ECLI:NL:GHARL:2026:5205

ECLI:NL:GHARL:2026:5205

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 10-08-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.365.231/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Zekerheidstelling. De betrokkene heeft niet binnen de termijn volledig zekerheid gesteld en heeft geen draagkrachtverweer gevoerd. In een dergelijk geval bestaat voor de kantonrechter geen verplichting om voor het doen van uitspraak te controleren of alsnog volledig is betaald.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 19 november 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat niet tijdig zekerheid is gesteld.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat ten tijde van de uitspraak het bedrag van de zekerheidstelling volledig was voldaan. De betrokkene heeft in delen betaald in het kader van een betalingsregeling, die is komen te vervallen doordat beroep is ingesteld. Het doel van zekerheidstelling is dat voldoende waarborg bestaat voor betaling van de sanctie. Aan dat doel was voldaan. Dat te laat is betaald, maakt niet dat de betrokkene definitief het recht op toegang tot de rechter hoeft te verliezen. Een inhoudelijke beoordeling had meer voor de hand gelegen dan afdoening op een formeel punt. Dat een draagkrachtverweer gevoerd had kunnen worden, maakt dit niet anders. Dat is immers meer van belang indien zekerheid niet kan worden gesteld. Daarvan is hier uiteindelijk geen sprake omdat voordat uitspraak is gedaan is betaald.

3. Niet ter discussie staat dat niet op tijd volledig zekerheid is gesteld. Aan de betrokkene is een sanctie van € 420,- opgelegd. Er bestond daarom de verplichting om een bedrag van minimaal € 225,- en de administratiekosten aan zekerheid te stellen. Aan de betrokkene en zijn gemachtigde zijn twee zekerheidsbrieven gestuurd gedateerd 14 maart 2025 en 1 april 2025. Op 5 maart 2025 en 22 april 2025 zijn twee deelbetalingen gedaan, waardoor in totaal € 95,32 is betaald. In hoger beroep is gebleken dat op 21 oktober 2025 nog een bedrag van € 250,- is betaald. Verder stelt het hof vast dat in het beroepschrift bij de kantonrechter geen draagkrachtverweer is gevoerd. Op de zekerheidsbrieven is niet gereageerd.

4. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Uit de wet volgt niet alleen de verplichting tot zekerheidstelling, maar ook de verplichting om dit binnen een bepaalde termijn te doen. Uitgangspunt is dat de verplichting tot zekerheidstelling het recht op toegang tot de rechter niet belemmert. Verder is het vaste rechtspraak dat een betrokkene die niet of niet op tijd kan betalen een met redenen omkleed draagkrachtverweer kan voeren. De kantonrechter heeft vastgesteld dat niet op de voorgeschreven wijze zekerheid is gesteld en dat geen aanleiding bestaat om te oordelen dat dit de betrokkene niet kan worden toegerekend.

5. Met zijn stelling dat een draagkrachtverweer vooral van belang is indien in het geheel geen zekerheid gesteld kan worden, miskent de gemachtigde dat dit verweer ook van belang is voor betrokkenen die wel kunnen betalen, maar niet op tijd, of betrokkenen die niet het hele bedrag van de zekerheidstelling, maar wel een lager bedrag kunnen betalen. Doordat geen draagkrachtverweer is gevoerd, kon de kantonrechter bij de beoordeling van de zaak geen rekening houden met de financiële omstandigheden van de betrokkene. De enige gegevens waar hij over kon oordelen waren de betalingsgegevens, waaruit volgt dat niet op tijd volledig is betaald.

6. Verder bestaat voor de kantonrechter geen verplichting om, als de betalingstermijn is verstreken en is vastgesteld dat geen (volledige) zekerheid is gesteld, op een later moment opnieuw te controleren of alsnog is betaald. Het staat de kantonrechter uiteraard vrij om dit te doen en diens bevindingen in het oordeel te betrekken, maar als dit niet gebeurt brengt dit niet mee dat de beslissing onzorgvuldig is. Daar merkt het hof bij op dat het stellen van zekerheid als waarborg van (een deel van) het bedrag van de sanctie en de administratiekosten dient, maar dat het al dan niet betalen ook procedurele consequenties heeft. Als de kantonrechter constateert dat geen (volledige) zekerheid is gesteld binnen de termijn en geen aanleiding is om te oordelen dat de indiener redelijkerwijs niet in verzuim was, kan de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren zonder partijen uit te nodigen voor een behandeling van de zaak op een zitting voordat hij beslist. Dit betekent dat een kantonrechter minder gemakkelijk alsnog tot een inhoudelijk behandeling over kan gaan als vlak voor de uitspaak blijkt dat alsnog zekerheid is gesteld. Ook daarom hoeft van een kantonrechter niet zonder meer verlangd te worden dat hij voor het doen van uitspraak nog een nieuwe controle doet.

7. Gelet op het voorgaande brengt de omstandigheid dat de betrokkene voordat uitspraak is gedaan het volledige bedrag aan zekerheid heeft gesteld niet mee dat de kantonrecht het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal daarom die beslissing bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. Het hof komt evenals de kantonrechter niet toe aan een beoordeling van de inhoudelijke bezwaren tegen de opgelegde sanctie.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand