ECLI:NL:GHARL:2026:5199

ECLI:NL:GHARL:2026:5199

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 10-08-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.363.241/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Snelheidsoverschrijding. Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers. Minimale afstand tussen gebod en meetplaats. Bij kruisingen en in bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Van die uitzonderingssituatie is hier sprake. Niet is vereist dat wordt gemotiveerd waarom van de minimale meetafstand is afgeweken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 29 oktober 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 132,- voor: “12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 april 2024 om 20.16 uur op de S114 Piet Heintunnel kruising Zuiderzeeweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. In de Piet Heintunnel geldt een maximumsnelheid van 70 km/u. Kort voor het kruispunt staat het bord dat einde autoweg aanduidt, na het kruispunt staat het bord A1 50. De betrokkene mocht er daarom redelijkerwijs vanuit gaan dat de maximumsnelheid nog 70 km/u bedroeg. Verder is de sanctie opgelegd in strijd met de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (de Instructie). In tabel 2.2 is opgenomen dat de minimale meetafstand tussen het bord en de meetlocatie 140 meter moet zijn. In dit geval was het bord slechts op 40,1 meter van de meetlocatie geplaatst. De enkele omstandigheid dat de gedraging op of nabij een kruispunt is verricht, brengt niet zonder meer mee dat iedere afwijking zonder nadere motivering is gerechtvaardigd. Een concrete motivering waarom hier 100 meter van is afgeweken en waarom die afwijking verenigbaar is met zorgvuldige handhaving ontbreekt. Dat is relevant omdat de ratio van de minimale meetafstand juist is gelegen in het bieden van voldoende afstand om na het passeren van een snelheidsbord het rijgedrag aan te passen voordat handhavend wordt opgetreden.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de vermelding dat met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de juiste wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel is gemeten dat met het voertuig van de betrokkene een (gecorrigeerde) snelheid van 62 km/u is gereden, terwijl de maximumsnelheid 50 km/u was.

5. Verder bevinden zich twee foto’s van de gedraging in het dossier, waarop het voertuig van de betrokkene te zien is. Te zien is dat de pleeglocatie een kruising met verkeerslichten betreft. Verder bevindt zich een proces-verbaal van schouw in het dossier, met daarbij een schouwlijst gevoegd waaruit volgt dat de borden A1 50 op 28 maart 2024 en 24 april 2024 aanwezig waren. Verder verklaart de ambtenaar dat borden A1 50 staan geplaatst aan de beide zijden van de rijbaan van de Piet Heintunnel voor de kruising met de Zuiderzeeweg. De afstand tussen de borden A1 en de flitspaal is 40.2 meter.

6. Uit het dossier blijkt voldoende dat voor de meetlocatie borden A1 50 waren geplaatst en dat de maximumsnelheid dus 50 km/u was. De gemeten snelheid is verder niet betwist. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht en zal vervolgens beoordelen of er andere redenen zijn om een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

7. De grond dat de meting in strijd met de Instructie is verricht slaagt niet. In de Instructie is bepaald dat in het geval van een meting bij een maximumsnelheid van 50 km/u een minimale afstand van 140 meter vanaf het gebod in acht genomen moet worden. In diezelfde Instructie staat echter ook dat bij kruisingen en in bijzondere omstandigheden hiervan kan worden afgeweken. Uit het proces-verbaal van schouw en de foto’s van de gedraging blijkt dat de meting is verricht bij een kruising. Daarmee blijkt voldoende dat de uitzonderingssituatie hier van toepassing is. Dat concreet gemotiveerd moet worden waarom van de minimale meetafstand wordt afgeweken, volgt niet uit de Instructie of een andere regel. De meting is daarom niet verricht in strijd met de Instructie.

8. Door de gemachtigde is verder niet gesteld of onderbouwd dat de kortere afstand in dit geval zo kort is dat van een zorgvuldige handhaving geen sprake meer kan zijn. De enkele omstandigheid dat van de minimale afstand is afgeweken is daarvoor niet voldoende. De stelling van de gemachtigde dat de ratio van de minimale meetafstand is gelegen in het bieden van voldoende afstand om na het passeren van een snelheidsbord het rijgedrag aan te passen, miskent dat de snelheid van voertuigen al moet zijn aangepast direct op de plaats waar een lagere maximumsnelheid gaat gelden. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om de sanctie te matigen of geheel achterwege te laten.

9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand