ECLI:NL:GHARL:2026:5257

ECLI:NL:GHARL:2026:5257

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.362.485/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Schending hoorplicht. Door voor het verstrijken van de termijn waarbinnen om een hoorzitting moet worden verzocht op het beroep te beslissen zonder de betrokkene te horen, heeft de officier van justitie de hoorplicht geschonden. Van een structurele schending van de hoorplicht is hier geen sprake is. De enkele stelling dat in zaken zonder professioneel gemachtigde zeer snel op het beroep wordt beslist, is daarvoor onvoldoende.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 9 september 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de hoorplicht is geschonden. Nog voordat de termijn om aan te geven of de betrokkene gehoord wilde worden was verstreken, heeft de officier van justitie beslist zonder de betrokkene te horen. De kantonrechter is hier met diens overweging dat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord aan voorbij gegaan. Dit betreft een structurele schending omdat in zaken met een professioneel gemachtigde wel wordt gewacht op een hoorzitting.

2. Deze grond slaagt. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie heeft beslist op het administratief beroep voordat de termijn waarbinnen aangegeven moet worden dat de betrokkene gehoord wil worden was verstreken. Hoewel de betrokkene in zijn administratief beroepschrift niet heeft verzocht om te worden gehoord, kon de officier van justitie niet al voor het verstrijken van voornoemde termijn beslissen op het beroep zonder de betrokkene te horen. Immers, van het horen kan pas worden afgezien als binnen die termijn niet is verzocht om te worden gehoord. Daarom zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en ook de beslissing van de officier van justitie vernietigen. Vervolgens zal het hof het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.

3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 januari 2024 om 14.17 uur op de N326 in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

4. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De apparatuur waarmee de meting zou zijn verricht is niet aantoonbaar geijkt. Op de flitsfoto is slechts één van de twee serienummers ingevuld. Het ijkrapport is niet langer in te zien bij het CJIB.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.

Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0.7 seconden.

Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. De tijdsduur van de geellichtfase is op de foto vermeld.”

6. Verder bevinden zich twee foto’s van de gedraging in het dossier. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene ter plaatse rijdt en dat het voor de bestuurder geldende verkeerslicht rood licht uitstraalt. Het voertuig bevindt zich met de achterwielen op de stopstreep. Het verkeerslicht staat op dat moment reeds 0,8 seconden op rood. Op de tweede foto, die 1,47 seconden later is genomen, is te zien dat het voertuig verder de kruising op is gereden.

7. Wat de gemachtigde aanvoert, leidt niet tot de conclusie dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Op grond van de Regeling meetmiddelen politie 2022 is voor meetmiddelen die worden gebruikt voor het constateren van roodlichtgedragingen niet een NMi-verklaring vereist. Dit is ook niet op grond van enige andere wettelijke bepaling voorgeschreven. Door de advocaat-generaal is bovendien ten overvloede een NMi-verklaring met betrekking tot de betreffende apparatuur overgelegd. Overigens wijst het hof er nog op dat het hier gaat om een meting door middel van een lusdetector en dus is er geen antenne-eenheid. De gedraging kan worden vastgesteld.

8. Het hof zal vervolgens beoordelen of er andere redenen zijn om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

9. Voor zover de gemachtigde stelt dat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht en daarmee bedoelt dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd, is het hof van oordeel dat daarvan geen sprake is. De enkele stelling dat in zaken waar zonder bijstand van een professioneel gemachtigde beroep wordt ingesteld zeer snel wordt beslist door de officier van justitie en in zaken met een gemachtigde langer wordt gewacht, is daarvoor onvoldoende. Door de advocaat-generaal is in het verweerschrift bovendien aangegeven dat deze situatie zich ook al niet meer kan voordoen omdat per 28 augustus 2025 geen beslissingen meer worden genomen als de beroepstermijn nog niet is verstreken, omdat die mogelijkheid in het systeem is geblokkeerd.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand