf1] is vermeld in het Handelsregister, doen daaraan niet af. Ook doet daaraan niet af dat de uitspraak op bezwaar niet onbezorgd retour is gekomen bij de heffingsambtenaar. Het Hof acht het aannemelijk dat de gemachtigde van belanghebbende (een afschrift van) de uitspraak op bezwaar niet eerder dan op 23 juni 2023 (zie 2.6.) onder ogen heeft gekregen.

Gelet op het voorgaande kan het oordeel van de Rechtbank, dat de uitspraak op bezwaar rechtsgeldig is bekendgemaakt door toezending aan het [postadres2] , geen stand houden. Hetzelfde geldt voor het oordeel van de Rechtbank dat de uitspraak op bezwaar is gedaan voordat het beroep wegens niet tijdig beslissen is ingesteld. Op het moment dat belanghebbende de uitspraak op bezwaar onder ogen kreeg, was het beroep wegens niet tijdig beslissen reeds ingediend. Voor het geval het Hof de uitspraak van de Rechtbank vernietigt heeft de gemachtigde het Hof verzocht zelf in de zaak te voorzien, door te bepalen dat de heffingsambtenaar een dwangsom is verschuldigd, te vermeerderen met wettelijke rente.

Gelet op het bepaalde in artikel 6:20 lid 3 van de Awb zal het Hof het beroep wegens niet tijdig beslissen opvatten als (mede) gericht tegen de later bekend geworden uitspraak op bezwaar, waarin het bezwaar ongegrond is verklaard. Op grond van artikel 4:19, van de Awb heeft dit beroep ook betrekking op de beslissing geen dwangsom toe te kennen. De gemachtigde heeft in de bezwaarfase enkele algemene grieven tegen de naheffingsaanslag aangevoerd en heeft daaraan in beroep en hoger beroep – nadat de uitspraak op bezwaar hem bekend is geworden – geen nadere invulling gegeven. Het Hof is van oordeel dat de (summiere) grieven van de gemachtigde tegen de naheffingsaanslag niet slagen en verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond.

Het Hof stelt de verschuldigde dwangsom als volgt vast: 30 januari 2023 (twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op 16 januari 2023) is de eerste dag waarover een dwangsom werd verschuldigd. De laatste dag was 22 juni 2023, aangezien belanghebbende de uitspraak op bezwaar op 23 juni 2023 voor het eerst onder ogen heeft gekregen. Dat zijn meer dan 42 dagen, zodat de maximale dwangsom van € 1.442 is verschuldigd.

Ter zake van de wettelijke rente oordeelt het Hof als volgt. De heffingsambtenaar heeft de ingebrekestelling op 16 januari 2023 ontvangen. Gelet op de artikelen 4:17 en 4:18 van de Awb, is maandag 27 maart 2023 de laatste dag waarop de heffingsambtenaar de dwangsom bij beschikking vast had moeten stellen. Indien de heffingsambtenaar de dwangsom uiterlijk op 27 maart 2023 zou hebben vastgesteld, zou hij het bedrag, gelet op artikel 4:87, eerste lid, van de Awb, uiterlijk zes weken daarna, op 8 mei 2023, hebben moeten betalen. Het Hof zal de heffingsambtenaar daarom veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over € 1.442 vanaf 8 mei 2023 tot de dag van de algehele voldoening daarvan.

Slotsom Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.

5. Griffierecht en proceskosten

Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 333 voor de bezwaarfase (1 punt (bezwaarschrift) x € 666 x wegingsfactor 0,5), € 467 voor de kosten in eerste aanleg (1 punt (beroepschrift) x € 934 x wegingsfactor 0,5) en € 467 voor de kosten in hoger beroep (1 punt (hogerberoepschrift) x € 934 x wegingsfactor 0,5), ofwel in totaal op € 1.267.

Verder zal het Hof gelasten dat het voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht door de heffingsambtenaar dient te worden vergoed.

6. Beslissing

Het Hof:

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,

– verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;

– verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond,

– verklaart het beroep tegen de dwangsombeschikking gegrond,

– stelt de door de heffingsambtenaar verbeurde dwangsom vast op een bedrag van € 1.442, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf 8 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening daarvan,

– veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.267,

– gelast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 50 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 143 in verband met het hoger beroep bij het Hof,

– bepaalt dat voornoemde bedragen van de proceskosten en griffierecht worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van de algehele voldoening.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.R. van der Heide, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier.

De beslissing is op 4 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De raadsheer,

(J.H. Riethorst) (R.R. van der Heide)

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand